Het vertrek. Bron: www.7decemberdivisie.nl

Hij is de oudste zoon van een boer uit Puttershoek, een dorp aan de Oude Maas tussen Rotterdam en Dordrecht. Hij heeft enkele jaren landbouwonderwijs gevolgd. Dat smaakte naar meer, maar zijn vader heeft hem nodig in het bedrijf. In 1946 valt de oproep voor de dienstplicht in de bus. André is dan eenentwintig jaar. Zijn lichting wordt ingedeeld bij de 7-december-divisie. Het aanvankelijke plan om de bataljons in te zetten als ondersteuning van de geallieerde troepen in Duitsland vervalt. De soldaten zijn nodig in Nederlands-Indië. Het vooruitzicht van een lang verblijf in het verre oosten stoot André niet af, hoe zeer de expeditie ook met onzekerheden is omgeven. Het botert niet tussen zijn vader en hem. Door de dienstplicht is hij even van dat gedoe af. Hij krijgt een kist voor het vervoer van zijn persoonlijke spullen en een datum waarop hij zich in de haven moet melden.

In het najaar van 1946 worden de 18.000 mannen van de divisie naar Java verscheept, inclusief 2000 vrachtwagens, 335 rijwielen, 955 motoren en, niet te vergeten, 278 kanonnen. André heeft een plek op het SS Waterman, een troepentransportschip dat de Nederlandse Staat van de Verenigde Staten heeft overgenomen. De reis duurt ongeveer een maand. De manschappen worden op de boot voor allerlei taken ingezet. Uit het weinige dat van zijn tijd in Nederlands-Indië is overgeleverd weten we, dat hij tijdens de overtocht de keuze krijgt tussen aardappels schillen of Maleis leren. Hij kiest voor het laatste.

Niet-bekende soldaten op patrouille. Bron: de Java-Post.

Als de 7-december-divisie op Java arriveert zijn de grote steden en de doorgaande wegen in handen van Nederland, dankzij Britse steun. In grote delen van het platteland is de republiek Indonesië de baas. Er is een demarcatielijn afgesproken, een grenslijn die voortdurend geschonden wordt. De Nederlandse soldaten worden op uitputtende patrouilles gestuurd. Ze moeten vooral plantages en fabrieken bewaken. Ze zijn slecht getraind en nauwelijks voorgelicht over wat hen te wachten staat in het tropische land. André is, mede op basis van zijn kennis van het Maleis, ingedeeld bij het regiment verbindingstroepen. Hij waardeert het contact met de bevolking.

Na drie jaar oorlog voeren tekent Nederland onder grote internationale druk in december 1949 de overdracht van soevereiniteit aan de Republiek Indonesië. De troepen worden weer naar Nederland verscheept. André, die vele jaren later mijn schoonvader zou worden, volgt halverwege 1950 als een van de laatsten. Hij pakt zijn werk op de boerderij weer op. Er wordt niet gesproken over wat in Indonesië gebeurd is. Hij begint flink te drinken en zou wellicht verslaafd zijn geraakt als hij niet zijn toekomstige vrouw zou zijn tegengekomen. Nederlands-Indië blijft voor altijd een gesloten boek, ook voor zijn vrouw en kinderen. Hij overlijdt in 1989. Vorig jaar hoorden we van zijn jongste broer, dat André er getuige van is geweest, dat een patrouillewagen die in de colonne direct vóór hem reed, op een mijn stuitte. Diverse van zijn kameraden kwamen daarbij om het leven.
Wat ons rest is de kist waarmee zijn spullen aan boord van SS Waterman over de Indische oceaan zijn vervoerd.