Door omstandigheden die ik zelf niet helemaal in de hand heb, kom ik laatste tijd nogal eens door de Utrechtse wijk Hoograven. Ik passeer dan steeds de Broeder Alarmstraat. Utrecht kent veel straatnamen waarvan ik de herkomst niet ken en er zijn er meer die mij wat vreemd voorkomen. Maar de Broeder Alarmstraat vind ik toch wel heel intrigerend. Wie was die broeder Alarm? Een broeder van de ambulancedienst? En waarom is er een straat naar hem vernoemd?
De Broeder Alarmstraat is een straat van zo’n 200 meter die vanaf de W.A. Vultostraat in het oosten  op korte afstand van elkaar drie straten kruist die dwars door Hoograven lopen: de Julianaweg, de Hoogravenseweg en de Vaartsche Rijn. De Broeder Alarmstraat is daarom een straat met veel hoeken. Op elke straathoek bevindt zich een winkelpand. De meeste hiervan hebben een woonbestemming gekregen. In het oostelijk deel bevindt zich nu De Zwangere Zaak, centrum voor zwangerschapstraining, in het westen is er café Hoograven. Men verkoopt er Amstelbier en je kunt er darts spelen.
De meeste huizen zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw gebouwd. Vele zouden wat onderhoud goed kunnen gebruiken. Opvallend is dat er weinig huisnummers zijn. Alle hoekpanden hebben een nummer aan de andere straat om de hoek. Ik zie wel een nr. 2 en daartegenover een nr. 98. In de straat staan veel vuilcontainers. De Broeder Alarmstraat lijkt het afvalputje van Hoograven.
Aan de westkant, waar rechts een groot, nieuw appartementencomplex staat  en zich links een woonwagenkampje bevindt, loopt de straat dood op een grasveldje. Daarachter loopt de  Vaartsche Rijn. Aan de oude bruggenhoofden in het water is te zien, dat er hier ooit een verbinding lag met de Jutfaseweg.

Broeder Alarm (1874-1934) was, zo lees ik op internet, een protestante broeder. Vanuit het gebouw van de Stadszending aan de Hoogravenseweg deed hij zijn evangelisatiewerk. Hij ging op bezoek bij zieken en armen en gaf onderricht aan de kinderen. In Hoograven, destijds onderdeel van de gemeente Jutphaas, stonden steenfabrieken. Het volk dat er werkte en woonde was ruw van aard. Er waren regelmatig opstootjes tussen rivaliserende groepen jongeren. Broeder Alarm probeerde tussen beide te komen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Hij liet op een gegeven moment de ramen van de Stadszending dichttimmeren, omdat ze al te vaak werden ingegooid. De broeder ging echter onverdroten door met zijn werk. Hij had een missie te volbrengen. Hij heeft met name veel gedaan tegen het drankmisbruik. Met die kennis staat het huidige café op de hoek van de Broeder Alarmstraat er ongepast bij.

 

 
Afbeelding van Broeder Alarm van het Comité der Vereniging Stadszending tijdens de marktprediking op het Vredenburg in Utrecht, 1913. “Schikt u om uwen God te ontmoeten”. Bron: Het Utrechts Archief.

De gemeente Utrecht en de gemeente Jutphaas hebben begin 20e eeuw jarenlang gebakkeleid over de aanleg van een brug tussen Hoograven en de Jutfaseweg. Er was gedoe over wie er hoeveel moest betalen. Plaatselijke bedrijven hebben toen het startkapitaal van 11.000 gulden bij elkaar gebracht. Daarmee werd in 1932 een ophaalbrug (met de ph van Jutphaas) aangelegd, de Julianabrug genaamd. In de volksmond werd de brug al gauw de Smalle Brug genoemd. Door het geldgebrek was er een veel te smalle brug gebouwd. Met desastreuze gevolgen, zoals zal blijken.
De brug heeft tot 1957 als doorgang gefungeerd. Daarna werd, 100 meter noordelijker, de veel bredere Oranjebrug in gebruik genomen. De brede bruggenhoofden die nu als bakstenen kolossen in het water staan herinneren aan wat eens de smalle brug was. Misschien is men het ook niet eens over de vraag wie het opruimen moet betalen. Aan de kant van de Jutfaseweg staan nu fietsenrekken en enkele bankjes. Enige jaren geleden is er een herdenkingsbord geplaatst.
Broeder Alarm kwam in 1934 op de Smalle Brug om het leven. Hij werd aangereden door een motor toen hij de brug overliep. Was de Broeder wellicht doof? Of had de motorrijder gedronken? Dan zou het drankmisbruik, waartegen de broeder zijn hele leven zo nijver had gestreden, hem noodlottig zijn geworden.