Enige tijd geleden zag mijn buurman dat ik over het dak van ons huis liep om bladeren te verwijderen. ‘Goh’, zei hij bewonderend, ‘je loopt nog als een jonge vent over de pannen’. Nu is al jaren een van de belangrijkste doelen in mijn leven om een jonge vent te worden. Dus verguld met dit compliment liep ik lenig verder. Weer veilig terug op aarde vroeg ik me, stampend op de bladeren in de gft-bak, af of de woorden van de buurman eigenlijk wel zo complimenteus waren. Was de impliciete gedachte achter zijn woorden niet, dat iemand van 60 jaar niet meer geacht wordt om soepel over een dak te lopen? Hebben we hier te maken met een vooroordeel over ouderen?
Ik heb nog nooit iemand horen zeggen, dat ie graag oud zou willen zijn. Natuurlijk, iedereen wil de geneugten van de 67-jarige, die de wereld bereist, zich ongeremd stort in het beoefenen van muziek en geruisloos met een flinke vaart op de electrische fiets door het land cruist. Niemand wil de gebreken en verliezen die met de ouderdom geassocieerd worden.
Vorige week hoorde ik nog een eind-vijftiger spreken over zijn vader (84 jaar) in het verzorgingshuis: ‘dat ga ik dus nooit doen, dan zorg ik wel, dat ik er met een spuitje tussenuit kan’.
Ik zou zoiets nooit zeggen. Ik begrijp wel, dat, als je nog volop in het leven staat, een gedwongen verblijf in een verzorgingshuis als kwaliteitsarm ervaren wordt. Maar hoe zou je hierover denken als je 84 bent? Bovendien, komt  de vrees voor een leven met gebreken niet voort uit het gezondheidsideaal, uit de norm, dat alles goed moet zijn en dat gebreken uit het leven verbannen moeten worden?
Ik word al jaren niet meer als lid van de Elfstedentochtvereniging aangenomen. Mijn geheugen gaat sinds mijn 11e al achteruit en mijn knieën werken niet meer zo goed. Ik hoef niet meer aan een professionele zangcarrière te denken en mijn haren worden nooit meer bruin.
Als ik met dit soort zaken kan leven,  zou ik dan ook niet andere vormen van achteruitgang kunnen accepteren? Of denk ik hier te gemakkelijk over? Je geheugen verliezen is iets anders als het niet meer kunnen meedoen aan een Elfstedentocht.
Ik zie in een gebrekkige laatste levensfase twee gevaren:
       Geen betekenis meer hebben. Dat het er eigenlijk niet meer toe doet of je ‘s morgens wakker wordt, omdat er geen mens meer is voor wie dit ontwaken betekenis heeft. In deze geïndividualiseerde maatschappij lijkt me dat een risico.
       Afhankelijkheid. Dat anderen je moeten helpen met wat je zelf niet meer kan. Dat je in je budgetbejaardentehuis nog maar moet afwachten of er iemand langs komt om je op de pot te zetten. En dat je dan je laatste grijze haren uit je hoofd trekt uit spijt dat je niet ooit op Geert Wilders hebt gestemd. Want dan zou je nog een wettelijk recht op een schone luier hebben gehad.
(Derde gevaar: dat je ‘s morgens wakker wordt in het verpleeghuis, dat Geert Wilders in het bed naast je ligt en dat zijn haren al zeker twee maanden lang niet zijn gewassen).
De ouderdom komt met gebreken, hoor ik mijn moeder zeggen. Zij kon zich goed aanpassen aan veranderende omstandigheden en achteruitgang accepteren. Voor mij zal het een uitdaging zijn. Of kan ik me nu al voorbereiden op een betekenisvolle derde en vierde levensfase? Mocht je adviezen hebben dan hoor ik deze graag.
Tot zover deze avondoverdenking.