Voor ons huis staan hoge platanen. Huizenhoog is het woord, dat hier wel op zijn plaats is, want de bomen steken ruimschoots boven de hoge daken uit. In de zomer bieden de platanen koelte in huis. In de herfst moeten we aan het werk. Dan dwarrelen de bladeren in grote aantallen op het dak en verstoppen de goten en de randen van de dakramen. Als ik het blad niet verwijder, dan wordt  het regenwater bij een forse bui niet snel genoeg afgevoerd. Dan zoekt het water zijn weg onder de pannen en druppelt het ergens op zolder naar beneden.

Daarom stap ik in de herfst regelmatig uit het raam op de tweede verdieping aan de achterzijde. Via een klein balkonnetje klim ik vervolgens op de dakkapel. Vandaaraf kan ik de bladeren van dakraam 1 verwijderen. Daarna stap ik langs de dakgoot naar dakraam 2. Een klein, maar stevig randje biedt mijn handen houvast. Zo balancerend en me uitrekkend op die dakgoot kan ik de meeste bladeren verwijderen.
Dat balanceren heb ik ooit geleerd tijdens het plukken van gieser wildemannen in de tuin van het ouderlijk huis. Om de peren, die aan de buitenkant van de boom hingen, te kunnen plukken, ging ik met één been op de ladder staan. Me vooroverbuigend, met de grijze, veelvuldig verstelde plukschort vol met oogst vervaarlijk bungelend om mijn nek, haalde ik dan met de ene hand een tak naar mij toe om met de andere hand de peren te kunnen plukken. Ik stelde me wel eens voor, dat ik geïnterviewd zou  worden over deze acrobatische wijze van plukken. ‘Als ik niet bij de peer kan, dan moet de peer maar naar mij toe komen’, had ik dan als leidend motief willen meegeven. Dat er nooit eens een langsfietsende journalist is gestopt om mij te interviewen, is wellicht een van de dieperliggende gronden achter dit blog.
In het ruimen van de herfstbladeren word ik door hetzelfde motief geleid. Elk blad is voor mij een uitdaging. Het risico vind ik aanvaardbaar, al ligt bij nat weer een uitglijder altijd op de loer. Schoenen met gladde zolen zijn vanuit arbo-perspectief dan ook niet aan te raden. Drie meter onder mij is een balkon. Naar beneden vallen is dan één ding. Maar je zult zien, dat, als je daar beneden op apegapen ligt, er net wel een journalist langs komt.

De afgelopen week heb ik vijf aangestampte gft-bakken van 40 liter vol bruin blad-in-ontbinding van het dak gehaald. Zoveel gft-bakken heb ik natuurlijk niet. Daarom loop ik iedere keer als de bak vol is naar de straat beneden en stort de inhoud aan de voet van de platanen uit. De bladeren gaan terug naar waar ze vandaan komen. Ze vormen nieuw voedsel voor de bomen. Ik hou mijzelf voor, dat ik op deze wijze bijdraag aan een zinvolle kringloop. Het vochtige weer helpt hierbij.
Der graue Nebel tropft so still herab auf Feld und Heide
Als ob der Himmel weinen will in übergrossen Leide

(Hermann Allmers, Spätherbst, op muziek gezet door Johannes Brahms).

Dat klinkt toch bijna even mooi als Het is weer voorbij die mooie zomer van Gerard Cox (die ’s nachts allang weer zijn pyjama aanheeft).
Maar de tip van deze week is toch Herbst van Franz Schubert (tekst Ludwig Rellstab). Dat is romantiek zoals romantiek bedoeld is:
http://youtu.be/1oJWk3DschM

Van alles wat ik ooit nog een keer zou willen zingen, en dat is veel, gooit dit lied hoge ogen. Mocht ik dit eens kunnen uitvoeren, dan zou mijn leven weer een stukje rijker zijn.

Ach, wie die Gestirne am Himmel entfliehn
So sinket die Hoffnung des Lebens dahin!
Kalt über den Hügel, rauscht, Winde, dahin!
So sterben die Rosen der Liebe dahin

Ik kan het ook niet helpen, maar dit soort dingen komt in mij op als ik  daar bovenop de dakgoot sta.