We hebben de feestmaand december achter de  rug en het gewone leven is weer begonnen. ‘Het is niet anders’, zei een collega tegen mij. Ze voegde eraan toe: ‘dan gaan we toch lekker dromen over de volgende vakantie’. Blijkbaar is dit iets wat veel mensen in de maand januari doen. Reclameblokken en –pagina’s worden deze weken gevuld met zonovergoten, alle wensen vervullende vakanties in Zuid-Europa of andere zonnige oorden.
Graag nodig ik eenieder daarom uit om eens een bezoek te brengen aan Dresden.
Pardon, Dresden? Is dat niet die grauwe industriestad in voormalig Oost-Duitsland? Zijn daar ook palmenstranden?
Dresden, de hoofdstad van de Duitse deelstaat Saksen, is een stad vol indrukwekkende geschiedenis.
In de 18e eeuw was de stad een centrum voor kunst en cultuur. Dresden werd het Florence aan de Elbe genoemd. De vele fraaie kerken en barokke paleizen herinneren nu nog aan die tijd. De componist Heinrich Schütz heeft er zijn leven lang gewerkt. Jan Dismas Zelenka componeerde hier zijn  missen.

Dresden is ook bekend door het bombardement. In de nacht van 13 op 14 februari 1945 legden geallieerde vliegtuigen een bommentapijt over de stad. Er ontstond een verwoestende vlammenzee. Geen steen stond meer op de andere. 75.000 Huizen en gebouwen werden verwoest. Ruim 25.000 mensen kwamen in die ene nacht om het leven.
Vorig jaar zagen wij in de schouwburg het toneelstuk Het stenen bruidsbed , naar de roman van Harry Mulisch. Van die voorstelling is mij vooral het ontzagwekkende decor bijgebleven. Het speelvlak was opgebouwd uit vlonders bovenop een angstaanjagende hoop doodskoppen en gebeenten.
In de twintigste eeuw was Rudolf Mauersberger (1880 – 1971) lange tijd organist in de Kreuzkirche en dirigent van het befaamde Kreuzchor Dresden. Mauersberger heeft met zijn koor veel platen opgenomen, onder andere de werken van Heinrich Schütz. Hij componeerde ook zelf, met name geestelijke werken.
Vlak na het bombardement van Dresden, waarbij van de Kreuzkirche niets meer overbleef, schreef hij het lied Wie liegt die Stadt so wüst. Hij gebruikte daarbij een bijbelse tekst uit de klaagliederen van Jeremia over een verwoeste stad.
Het vierstemmige lied werd voor de eerste maal uitgevoerd door het Kreuzchor in augustus 1945 tussen de ruines van de voormalige kerk. De tekst is een afwisseling van smartelijke klacht en intens verlangen. Verdriet, onbegrip, melancholie, boosheid en verlatenheid monden uit in de vraag warum, warum?  en worden afgesloten met Ach Herr, Siehe an mein Elend.
Ik heb dit lied onlangs ingestudeerd. Het gebeurt mij maar een hoogst enkele keer, dat een koorstuk mij zo aangrijpt dat ik een brok in mijn keel krijg en even niet meer verder kan zingen. Dat was bij dit lied het geval.
Wie liegt die Stadt so wüst is een van de stukken op het programma van het concert dat ik met mijn bejaardenkoor D’allure, genoemd naar de dalurenkaart, in het weekend van 8 en 9 februari ga uitvoeren.
 

Ingezonden mededeling
 
KAMERKOOR D’ALLURE o.l.v. FOKKO OLDENHUIS
 
MITTEN WIR IM LEBEN SIND
 
Muziek van Brahms, Mendelssohn, Distler, Mauersberger, Schütz
 
Utrecht, zaterdag 8 februari 2014, 20.15 uur, Lutherse kerk, Hamburgerstraat.
Amsterdam, zondag 9 februari 2014, 15.30 uur, Oosterkerk, Kleine Wittenburgerstraat.
 
Toegang: € 15,00 – 12,50.