Herengracht 274 Amsterdam

Dit voorjaar zat ik weer op school. In een kale bovenkamer van een statig pand aan de Herengracht in Amsterdam zaten de cursisten aan drie zijden van de carré van tafeltjes. Aan de overgebleven zijde zat de docent achter een grote mok thee en twee koekjes, die gedurende de les onaangeroerd bleven.
(Nodigt deze opening uit tot verder lezen?)
Nauwelijks had ik aan het begin van dit jaar besloten om een boek te gaan schrijven over mijn heeroom, toen ik in Trouw een artikel las over een cursus ‘Verhalende non-fictie’. Dat is zoiets als schrijven over wat waar gebeurd is in de vorm van een boeiend verhaal. Dat zou ik in mijn boek ook wel willen. Waar ik normaal nog wel eens loop te dubben over een keuze, meldde ik me na het lezen van het artikel onverwijld bij de Schrijversvakschool aan.
‘Heb jij nog iets te leren dan?’, vroeg een vriend.
(Gebruik regelmatig citaten om de tekst te verlevendigen).
We zaten met zeven leergierige schrijvers-in-spe aan het carré: een gepensioneerde vrouw die de biografie van haar oma wil schrijven; een gewezen gevangenisdirecteur die zijn ervaringen met gedetineerden hoopt vast te leggen; een jonge ondernemer die wil vertellen hoe hij na een burn-out op verhaal kwam bij een Indianenstam; een ontslagen universiteitsmedewerker die al het onrecht dat hem is aangedaan te boek wil stellen; een jonge vrouw die bezig is de ellende met een narcistische vader van zich af te schrijven; en de speechwriter van de bekende A.A., veelgeprezen burgemeester te R.
De docent was Viktor Frölke, filosoof, journalist en schrijver, bekend geworden door het boek Dagboek van een postbode, een waar gebeurd verhaal, wat leidde tot zijn ontslag bij PostNL.
(De personages zijn nu bekend, maar het verhaal wil nog niet echt op gang komen. Is die laatste toevoeging wel relevant?).
Viktor gaf ons opdrachten om ter plekke in tien minuten anekdotes te schrijven, tirades, onze eigen necrologie, een spannend rechtbankverslag en een artikel over de val van Halbe Zijlstra. Thuis mochten we het als huiswerk nog eens overdoen. Bij de bespreking daarna hoorden we dat de helft van wat wij geschreven hadden er wel uit kon, zeker alle uitleg en overtuigingen. Show, don’t tell.
(Waar zit in dit blog het drama en het conflict? Ging er een cursist vreselijk af? Was de docent in slaap gevallen? Zat er onderhuidse irritatie?).
Al snel merkte ik dat mijn bijdragen op positieve reacties van mijn medecursisten konden rekenen. Zo ging ik met steeds meer plezier op maandagavond naar de Herengracht.
(Kill your darlings: woordspelingen en grapjes waar je aan gehecht bent staan soms een goed lopend verhaal in de weg).
Over het onderwerp voor mijn boek waren er wel wat vragen. Valt er wel een spannend boek te schrijven over het saaie leven in het klooster, waar elke dag hetzelfde is als de vorige, jaar in, jaar uit?
‘Als ik geen spannende details had ontdekt, was ik er al mee gestopt’, was mijn antwoord.
(Dit is de eerste stap in de marketing).