Foto: Jaap Bijsterbosch

In de trein naar Groningen op zondag 30 december wenste de conducteur ons allen een goed uiteinde. Daar bleef het bij. Hij zei niet, dat hij ons in het nieuwe jaar graag terug wilde zien. Dus het was even afwachten. Wij waren Wijster net voorbij.
Even later arriveerden we in het Groninger Museum. Er stonden grote rijen voor de kassa’s, alsof het de laatste kans was om het museum te bezoeken. Een kilometer verderop, in de wijk Paddepoel, stichtten jongemannen brandjes, waarna de toegesnelde hulpdiensten met vuurwerkbommen werden bekogeld. Voor die jongeren is dat het einde.

De volgende dag maakten wij een stadswandeling. Het was de dag dat Groningen zich voorbereidde op het uiteinde. Veel Grunningers gingen er nog even op uit, voor wat laatste inkopen. Een vrouw droeg voorzichtig een gebaksdoos voor zich uit, twee jongemannen sjouwden elk met twee kratjes bier. Ik moest denken aan Vindicat.
We zagen de pindakaaswinkel en de mannenwinkel. ‘Waar heb je zin in?’, vroeg ik G.
Op de Grote Markt stond, net als in het museum, een lange rij, hier voor de Hollandsche Gebakkraam. Drie oudere heren in witte schorten stonden continu gebogen over het vet, drie mollige dames, pakten aan de lopende band grote papieren tassen vol met oliebollen. Onderwijl speelde de Martinito’n boven de hoofden elk kwartier Venite Adoremus. Op tal van plaatsen werd de oliebol vereerd, maar nergens door zovelen als bij die Hollandse bakkers.
We bestelden een kop koffie bij de Drie Gezusters. We hadden blijkbaar de juiste keuze gemaakt, want het meisje, dat onze bestelling opnam, antwoordde: ‘Helemaal goed’. Sterke mannen met tatoeages rolden zwarte kisten met blinkend metalen strippen de zaak binnen. Het bleek de installatie van een dj, die daar later die dag het uiteinde zou inleiden. Buiten sjouwden andere mannen vaten bier de kelder in.

Nadat we ons laatste avondmaal hadden genoten, liepen we tussen geknal van links en rechts naar de Vismarkt, waar een vuurwerkvrije zone was ingericht om het uiteinde te vieren.
Gele hesjes controleerden ons op projectielen en brandhout. We mochten door.
Voor de Korenbeurs stond een reusachtig podium. Veel was er niet te zien, slechts een kleine figuur die achter een draaitafel stond. De man was de veroorzaker van een enorm kabaal, dat begeleid door draaiende schijnwerpers en rookkolommen over de Vismarkt werd uitgestort. Dit moest wel de verkondiging van het definitieve einde zijn. ‘Groningen, dansen!’, riep de man, maar Groningen had niet zo’n zin. De bassen dreunden dusdanig in mijn buik, dat ik vreesde dat mijn dit jaar aangelegde liesmatje zou lostrillen.
De spanning liep op, het kon nu niet lang meer duren. Ik keek regelmatig op mijn horloge. Als kind holde ik vlak voor twaalven nogal eens naar de wc, ‘voor de laatste keer’. 29 Seconden voor het einde werd er op de vismarkt een grote klok op een scherm geprojecteerd en konden we aftellen. Onder luid gejuich bereikten we het einde en vielen elkaar in de armen. Achter de huizen van het plein zochten de vuurpijlen hun weg sissend omhoog.
Nu zijn we zijn alweer op weg naar het volgende einde.