Studeren in de jaren ’70 (20)

Het is 1978. Ik heb er zeven studiejaren opzitten en al meer dan genoeg studiepunten binnen om af te studeren, maar ik kan nog geen afscheid nemen van mijn projectgroep Nieuwegein. Ik wil nog even niet denken aan een baan, ik zou niet weten wat voor een. Wel gaat in het zicht van de haven het tempo terug naar normaal. Alle tijd die overblijft is voor cafébezoek, afspraken met vrienden en feesten. Elk weekend is er wel een feest, waar ik me in het zweet dans op School van Supertramp, onder het muzikale gedreun gesprekken voer over relaties en nieuwe vriendinnetjes leer kennen.

Ik word regelmatig verliefd, maar blijkbaar heb ik een ongelukkige hand van kiezen. Of van gekozen worden. Er zijn vrouwen met een vaste relatie, die mij er wel stilletjes bij willen. Vrouwen die nog aan het afkicken zijn van een vorige relatie. Vrouwen die na het ontwaken veel minder om te zoenen zijn dan de nacht ervoor en vrouwen die een claim op mij willen leggen. Ik geniet van alle contacten maar verliefdheid en onbereikbaarheid lijken onverbrekelijk verbonden met elkaar.
Well I’m running down the road, tryin’ to loosen my load, I got seven woman on my mind. Four that wanna own me, two that wanna stone me, one says she’s a friend of mine.
Take it easy van the Eagles wordt op die feesten veel gedraaid.
Als mijn hoofd weer eens vol zit, bel ik een vriend of vriendin om mijn hart te luchten. Alles wordt besproken. In de mannenpraatgroep heb ik geleerd me onzeker op te stellen. Dat kost me geen moeite, de onzekerheden trekken dagelijks door mijn hoofd. Ik heb een opschrijfboekje bij me om in het openbaar vervoer, in cafés of waar ook mijn gedachten en mijn vraagtekens te kunnen vangen. In de studie psychologie heb ik mezelf leren kennen. Ik kan goed luisteren, ben gevoelig van aard en bang voor risico’s, schrijf ik op.
‘Waarom zou je je aan één persoon moeten binden?’, vraagt een vriend. Het is de tijd van het stellen van waarom-vragen. ‘Zou je niet net zo goed met verschillende vriendinnen en vrienden een goede relatie kunnen hebben?’ Als ik op een feestje ben met vaste stellen die dromen over hun eerste kind, stap ik vroeg op. Ik vervloek hun ideaal als burgerlijk, maar ga ondertussen door met mijn eigen zoektocht. Come on baby, don’t say maybe, I gotta know if your sweet love is gonna save me.

Op een feest van twee projectgroepleden die in Vleuten wonen, val ik na het dansen neer op een matras, dat daar bij gebrek aan stoelen is neergelegd. Ik raak in gesprek met een jonge vrouw met lang donkerblond haar. Haar jurk met tierelantijntjes en spiegeltjes valt tot op haar enkels. Al snel eindigt het gesprek, omdat zij met iemand mee kan rijden naar Utrecht. Haastig wisselen we telefoonnummers uit.
Als ik na een paar dagen bel, is ze niet thuis.
‘Je Ronald heeft gebeld’, staat er op een briefje dat een huisgenote voor haar heeft neergelegd.
Nu, veertig jaar later, zit G. achter mij met haar tablet op de bank.
Lighten up while you still can, don’t even try to understand, just find a place to take your stand and take it easy.