Schrijven, Lezen, Leven.

Tag

Ouderen

0

HAD IK MAAR

Dagelijks

Ze is halverwege de zestig. Haar hele leven bestond uit zorgen, zorgen en nog eens zorgen. Ze had naar de toneelschool gewild, maar dat mocht niet van haar ouders. Het werd een saai baantje in het onderwijs. En nu speelt ze vol overgave toneel.
In het tv-programma Kruispunt kwamen ouderen aan het woord die terugkijken op hun leven. Stel je mocht het leven over doen, zou je het dan anders doen, was de vraag. In een onderzoek onder 1700 ouderen bleek dat meer dan de helft van de ondervraagden zijn leven anders zou inrichten. Het meest genoemde punt van spijt betrof de opleiding. Veel ouderen van nu mochten vroeger niet studeren, ze moesten geld verdienen. Of hun ouders stuurden hen naar een andere opleiding dan zij zelf wilden.
En nu, in de herfst van hun leven, zeggen ze: ‘Had ik maar…’

Als je een trein te laat genomen hebt of als de kapper teveel heeft afgeknipt, dan is het leed te overzien. Het wordt al erger als je een huis gekocht hebt, wat toch niet bevalt. Maar zelfs die keus zou je nog kunnen repareren. Maar als je je hele leven werk gedaan hebt, wat je eigenlijk niet wilde. Of als je decennia lang je ziel en zaligheid hebt opgeofferd voor de PvdA. Tja, wat moet je dan?
Ik weet niet wat bij mij overheerst bij het zien van deze documentaire: de bewondering om het lef waarmee de mensen hun spijt onder woorden brengen of het meeleven met de pijn, die zij hierbij voelen.
Of raakt de documentaire mij, omdat ik geconfronteerd wordt met mijn eigen keuzes?
Aan het einde van de middelbare school twijfelde ik tussen geschiedenis, mijn beste vak, en psychologie. Het werd het laatste. Als ik nu in het jaar van mijn pensionering zie met welke hartstocht ik met zingen en schrijven bezig ben en hoe graag ik met mijn neus in de historische archieven zit, kan ook ik me afvragen of ik andere keuzes zou maken, als ik het leven over mocht doen. Heb ik de juiste richting gekozen? Heb ik mijn talenten voldoende benut?
Deze vragen roepen tegenstrijdige gedachten op. Er schuurt iets in het brein. Psychologen noemen dat cognitieve dissonantie. En net als in de muziek wil je dat de dissonanten oplossen. Daarom komen er in mijn hoofd direct argumenten op, die mijn keuzes ondersteunen: ik heb een mooie loopbaan gehad, met fijne collega’s en met de ruimte om naast het werk een dag voor mijn kinderen te zorgen. Daarnaast had ik de tijd en energie om cabaret te maken en te zingen.
Probleem opgelost. Of niet?

Het zijn confronterende vragen. Want wat doe je als je moet bekennen, dat je eigenlijk liever iets anders had willen doen. Als je ouders de keuze voor jou gemaakt hebben, kan je hen nog de schuld geven. Maar als je zelf hebt kunnen kiezen?
Veel opties om dit conflict op te lossen zijn er niet. Je kunt alsnog proberen om iets in te halen wat je gemist hebt, zoals de vrouw die nu toneel speelt. Of je kunt erin berusten, zoals een aantal ouderen uit de documentaire: ‘het is zo gelopen, zoals het is’.

 

0

ZINGEN TOT HET EINDE

Dagelijks
young-at-heart

Young@Heart

Acht jaar geleden zong ik de Matthaeus Passion bij de Utrechtse Oratorium Vereniging, destijds een groot koor van overwegend bejaarde zangers. Elke repetitieavond werd in de pauze een lange lijst voorgelezen van zangers die ziek waren of in het ziekenhuis lagen.
Rond dezelfde tijd zag ik een documentaire over Young @ Heart, een koor van stokoude Amerikanen die Jimi Hendrix en James Brown zingen. Rock and roll will never die, maar dat gold niet voor de leden. Tijdens de opnamen overlijdt een van de zangers. Daarna zagen we het koor de bus instappen voor een optreden. The show goes on.
Vorige week ontving ik het bericht van het onverwachte overlijden van Femmy, een sopraan van mijn 60plus-koor D’Allure. Ze overleed aan een ernstige hersenbloeding, 71 jaar oud. Enkele dagen daarvoor hadden we nog samen staan zingen. Het was niet te bevatten.
Ook D’Allure stapte in de bus om te gaan zingen. In de afscheidsdienst.

evang-broederg-zeist

Grote Zaal Evangelische Broedergemeente Zeist

Femmy was lid van de Evangelische Broedergemeente in Zeist, een klein protestant kerkgenootschap. Zij woonde met haar man Ben, dirigent in Zeist en tenor in D’Allure, en hun ‘broeders en zusters’ in 18e eeuwse gebouwen bij Slot Zeist.
De Grote Zaal van de kerk is een sobere vierkante ruimte met witte banken en links en rechts een wit koor. Een ruimte van tradities. Er lopen oudere vrijwilligsters, zij dragen een wit kapje op hun hoofd.
De dominee leidt de dienst zittend vanachter een wit beklede tafel als de voorzitter van een vergadering. Hij zit op een voorname zetel met hoge rugleuning.
Tijdens een lezing komt er een stevige bui over. Door de heldere ramen van ongekleurd glas zie ik de bomen woest heen en weer zwaaien. Regen slaat hard tegen de ruiten.
Het leven is niet altijd zonneschijn.
Een dochter leest de levensloop voor. In de Evangelische Broedergemeente speelt muziek een grote rol. Hetzelfde gold voor het leven van Femmy. ‘Muziek zegt soms meer dan woorden, muziek komt direct uit het hart’. Soortgelijke woorden sprak Nicolaus von Zinzendorf, de oprichter van de Broedergemeente. Femmy zong tot het einde van haar leven.
We hadden een paar dagen tevoren een aantal voor mij onbekende, stukken toegestuurd gekregen. Ik vond het protestantse stukken, maar ik kan niet zeggen waarom. In de nacht voorafgaand aan de dienst ging het Father eternal, ruler of creation onafgebroken door mijn hoofd.


Er zijn zo’n 40 zangers. Dat komt goed uit, daardoor kunnen we korisch (om beurten) wegvallen vanwege een brok in de keel. Ik heb zo’n moment bij Doeg Twoi Blazjieg, een heftig stuk, dat door Ben gedirigeerd wordt, terwijl de kist langzaam de kerk wordt uitgedragen.
Zo’n gebeurtenis doet iets met een koor. Het brengt je dichter bij elkaar. Je gaat elkaar vasthouden als om meer leed te voorkomen.

Buiten speelt de blaaskapel van de Broedergemeente gewijde klanken. De blazers dragen handschoentjes zonder vingertoppen. De witte kist met het witte kleed wordt als een lichtend voorbeeld hoog boven de stoet uit geheven door acht jonge dragers in lange grijze jassen. Terwijl het verkeer wordt tegengehouden leidt de blaaskapel de rouwstoet naar het kerkhof, de Godsakker geheten, een grasveld met kaal gesnoeide boomstammen.
De lucht is opgeklaard, de zon net verdwenen. Wolkenflarden in de bleke lucht kleuren licht oranje, het is waterig koud. Het voelt onwerkelijk, daar op de Godsakker, alsof ik meespeel in een film. Tegelijk is er, nog veel meer dan voorheen, het besef van eindigheid: hodie mihi cras tibi. Het zal vaker gaan gebeuren, denk ik. Een stem in mijn hoofd zegt: wen er maar vast aan.

0

EINDEJAARS INTERVIEW

Dagelijks

boom-ouder-wordenU bent dit jaar werkloos geworden…
In mijn jonge jaren noemden we dat baanloos. Ik heb geen baan meer, maar er is altijd voldoende werk te doen ook al krijg je er niet voor betaald.
Volgens sommige wetenschappers zijn zestigers zelfs de gelukkigste mensen. Wij hoeven niets meer en kunnen nog van alles. Ik hoef geen carrière meer te maken, een partner te vinden, enz. En ik heb twee geweldige kleinkinderen, die mij iedere keer om de hals vliegen.
Ik ervaar emotionele rust. Het is gemakkelijker te accepteren als iets anders loopt dan gedacht. De wereld vergaat dan niet.  Al moet ik hier direct aan toevoegen, dat er het afgelopen jaar diverse gebeurtenissen in de wereld zijn geweest die tot een tegenovergestelde gedachte leiden.

U hoeft niet meer zo nodig
Zo zou ik het niet willen formuleren. Je moet altijd streven naar beter, zo ben ik opgegroeid. Zelfs nu denk ik nog regelmatig: later wil ik nog dit of dat. Daar moet ik dan wel mee opschieten, dat weet ik. Ik heb onlangs nog een elektrisch  bedmatje voor mijn voeten gekocht. Kan ik iedereen met koude voeten aanraden. En ik heb  dit jaar een nieuwe fiets gekocht (geen elektrische). Dan vraag ik mij niet af of dit mijn laatste fiets zal zijn. Ik heb genoeg interesses en ambities.

Vandaar dat u zich zo fanatiek op het zingen heeft gestort?
Dat zijn uw woorden.
Toen ik de veertig was gepasseerd, kon ik me al niet meer als lid van de Elfstedenvereniging aanmelden. Ik heb het opgegeven om alle vogelgeluiden te leren kennen. Die beestjes schreeuwen toch altijd maar door elkaar heen. En waarom zou ik aan iets beginnen waar ik de ballen verstand van heb? Ik kan beter iets doen, wat ik al redelijk onder de knie heb. Het grote voordeel van zingen en schrijven is dat je er niet bij hoeft te praten.
En muzikaal gezien zijn er nog zoveel mooie dingen te doen. Mijn ontdekking van het afgelopen jaar is Juditha Triumphans van Vivaldi. Een oratorium met een actueel thema: de christelijke wereld  zegeviert over de Arabieren.
Het lijkt er overigens op, dat er een cultuurafbraak aan komt. Daarom hoop ik  dat minister Henk Krol volgend jaar de subsidies voor de bejaardenkoren (wat eigenlijk een pleonasme is) overeind weet te houden.

ouder-worden-bergmanNog geen tekenen van veroudering?
Ik ben tevreden over mijn gezondheid, al zou ik liever niet van oktober tot april een abonnement op een doorlopende verkoudheid willen hebben. Zangtechnisch is dat geen pré.
Ik merk de  veroudering wel, maar dat is niets nieuws. Het menselijk geheugen neemt na het 10e jaar al af en op mijn 25e ontdekte een vriendin de eerste grijze haar. Ik weet dat de kapper steeds minder werk aan mij heeft. Je wordt er niet mooier op als je ouder wordt.
Er is dit jaar wel iets gebeurd, waarvoor ik me ongelooflijk schaam. Ik heb voor het eerst van mijn leven een aanrijding veroorzaakt. Op weg in de auto keek ik bij een voorrangsweg niet uit, hoorde opeens een klap en een godverdomme en zag toen ik uitstapte een man die nog ongeschonden overeind krabbelde en een dubbel geklapte fiets waar ik met mijn voorwiel overheen was gereden. Het was nog voordat ik aan staar geopereerd werd. Nu heb ik een scherpere blik dan ik me ooit herinner. Maar goed, hoe betrouwbaar is de herinnering?
In tegenstelling tot mijn leeftijdsgenoten drink ik minder alcohol dan voorheen en het vlees laat ik ook meestal staan.

Hoe zo? Bang om eerder dood te gaan?
Ik reken mijzelf nu in ieder geval tot de categorie van mensen, voor wie het leven nog lang mag duren. Ik volg de discussies over de levenseindepil, maar ik kan me er weinig bij voorstellen. Ouderen zijn voor mij anderen.

4

ZINGEVING OP KERSTAVOND

Dagelijks

kerstbalAan het begin van de avond schuifelen de bewoners achter hun rollator naar een gemeenschappelijke ruimte. Blijmoedige vrijwilligsters duwen patiënten in rolstoelen en bedden naar een plekje in de volle zaal. Stramme bewoners, begeleid door familieleden, zoeken met een versteende blik naar een plaats. Op de eerste rijen zitten de dames in hun mooiste bloemetjesjurk, het grijze haar vers gepermanent, het boekje van de dienst in hun rimpelige handen vol aderen.

Op de vooravond van Kerstmis zingt ons kamerkoor Decibelle kerstliederen in een verpleeghuis in Utrecht, het Albert van Koningsbruggenhuis. We verzorgen de muziek in een  kerstdienst voor alle geloven.
Als wij binnenkomen steken wij de kaarsen op het altaar aan. We zingen Es ist ein Ros entsprungen.
De pastor, die zelf ook in een rolstoel zit, heet alle bewoners welkom. Hij rijdt zeer behendig over een plankier het altaar op. Alsof hij het levende bewijs is, dat je niet naar je beperkingen moet kijken, maar naar je mogelijkheden.
De dominee leest uit de bijbel en spreekt de bewoners toe. Dat het leven in het verpleeghuis niet gemakkelijk is, omdat het in het teken staat van afscheid nemen. Afscheid van gezondheid, afscheid van je dierbaren, in het licht van je eigen eindigheid. Zij benoemt dat dit leven eenzaam kan zijn. Dat er vragen naar de zin van het leven naar boven komen. En zij verbindt deze ervaringen met de boodschap uit het Evangelie. Dat wij er voor elkaar zijn en dat we elkaar kunnen helpen.
Dan staat ons koor op en zingt vierstemmig Nu sijt wellekome.
Het is niet goed te peilen hoe de bewoners de dienst ervaren. Sommigen houden hun ogen gesloten, de mond een beetje open. Anderen zingen zachtjes mee. Eén mevrouw roept herhaaldelijk: ‘Waar moet ik nu naar toe?’. Dan komt er snel een opgewekte vrijwilligster die een arm om haar heen legt. Een andere bewoonster zit hardop te huilen, waarop haar buurvrouw haar ergernis niet meer kan inhouden en uitroept: ‘Ga dan naar huis toe!’ Wij zingen Komt allen tezamen.
Na afloop van de dienst gaan de grote lichten weer aan en is er voor ieder warme chocolademelk en een plakje cake. De zaal stroomt al snel weer leeg.

kerststukjeHet lijkt een altruïstische daad om deze diensten met gezang op te luisteren. Maar voor de meesten van ons hebben deze diensten ook een betekenis. Velen zijn jaren geleden van hun geloof gevallen en gaan niet meer naar de kerk. Via deze achterdeur kunnen we nog een spirituele inhoud geven aan het Kerstmis van de grote Coca Colatrailer, de cadeautjes en de nostalgische sneeuwplaatjes. Zo hebben we ons eigen moment van overdenken. Bezinning op onze eigen zorgen, op de zin die wij aan ons leven geven, of op de vraag hoe wij zelf over 25 jaar oud zouden willen zijn.

Enkele jaren geleden werd de pastor wegbezuinigd uit het Albert van Koningsbruggenhuis. Vorig werd de gehele dienst Geestelijke Verzorging op deze locatie opgeheven. Daarmee kwam er een einde aan onze optredens in dit verpleeghuis.
Om niet in een gat te vallen zijn we zelf op zoek gegaan naar een alternatief. We omlijsten nu de kerstmaaltijd in het Bartolomeus Gasthuis in Utrecht. Dat is iets minder spiritueel, maar de waardering van de bewoners is net zo onpeilbaar.
Toen ik vanavond na het optreden naar huis fietste hoorde ik op van meerdere kanten het luiden van kerkklokken.
Kerstmis kan beginnen.

1

DE BROEK VAN DE OUDERE WERKLOZE

In het nieuws

oudere werklozeIn Trouw, de krant van Ouder Nederland, woedde een discussie over werkloze 60-plussers. Het was natuurlijk een socioloog, die de knuppel in het hoenderhok gooide. Jan Cremers van de universiteit van Tilburg nam het op voor de oudere werkzoekende. Het moet, aldus Cremers,  maar eens afgelopen zijn met het frustrerende circus van de zinloze sollicitatieplicht en de wekelijkse vernedering vanwege de zoveelste afwijzing. Gesteund door het CNV pleitte hij voor een Generaal Pardon. Voor minder doen we het in dit land meestal niet.
Andere deskundigen erkenden dat enige coulance voor de oudere werkloze gewenst is, maar argumenteerden dat een Generaal Pardon zal leiden tot ongewenste neveneffecten. Werknemers gaan het als een recht zien en werkgevers zullen op nog grotere schaal ouderen in de WW dumpen.
Politiek Den Haag riep eenstemmig, dat  het niet nodig is om oudere werklozen ‘achter de broek aan te zitten’ en dat maatwerk gewenst is. Dat laatste is in den Haag een oplossing voor vele kwalen.

Ik weet waar het over gaat. Sinds twee jaar ben ik gedeeltelijk werkloos en sinds deze week geheel. Ik ontvang WW en als tegenprestatie doe ik elke week een sollicitatieactiviteit. Dat zijn de regels van het spel en ik speel dit met gepaste tegenzin mee. De beslissers van het UWV zijn tenslotte ook maar gewone werknemers, die blij zijn, dat ze een baan hebben.
Regelmatig verstuur ik sollicitaties, ook al weet ik dat mijn geboortejaar 1952 alle argumenten om mij uit te nodigen in één keer onderuit haalt. Ik heb al een mooie verzameling aangelegd van redenen om mij af te wijzen.

Ik heb echter niet het idee, dat het UWV mij achter de broek aan zit. Mijn laatste telefonisch gesprekje dateert van najaar 2014. Daarnaast is er nog de uitlaatklep van de netwerkcontacten. Een netwerkcontact geldt als sollicitatieactiviteit, dus nu u, lezer, weet dat ik op zoek ben naar werk kan ik uw naam als netwerkcontact opvoeren.
Het lijkt er derhalve op dat het coulancebeleid reeds wordt uitgevoerd, al wordt dit niet zo genoemd. Dat kan je met gedogen immers beter niet doen.
Ik heb nog verplicht een groepscursus solliciteren bij het UWV gevolgd. Dat is een van de stimuleringsmaatregelen van minister Asscher. Hij heeft er 67 miljoen in geïnvesteerd. In mijn groep was snel duidelijk, wie echt op zoek was naar een baan en wie het wel wilde uitzingen tot zijn pensioen.
Het UWV zou er goed aan doen zich te concentreren op de eerste groep. Laat mensen die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen, dat rustig blijven doen.

AsscherVorige week schreef Trouw over het onderzoek ‘kansrijk arbeidsmarktbeleid’ van het Centraal Planbureau. Niet de werkzoekende, maar minister Asscher en het UWV krijgen hier ongenadig voor de broek.  Alle denkbare maatregelen om werklozen aan een baan te helpen blijken zo goed als zinloos te zijn. Baanvindbonussen, kortingen voor werkgevers, jobcoaching, verplicht solliciteren: het helpt allemaal niets. De enige maatregel die nog enig gewicht in de schaal legt is de verlaging van het wettelijk minimumloon. Dààr hebben de besparingslustige werkgevers nog wel oren naar. Voor minder doen zij het niet.
De uitkomsten van het CPB-onderzoek verbazen mij niet. Als het aantal banen niet toeneemt, kan je werklozen kontjes geven waar je wilt, een baan vind je er niet mee.
Asscher, de minister die altijd schuin uit zijn ogen kijkt alsof hij razendsnel nadenkt over de oplossing voor het eerstvolgende probleem, laat zich echter niet uit de wind slaan. Hij brengt nu zijn zwaarste geschut in. Niemand minder dan John de Wolf, ooit een meedogenloze verdediger bij Feyenoord, die voor niemand aan de kant ging, wordt het boegbeeld van een nieuwe arbeidsmarktcampagne.
Er is dus nog hoop voor de oudere werkloze.

0

DE EINDIGHEID DER DINGEN

Dagelijks

geraniumsAfgelopen dinsdag was het zover.Ik deed mijn laatste klus. Het schrijven van een verantwoording voor een subsidie van de gemeente Houten.  Ik ruimde nog wat laatste spullen op. Documenten over opleidingsactiviteiten. Offertes en nota-opdrachten voor cursussen en presentaties.Op LinkedIn verving ik mijn werkadres door mijn privéadres.Ik bracht enkele ordners naar mensen die mijn taken overnemen.Tijdens dit alles was ik me er continu van bewust: dit is mijn laatste werkdag. Na 36½ jaar.Het voelde vreemd, maar ook niet meer dan dat. De betekenis wilde nog niet erg doordringen.
Ik bracht een paar laatste verbeteringen aan in de uitnodiging voor mijn afscheid en gaf door hoeveel verlofdagen ik nog over heb. Die schenk ik de instelling.Daarna maakte ik een ronde langs de collega’s. Ze wilden allen weten, wat er op dat moment door mij heen ging. Het voelt onwezenlijk, antwoordde ik, maar het is wel goed zo.Sommigen raakten een verkeerde snaar (‘oh heerlijk voor altijd vakantie vieren’), zoals er ook  wenskaarten zijn met teksten als ‘Stoppen met werken? Begin met genieten!’ met bijpassende foto van twee ligstoeltjes aan de vloedlijn. Of nog erger: ‘Geniet van je verdiende rust!’.

Ik kon geen afscheid nemen van mijn kamer. Ik liep nog maar eens nutteloos rond en inspecteerde de boel, zoals ik dat doe als ik een hotelkamer achterlaat. Is er iets op de grond of achter een kast blijven liggen?Ik keek uit het raam en prentte het uitzicht in mijn geheugen. Checkte een laatste keer mijn mail, alsof ik  hoopte op een nieuw bericht. Tenslotte schakelde ik de pc uit, trok mijn jas aan, pakte de tassen met persoonlijke bezittingen en knipte het licht van de kamer uit. Ik zou er langer over hebben willen doen. Om het unieke van het moment te voelen. Maar het unieke bleek ongrijpbaar.
Pas toen ik de buitendeur voor de laatste keer achter mij dichttrok, kwam er brok in mijn keel.
Ik vond het niet prettig in mijn eentje weg te gaan.

Toen ik het contact van de auto omdraaide, klonk er direct en veel te hard een klassieke mars uit de luidsprekers. Was dit een afscheidsmars?.
Opeens waren er toen tranen, in die kleine, afgezonderde ruimte. Maar waarvoor eigenlijk?
Het verdriet mij niet dat ik ‘s morgens niet meer op de fiets zal stappen om nog eens een beleidsdocument over de jeugdzorg te schrijven of de stukken voor de zoveelste vergadering door te nemen.
Ik ben al sinds 2013 bezig geweest om mijn werk af te bouwen. Vanaf die tijd is het relativeren begonnen. Het was prettig om langzaam te minderen, maar er moet eens een einde aan komen. Overgangen horen bij het leven. ‘Ieder einde brengt een nieuw begin’, is een tegeltjeswijsheid, net als ‘afscheid nemen bestaat niet’.
Het is ook niet dat ik me uitgerangeerd voel of een tweederangs burger. En het is zeker niet zo, dat ik moet nadenken over wat ik zal gaan doen. Dus waarom dan tranen?
Ach, het zal de weemoed zijn om de eindigheid der dingen. Een optreden, een bestuursfunctie, een vakantie, kinderen in huis, aan alles komt een keer een eind. Zelfs aan V&D.
Ik heb op feesten en partijen nog wel eens een act opgevoerd als overgangsbegeleider. Nu mag ik mezelf onder handen nemen.
Thuis, bij de voordeur, met een paar sleutels minder aan mijn sleutelbos, was er weer die brok in mijn keel. Die verdomde deur, symbool van de overgang.

0

“BOZE 60-plusser SNAKT NAAR PENSIOEN”

Dagelijks

time-is-gold-1215479De bovenstaande kop stond laatst op Teletekst. Daaronder stond het volgende bericht.
“Veel zestigplussers halen maar met moeite hun pensioen. Uit onderzoek blijkt dat 7 op de 10 oudere werknemers tenminste één langdurige ziekte, aandoening of handicap hebben.”
“Veel mensen zijn kwaad over het verhogen van de pensioenleeftijd. Zij zien dit als een groot onrecht: 44% van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan boos of zeer boos te zijn”, aldus de onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.
Wat is hier aan de hand?
Dat burgers boos zijn, mag geen nieuws meer heten. Wie is er tegenwoordig niet boos?
De 60-plussers zijn boos, omdat zij erop gerekend hadden eerder te kunnen stoppen met werken. Hun 2-3 jaar oudere collega’s konden er op hun 62e nog met een mooie regeling uit. Maar wie na 1950 geboren is zag eerst de fiscale voordelen van het eerder stoppen  verdwijnen. Daar kwam de stapsgewijze verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar nog eens bovenop. Dat vinden zij niet rechtvaardig.
Tja.
Ik had ooit een parttime werkende collega, voor wie de donderdag geen werkdag was. Zij vond het niet eerlijk, dat haar collega’s wel op Hemelvaartsdag vrij waren. Dus kende zij zichzelf een andere dag in die week een vrije dag toe.
Het leven is niet altijd rechtvaardig. Was de grens voor de pensioenverhoging niet bij 1950 gelegd, maar bij 1955, dan waren de 55-plussers boos geweest.

Ik ben 60-plusser, maar ik ben niet boos. Tenminste niet over mijn pensioenleeftijd. Zoals het er nu naar uitziet haal ik niet ongeschonden mijn pensioendatum. Door een reorganisatie ben ik binnenkort overbodig.  Misschien zouden de boze 60-plussers dat ook wel willen. Zijn ze niet alleen boos, maar ook nog eens jaloers.
Ik begrijp hun boosheid echter heel goed. Ik kan zelf ook niet tegen onrechtvaardigheid. Is er geen sprake van gelijke behandeling, dan kom ik in het geweer. Bijvoorbeeld toen onze zoon door procedurefouten op de openbare basisschool van onze keuze werd afgewezen. In zo’n geval haal ik alles uit de kast om de onrechtvaardigheid bloot te leggen. Dan schrijf ik pagina’s vol met overtuigende argumenten.
Niet dat het veel helpt overigens. De fout kon niet meer goed gemaakt worden. De excuses die we na twee jaar procederen van het College van B&W ontvingen waren slechts een schrale troost. Maar het verweer had wel geholpen bij het kanaliseren van de boosheid.

Voor sommige ouderen is doorgaan met werken een zegen.
In dezelfde tijd als het Teletekstbericht schreef Trouw over Henk Kluver uit de Achterhoek.
Henk is 93 jaar en al tachtig jaar aan het werk. De laatste jaren werkt hij weliswaar nog maar halve dagen, maar toch. Elke morgen gaat hij weer naar zijn fietsenfabriek. Ooit biesde hij fietsen, nu werkt hij in het magazijn of bij de serviceafdeling.
Dirigenten, schrijvers, professoren: er zijn meer gedreven vaklieden die doorgaan tot Magere Hein op de deur klopt. Zij zijn voor eeuwig verbonden met hun werk.
Hoe Henk dit zo lang vol heeft kunnen houden? Humor helpt, zegt Henk, en een open geest, altijd in zijn voor nieuwigheden. Maar, zegt Kluver, mensen moeten zich niet aan hem spiegelen. Van een unicum moet je geen regel maken. Ieder moet voor zich weten, wat hij wil.
Er is één geluk voor de boze 60-plusser. De tijd gaat sneller als je boven de 60 bent. Voor je het beseft heb je je pensioen bereikt.

0

EEN SERIEUZE KWESTIE

Dagelijks

Ik heb eens een vijftiger horen zeggen: “als ik 75 ben, dan heb ik lang genoeg geleefd. Dan is het mooi geweest”.
Wie niet wil afwachten tot de dood hem overkomt, moet zelf actie ondernemen.
Het aantal verzoeken om euthanasie vanwege ‘een voltooid leven’ is erg klein, maar het neemt wel toe. Het gaat bijvoorbeeld om ouderen die blind zijn of in een rolstoel zitten en die afhankelijk zijn van de hulp van anderen. Of het gaat om mensen die door lichamelijke beperkingen nauwelijks meer het huis uit komen en zich erg eenzaam voelen.
Wil je in zo’n geval hulp, dan wend je je in Nederland tot een arts.
Veel artsen hebben moeite met euthanasie vanwege een voltooid leven. Het gaat immers niet om een patiënt, die ondragelijk lijdt en niet lang meer te leven heeft. Strikt genomen valt de vraag om euthanasie vanwege een voltooid leven niet binnen de regels van de wet. Het is niet alleen of zelfs maar in beperkte mate een medische vraag. Moet een arts dan beoordelen of dat leven nog de moeite waard is?
Columnist en geriater Bert Keizer spreekt in Trouw zijn twijfel hierover uit. Tegelijkertijd vraagt hij zich af: ‘aan wie moet zo iemand het dan vragen?’.
Een terechte vraag, al zou hieronder de gedachte kunnen liggen, dat er dan een andere hulpverlener klaar moet staan.
Een oplossing voor dit probleem werd in 1991 voorgesteld door de jurist Drion: een pil, waarmee mensen van 75 jaar en ouder in staat worden gesteld om op humane wijze en op een zelfgekozen tijdstip een einde te maken aan hun leven. Zo’n middel versterkt de autonomie van ieder mens en verkleint de afhankelijkheid van artsen.
De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde (NVVE) wil gedurende drie jaar een proef met de verstrekking van een levenseindepil. Doel van de pilot is om te bepalen onder welke voorwaarden deze pil verstrekt zou kunnen worden.
Tegenstanders zeggen, dat het beter is om angst, somberheid of eenzaamheid aan te pakken en dat het verlangen naar de levenseindepil voortkomt uit angst voor aftakeling en pijn. Lijden hoort bij het leven en je moet niet proberen om via euthanasie daaraan te ontkomen. Bert Keizer vindt dit argument ‘bloedlink’. ‘Ik ken op de eerste plaats niemand die erin slaagt om te leven zonder te lijden en zou niet durven zeggen, dat daar aan het eind nog een bepaalde portie bij moet om de zaak netjes af te ronden’.
Ik vraag me af wat de rol van de familie gaat worden als er zo’n pil is. Hoe zou het voor nabestaanden zijn als moeder tijdens een eenzame kerst in haar eentje besloten heeft om er tussenuit te piepen? Zouden ze zeggen: ‘ze was oud en wijs genoeg’?
Omgekeerd zou je je ook kunnen voorstellen dat familieleden, voor wie de verzorging van moeder thuis te zwaar wordt, een proefballonnetje oplaten over die pil. Of erfgenamen die het geld hard nodig hebben. Of een ziekenhuis, dat door zijn budget voor behandelingen heen is.
Econoom de Kam stelde laatst vast, dat de pil van Drion de zorg betaalbaar kan houden: ‘Het klinkt cru, maar wanneer ouderen in de toekomst vaker voor een zelfgekozen einde opteren, blijft de zorg voor wie zo’n pil afwijzen beter betaalbaar’.
Kunnen we dan nu vast even noteren wie zich wil opofferen?
Zou er een levenseindepil zijn, dan nog zou ik niet de neiging hebben om er al vast een te reserveren. Ik weet absoluut niet hoe ik in het leven sta als ik 75 ben (als ik dan nog leef, ik klop het maar even af).
Toen mijn moeder 98 was, zei ze vaak: ‘ik hoop dat je ook zo oud mag worden’, om er na een paar tellen aan toe te voegen: ‘in goede gezondheid’. De definitie van wat goede gezondheid is, had zij in de laatste tien jaar van haar leven dramatisch aangepast. Terwijl haar geheugen haar ernstig in de steek liet, haar oren en ogen sterk achteruit waren gegaan en zij in een instelling een zittend bestaan leidde in afwachting van de volgende maaltijd, wilde ze nog wel 100 jaar worden.
Ik weet niet of zo’n aanpassing mij zou lukken.

0

IS DAT WEL GOED VOOR U?

In het nieuws
Het tijdschrift Zorg+Welzijn luidde vorige week de noodklok: Steeds meer alcoholverslaving onder ouderen. Huisarts en Wetenschap bericht: ‘de frequentie van het alcoholgebruik onder 55-plussers is gemiddeld hoger dan onder jongeren, en zij drinken ook vaker dagelijks. In 2008 gebruikte 71% van de 65-plussers per dag meer dan 1 glas alcohol.’
Weg dus met al die zorgen om comazuipende jongeren en overlast van laveloos jongvolk in het uitgaanscircuit. Dat is klein bier vergeleken met al die glaasjes die ouderen vaak in stilte achteroverslaan.  Het zijn nu eens de ouderen die onze aandacht verdienen!
Het alcoholgebruik per oudere neemt ook nog eens fors toe. Ouderen hebben tijd en geld. Daarnaast zijn er ouderen die drinken om de eenzaamheid te verdrijven of om te ontsnappen aan gezondheidsklachten of andere problemen.
Wij 55-plussers drinken er dus lustig op los. Artsen vinden dit riskant. Een senior is namelijk door een verminderde werking van organen juist minder goed tegen alcohol bestand. Ook de combinatie van alcohol en medicatie kan verkeerd uitpakken. Gebruik je als oudere teveel alcohol dan kan dat leiden tot een veelheid aan lichamelijke klachten. Je komt eerder op je snufferd terecht (botbreuken) en – last but not least – je gaat eerder dood.
 
alcohol en ouderen
 
Gezondheidsvoorlichters raden ouderen daarom aan om niet meer dan 7 glazen per week te drinken en maximaal 2 of 3 glazen per keer. Volgens anderen is dit nog te veel. Kom daar maar eens mee aan bij de biljarttafel in de dorpskroeg of de kaarttafel op de ouderensoos.
Artikelen over alcoholgebruik onder ouderen eindigen steevast met aanbevelingen om de signalering van overmatig gebruik door ouderen te verbeteren en vroegtijdig in te grijpen. Na het ethisch appèl van de Blauwe Knoop is er nu het gezondheidsappèl.
Bij mij roepen deze artikelen twee vragen op.
1.    Is het erg dat ouderen meer alcohol gebruiken dan strikt genomen goed is?
Als iemand op latere leeftijd door de drank zijn huwelijk verwoest, zijn kinderen nooit meer ziet en eenzaam drinkend ten onder gaat, dan lijkt me dat reden om hulp aan te bieden. Maar wat te denken van een oudere, die 3 glazen per dag drinkt, geen enkele overlast geeft, maar door het drinken wel eerder ziek wordt en eerder dood gaat? Geeft dit aanleiding voor een stevig gesprek?
Misschien zouden we in dit geval wel het rijbewijs moeten afpakken.
2.    Is vroegtijdig ingrijpen haalbaar?
De zegeningen van de alcoholpreventie zijn beperkt. Over de resultaten van het voorkómen van verslaving onder ouderen heb ik helemaal niets kunnen vinden. In zijn algemeenheid is bekend, dat je via voorlichting kennis kunt overdragen. Daarom is het zinvol om ouderen te vertellen dat hun lichaam minder goed bestand is tegen alcohol.
Kennis alleen echter leidt niet tot gedragsverandering. Elke roker weet dat hij een grotere kans heeft op longkanker en een korter leven. Toch roken mensen door. Zo zijn er ook ouderen die in volle bewustzijn ervoor kiezen om meer te blijven drinken dan goed voor hen is.
Ten aanzien van de rol van de huisarts in de vroegtijdige signalering wil ik nog een vraagteken plaatsen. Uit een enquete van Medisch Contact bleek, dat 60% van de huisartsen niet naar het alcoholgebruik van de patient vraagt, ook als de klachten er wèl aanleiding toe geven. De reden hiervan laat zich raden. Bijna 90% van de huisartsen lust zelf graag een borrel.
Voor wie zijn alcoholgebruik wil testen volgt hieronder een veelgebruikte vragenlijst voor eerste screening. Beloon jezelf na het invullen met een lekker kopje kruidenthee. Met een slagroomgebakje.
1 Hoe vaak drinkt u alcoholische dranken?
(0.0) Nooit
(0.5) 1x per maand of minder
(1.0) 2 tot 4 x per maand
(1.5) 2 a 3 x per week
(2.0) 4 x of vaker per week
2 Hoeveel alcoholische dranken gebruikt u op een typische dag waarop u alcohol drinkt?
(0.0) 1 of  2
(0.5) 3 of 4
(1.0) 5 of 6
(1.5) 7 tot 9
(2.0) 10 of meer
3 Ergert u zich wel eens aan mensen die opmerkingen maakten over uw drinkgewoonten?
(0.0) Nee
(1.0) Ja
4 Voelt u zich wel eens schuldig over uw drinkgewoonten
(0.0) Nee
(1.0) Ja
5 Drinkt u wel eens ’s ochtends alcohol om de kater te verdrijven?
(0.0) Nee
(1.0) Ja

 

Score: tel de punten die voor het gekozen antwoord staan op. Een score van 2,5 of hoger duidt op mogelijk problematisch alcoholgebruik. Neem dan contact op met je huisarts. Je kunt op zijn minst ervaringen uitwisselen.
0

GAAN WE ACHTERUIT?

In het nieuws
 
Het regende deze week en het was koud. Het Nederlands elftal verloor weer eens en uit de krant kwam er een stroom van slecht nieuws over oorlogen, aanslagen en ontheemden. Rusland bedreigt Europa en IS wil  het Westen een kopje kleiner maken.
Het lijkt wel of het steeds slechter gaat met de wereld.
Ik zag weinig redenen om te zingen of grappen te maken. Terwijl dat nu juist de dingen zijn, die ik graag doe.
We zijn over het hoogtepunt van de welvaart heen, denk ik wel eens. Onze generatie heeft een mooie tijd meegemaakt. Een tijd van groeiende welvaart en meer vrijheid. Van meer zeggenschap en meer vrije tijd. Van huizen die drie keer in waarde zijn gestegen.
Maar nu gaan we de andere kant weer op.
Zo maalde het nog een tijd verder in mijn hoofd.
Ik vroeg me af of er werkelijk sprake is van een toename van ellende  of dat het met mijn leeftijd te maken heeft? Komen deze negatieve gedachten wellicht eerder op als je ouder wordt?
Als je het leven ziet als een berg, dan ben ik als zestiger onmiskenbaar weer aan het afdalen. Dan kijk je wat vaker om en denk je aan de mooie dingen die je beleefd hebt. Je haalt met vrienden herinneringen op. Vroeger was het nieuwer, spannender, beter…
Nu zie ik een dalende lijn voor me. Ik hoor in mijn omgeving over ernstige ziektes. Ik moet nog even niet denken aan wat mij te wachten staat. Als jongere heb je een doel voor ogen, je wilt wat bereiken. Maar als je kinderen het huis uit zijn en je pensioen bereikt is, wat…
Ho. Stop.
Ik roep mijn gedachtenstroom over de achteruitgang en de ouderdom een halt toe.
Als er één ding beter is dan vroeger, dan is het de gestegen welvaart en de verlenging van de levensverwachting. Wat Henk Krol in zijn ribbroek ook mag beweren, ouderen hebben het nu beter dan een paar generaties terug. Toen waren de mensen blij als ze de 65 haalden. Ze werkten door tot aan hun dood. Nu hebben we na onze pensionering gemiddeld genomen nog zo’n twintig jaar te gaan. Twintig jaren die we zelf kunnen invullen.
We hoeven ons niet te laten opsluiten in een ouderendorp in Florida met acht golfbanen, veertien zwembaden, twaalf bioscopen en een veelvoud aan beveiligers.
Je kunt jezelf nieuwe doelen stellen, persoonlijk en maatschappelijk. Je kunt nieuwe dingen leren en vanuit je levenservaring bijdragen leveren aan maatschappelijke doelen. In de Trouw stond deze week het verhaal van een dominee die na een lang werkend leven een opleiding tot seksuoloog had gevolgd en nu echtparen hielp bij sexproblemen. God heeft de mens immers ook met geslachtsdelen geschapen.
Wat je ook doet, je kunt als oudere wat kalmer aandoen en wat vaker op vakantie.
Er is minder druk in de derde levensfase. Je hoeft je niet meer te bewijzen. Veel ouderen kunnen meer genieten en tegenslagen gemakkelijker opvangen. Ouderen zijn vaak milder. Zelfs bij de conservatieve kardinaal Simonis, wiens missie het was om de katholieken in Nederland weer aan de orthodoxe regels van de kerk te onderwerpen,  zag ik tijdens een televisie-interview een milde kant.
Ouderen kunnen tegen een stootje. Dat depressie en somberheid bij de ouderdom horen is een mythe.
Kortom, als je ouder wordt is er genoeg te zingen en te lachen.
Vorige week zei mijn kleindochter van vier tegen een wildvreemde vrouw op straat, zonder enige inleiding of aankondiging: ‘ik heb wel een beetje een gekke opa’.
Buiten regent het nog steeds. De kou is het huis in getrokken.
De radio bericht over oplopende spanningen in Israël. Politici slagen er maar niet in om afspraken te maken die de opwarming van de aarde tegengaan. In Zweden is een asielzoekerscentrum in de fik gestoken. Vorige week werden er veel dichterbij huis, in Woerden, vuurwerkbommen naar een opvangcentrum gegooid. 
Het ziet er echt naar uit dat het slechter gaat in deze wereld. Of ik nu ouder word of niet.