In Nederland leven op dit moment 1,5 miljoen honden, 2,8 miljoen katten en 8,5 miljoen vrouwen. Het houden van vrouwen is dan ook populairder dan ooit. Dat is niet verwonderlijk: de gemiddelde vrouw heeft een prettig karakter. Zij is sociaal, lief en kan uitstekend zorgen. Toch blijken er in de praktijk nog een hoop vragen te zijn rond het houden van vrouwen:
Is iedereen geschikt voor het houden van vrouwen?
Heeft een vrouw leervermogen en is zij te trainen?

De bovenstaande regels zijn niet van mij, maar van Myrthe van der Meer. Met één verschil. Ik heb overal vrouw ingevuld waar zij het woord man gebruikt.
Van der Meer schreef het boek Het houden van mannen – veldgids voor de praktijk. Voor de Volkskrant mocht zij een voorpublicatie schrijven. Het is een vorm van satire die mij even deed glimlachen, maar die al halverwege het artikel begon te vervelen. Wat mij verbaasd heeft is dat het boek geen weerwoord heeft opgeroepen. Want stel dat een man een boek geschreven had over de aanschaf van een vrouw, wat zou er dan gebeurd zijn?

De Britse journalist Peter Lloyd schreef Stand by your manhood, a survival guide for the modern man. Daarin betoogt hij dat mannen in de huidige maatschappij steeds meer achtergesteld worden. In een interview in Trouw zegt hij:
‘Mannen zijn minder goed opgeleid dan vrouwen. Ze zijn vaker dakloos en werkloos. Vaker slachtoffer van geweld. Plegen vaker zelfmoord’.
Lloyd trekt ten strijde tegen feministen, die zijn inziens niet strijden voor gelijke rechten, maar voor een bevoorrechte positie voor vrouwen: ‘Bijvoorbeeld toen er eens werd opgeroepen om evenveel vrouwen als mannen in het leger te krijgen. Welnee, riepen de feministen, vrouwen horen niet te vechten en te sterven aan het front. Maar wacht even: mannen soms wel? Intussen willen de feministen dat er meer vrouwen komen in de directies van grote bedrijven. Maar heeft u ooit gehoord dat er óók quota moeten komen zodat er evenveel vrouwen als mannen werken bij de vuilophaaldiensten?’

Ik hou niet zo van polarisatie, dus laat ik de zaak positief benaderen: het is goed dat er over emancipatie geschreven wordt, steeds opnieuw. De ontwikkelingen gaan door.
Tijdens de feministische golf van de jaren zeventig werd ik mij bewust van de achterstelling van vrouwen en van de reductie van vrouwen tot lustobject. De man was de oorzaak van dit onrecht en ik voelde mij er diep schuldig om. Ik liep daarom met een button met een mannenteken, waarop de schuin omhoog staande pijl was vervangen door een slap omlaag hangend exemplaartje. Ik leerde breien en zette mij aan het strijken. Toen wij later kinderen kregen verdeelden we keurig de huishoudelijke en verzorgende taken. Dat stemt mij tevreden. Het pijltje mag weer omhoog.
Sinds de zeventiger jaren is er het een en ander veranderd. Ik weet echter niet of het op dit moment de goede kant op gaat.
In de speeltuintjes waar ik met mijn kleinkinderen kom zie ik evenveel vaders als moeders. Maar er blijven verschillen. De vaders in de speeltuintjes zijn vooral met hun smartphone bezig. De moeders kletsen met elkaar of ze letten op hun kinderen.
Kijk ik naar het speelgoed dat voor kinderen te koop is, dan krijg ik het benauwd. Nergens is het verschil tussen de seksen groter. Alles voor meisjes is roze en popperig.
Ook in het onderwijs nemen de verschillen toe. Meisjes doen het beter dan jongens. Meer dan de helft van de studenten aan de universiteit is vrouw. Het kan niet anders dan dat dit gevolgen gaat hebben.