Deze kat komt in dit stuk niet voor

Onze tuin lijkt in trek bij de dieren. Na het bijenvolk van vorig najaar en de postduif van deze zomer hadden we onlangs het onverwachte genoegen van een volgende lieftallige gast.
Dit verhaal begint met K., de poes van onze achterburen en, voor alle duidelijkheid, daarmee bedoel ik niet de onverwachte gast, integendeel. Teruggekomen van onze vakantie constateerden we deze zomer dat deze kat ons toch al niet fraaie gazonnetje had uitgekozen tot openbare plek om haar darmen te legen. Nadat wij tenminste zes, inmiddels in de zon opgedroogde, hoopjes hadden verwijderd dacht K.: ‘Ha, er is weer ruimte’ en legde heimelijk in het holst van de nacht haar volgende drol.
Zou het beest een achteraf stukje grond onder een boom hebben uitgekozen en haar behoefte keurig hebben begraven, dan zouden we er minder moeite hebben gehad. Maar nee, dit mormel wilde blijkbaar een statement maken door de restanten van haar peperdure delicatessenvoer midden in de tuin achter te laten. Want zo’n kreng is het wel. Het beste is nog niet goed genoeg voor K. en ondertussen wel asociaal en schaamteloos de buurt onderschijten. Huisdieren lijken vaak op hun baasjes.
Tja, dan moet je iets.
Eerst strooide ik maar eens driftig met de peperbus, zo’n operatie mocht wat kosten. Maar na het eerste regenbuitje was dit effect verdwenen. Daarna spande ik een net over het grasveldje.
Die maatregel werkte goed uit. Mevrouw durfde niet het risico aan om met haar tere pootjes in het net verward te raken. Tenminste aanvankelijk, want na een maand had K. haar angst overwonnen en lag er een grote, bruine hoop op het net.
Ik begon mijn hersenen te pijnigen over andere oplossingen. Van nachtenlang waken met een emmer water bij de hand tot high-tech solutions met drones. Uiteindelijk spande ik op 10 centimeter hoogte een touw rond het gazon en hing het net erover heen. Het was nu niet meer mogelijk om over het net te lopen. Opnieuw hoefden we een maand lang geen stront te ruimen.
Totdat onze onaangekondigde gast langskwam.
Op een morgen vonden we een egel, die zich compleet in het net had vastgedraaid. Zijn stekels, zijn kop, zijn poten, alles was keurig ingepakt als voor een lange reis. Het bood ons de gelegenheid zo’n beestje eens goed van dichtbij te bekijken. Hij had lieve kraaloogjes en een grappig donker snuitje. Gewillig liet hij toe dat wij heel voorzichtig het net rond zijn stekelige lijfje losknipten. Met nog een paar restanten tussen zijn stekels schuifelde hij de struiken weer in.
Als een visser herstelde ik mijn net en spande het weer over de touwen.
Vorige week zat er opnieuw een egel verward in de mazen, ditmaal een kleiner exemplaar. Egels zijn bijziend, las ik. Dat weerhoudt een volwassen mannetje er niet van om één tot drie kilometer per nacht af te leggen. Wie weet wat er ’s nachts allemaal door de tuin banjert.
Ik moest denken aan Marian Thieme. En aan de leeuwenwelp in Westbroek. Die dag heb ik onmiddellijk de gehele touw- en netconstructie opgeruimd en het grasveld weer vrijgegeven.
De emmer water staat nog steeds klaar.