Een schouwburg is, aldus de Dikke van Dale, ‘een gebouw ingericht voor het geven van toneelvoorstellingen’. Je gaat er naar toe om te kijken. Een schouwburg is geen luisterburg. Maar daar begint het zo langzamerhand wel op te lijken.

Zo’n 5 à 6 keer per seizoen gaan wij naar een toneelvoorstelling. Toneel is verbeelding die je dichter bij de werkelijkheid brengt. Als het goed gespeeld wordt, zitten de beelden de volgende dag nog in je hoofd. Daarom kijken we vol belangstelling uit naar wat er speelt in de Utrechtse schouwburg.
Maar elk jaar vinden we de keuze van de voorstellingen moeilijker. Het aanbod van toneel neemt namelijk zienderogen af. Het cabaretaanbod groeit en daarnaast zien we een wildgroei aan praatavonden in de schouwburg ontstaan: literair café, filosofisch theater, talkshows, theatercolleges.
Het lijkt erop, dat alle Nederlanders die bekend geworden zijn door hun vlotte babbels in de dagelijkse talkshows op tv, hun bekendheid komen cashen in het theater: historicus Maarten van Rossem, taaldeskundige Wim Daniëls, psychiater Bram Bakker, presentator Jelle Brandt Corstius; allen trekken langs de theaters om hun meningen met kwinkslagen te verspreiden. De tsunami van meningen en meninkjes van Twitter, columns, pod casts en talkshows heeft nu ook de theaters bereikt. Voor de schouwburgdirecteuren een mooie kans om hun danig geslonken budget op de vrije markt weer aan te vullen.
Ook het toneel zelf wordt door de meningenhausse aangetast. Er ontstaat meningentheater, een combinatie van toneel, cabaret en opinie. De Verleiders trokken met hun voorstellingen over het bankwezen, de democratie en de zorg volle zalen. Men speelt nog net niet de kapitalist met sigaar en hoge hoed, maar het lijkt waarachtig wel of het vormingstheater uit de zeventiger jaren is teruggekeerd. Ik was er ooit wel een fan van, moet ik toegeven.

Opera2day speelt Vissersliefde met liederen van Schubert

Ik heb niets tegen het verkondigen van meningen, laat dat duidelijk zijn. Maar waarom moet dat ten koste gaan van het toneel?
Nu mag het toneel ook wel de hand in eigen boezem steken (en nee, niet in die van een ander). De laatste jaren hebben we nogal wat hoogdravende voorstellingen langs zien komen. Van acteurs die van het uitspreken van het woord ‘Goedemorgen’ al een diepgaande emotionele uiting maken tot uren durende marathonvoorstellingen met voortdurend gooi- en smijtwerk en goedkope ontblotingen. De emoties zijn aan inflatie onderhevig. Heftig is niet meer genoeg.

Laatst had de Schouwburg ons verleid tot een voorstelling uit de serie A bite at the opera. Het was een programma met liederen van Schubert in combinatie met een hapje eten. De balans bleek in werkelijkheid iets anders te liggen: het bleek een diner met een liedje. Het was smakelijk en gezellig, maar bij een aanbod van de Schouwburg verwacht ik iets anders.
Marketeers zullen zeggen, dat het product toneel aan het einde van zijn levenscyclus is. De toekomst is aan nieuwe vormen van beleving, aan de Netflixen van deze wereld met series die we vanaf de bank kunnen bekijken.
In een vrije markt klopt dit.
Daarom is het des te meer nodig om ook in de wereld van de kunsten de marktwerking weer terug te dringen. En sorry, ja, dit was ook een mening.