Ik was nog geen zes jaar, toen ik bovenop een stoel ging staan om een Vioolromance van Beethoven te dirigeren. Ik had het stuk vaak genoeg gehoord om het juiste tempo mee te slaan en tijdig de inzet van de solist aan te geven. Ik kon nog geen noot lezen, mijn vader moest me nog blokfluit leren spelen. Maar dat dirigeren, dat leek mij een fluitje van een cent.
Dit gegeven is de afgelopen jaren tot populair televisieprogramma verheven. In het programma Maestro strijden 8 bekende Nederlanders, die niets van dirigeren weten, soms zelfs geen noot kunnen lezen, om de titel van de beste dirigent. Een professionele jury beoordeelt de prestaties. Elke uitzending valt er één kandidaat af.  Actrice Maartje van de Wetering won afgelopen zondag de editie 2017.

Ik kan er een klein beetje over meepraten, over het dirigeren. Twee jaar geleden mocht ik voor mijn kamerkoor Decibelle staan bij een kerstconcert in een verpleeghuis wegens de afwezigheid van de dirigent. Daarna heb ik dit nog een paar keer gedaan, afgelopen vrijdag nog tijdens een optreden voor een groep vrijwilligers van het Bartolomeus Gasthuis in Utrecht.
Ik merkte al gauw, dat een koor, zeker bij bekende stukken, het tempo volgt, dat in het hoofd zit. Zodat ik net als de deelnemers aan Maestro vooral aan het volgen was. Follow me the wise man said, but he walked behind, zong Leonard Cohen ooit. Bovendien stond ik voortdurend met mijn hoofd in de partituur te kijken om op tijd te zijn voor een volgende inzet. Tellen is nooit mijn sterkste kant geweest. Daardoor konden de koorleden vooral mijn kalende kruin bewonderen.
Maar oefening baart kunst, ik zorg nu dat ik de partituur redelijk uit mijn hoofd ken, zodat ik tijdens het dirigeren vooral naar het koor kan kijken en zij naar mij. Meer contact helpt enorm. Het voordeel is ook dat ik met mijn gezichtsuitdrukking kan stimuleren, bijvoorbeeld kwaad in Herod the king in his raging en vertederd in Und hat ein Blümlein bracht. Zo kon ik vrijdag in de drie wat saaie coupletten van Eer zij God in onze dagen een niet afgesproken piano invoeren, het koor reageerde direct goed. Nu loop ik niet meer achteraan, dacht ik. Wat niet wil zeggen, dat ik het dirigeren beheers.

Maestro mag van mij gecontinueerd worden. Het is een van de weinige programma’s met klassieke muziek, waarmee een groot publiek bereikt wordt. Om die reden ben ik ook niet tegen André Rieu, Classic FM of al die malle verkiezingen op Radio 4.
Maestro is amusement, maar van een andere soort dan de competities met Bekende Nederlanders die gaan dansen of schoonspringen. Een muziekuitvoering doe je immers samen met een koor of orkest.
De deelnemer van Maestro die het orkest het minst voor de voeten loopt, persoonlijkheid heeft èn kan acteren, wint. Het helpt vooral als je in de slotnoot van het orkest je handen theatraal ten hemel heft. Niet voor niets stonden er dit jaar twee actrices in de finale tegenover elkaar.
Het wachten is nu op een spelshow waarin een amateurpiloot een vliegtuig met passagiers over de Noordzee moet zien te loodsen.