Eind april voelde ik onder het koken opeens een onbekende pijn in mijn onderbuik. Er bleek links in mijn lies een uitstulping te zijn ontstaan, die ik nog het beste kan omschrijven als een derde bal schuin boven de andere twee. Google leverde al snel de diagnose liesbreuk. Dat is een gaatje in de buikwand waardoor het buikvlies zich in de lies naar buiten stulpt. Niet iets om je zorgen over te maken, maar voor de zekerheid maakte ik toch maar een afspraak met de huisarts.
Ik werd ontvangen door een vervanger, een jonge vrouw, die geassisteerd werd door een nog jongere vrouw, een huisarts-in-opleiding. Zo stond ik daar met mijn broek omlaag, terwijl de beide jongedames uitgebreid mijn kruis inspecteerden en becommentarieerden. De diagnose van dr. Google werd bevestigd en ik werd gerustgesteld, dat ik hiermee heel oud zou kunnen worden. Waar het ‘hiermee’ naar verwees werd niet gepreciseerd, ik ging er maar vanuit dat men de derde bal bedoelde.
Ik keek het eens enkele maanden aan. Vaak voelde ik niets, maar elke week waren er wel een paar dagen met een zeurende pijn die vooral in zittende positie onaangename vormen aannam. Ik vroeg me af of de beide jongedames wel eens zo’n bal gevoeld hadden en begon steeds meer te twijfelen of ik op deze manier heel oud wilde worden.
Na vier maanden vroeg ik een verwijzing naar een specialist. Dat trof, het Diakonessenhuis beschikt over het ‘grootste liesbreukcentrum van Nederland’. De ‘schat aan kennis en ervaring’ klonk me wel vertrouwenwekkend in de oren. Ik maakte digitaal een afspraak met dr. Burgmans. Anders dan de naam doet vermoeden bleek ook deze arts van het vrouwelijke geslacht te zijn. Ik begon eraan te wennen om mijn broek voor vrouwen te laten zakken.

Twee uur voor de operatie, nadat ik mij als patiënt in bed had geïnstalleerd

Dr. Burgmans stelde mij geroutineerd een kijkoperatie voor. Opnieuw werd ik taalkundig op het verkeerde been gezet, want een kijkoperatie betekent niet alleen dat de chirurg door de ingebrachte camera eens lekker kan rondkijken in de buikholte. Er worden ook twee instrumenten in de holte gebracht, waarmee, hoe simpel kan het zijn, een matje over het gaatje wordt gelegd. Het is een matje van 10-15 centimeter, geen halve maatregelen dus, als ik mijn band plak leg ik er een kleinere plakker overheen. De animatiefilm op de site van het ziekenhuis bracht me in een goede stemming. Ik bleef alleen nog zitten met de vraag, hoe men een matje van dergelijke afmetingen door zo’n klein gaatje peurt.
De risico’s van de operatie, die onder volledige narcose plaatsvindt, zijn gering, maar niet geheel afwezig, zo had dr. Burgmans mij verzekerd. Ik herinnerde mij het verhaal van een vriend, die een paar jaar geleden een zelfde operatie had ondergaan. Er was bij hem een bloeduitstorting ontstaan, waardoor hij twee weken met blauwe ballen had rondgelopen. Ik zei tegen hem, dat het maar goed is, dat wij op deze leeftijd niet meer de blitz hoeven te maken, maar ‘evengoed is zoiets toch wel ongelukkig’, zou mijn moeder in zo’n geval gezegd hebben.
Afgelopen dinsdag ben ik geholpen. Herman van Veen zong ooit: ‘ik weet wat ze onder helpen verstaan, ze hebben het met de kat gedaan, die ligt nu lui en vadsig voor de haard’. Zo is het maar net. Ik doe een paar weekjes kalm aan, maar daarna moet ik weet helemaal het mannetje zijn.