Carlo Gesualdo (1566 – 1613) is een Italiaanse prins uit de buurt van Napels. Op aanraden van zijn ouders is hij getrouwd met zijn nichtje Maria. Hij heeft niet zo veel oog voor Maria. Behalve op het moment dat hij haar in bed aantreft met een hertog. Dan haalt hij er een paar sterke jongens bij en worden Maria en haar minnaar op gruwelijke en bloederige wijze afgeslacht. Hij wordt niet opgepakt. Het is in die tijd niet ongebruikelijk om zelf je vrouw te straffen in geval van overspel. Niettemin vlucht Carlo naar een ander landgoed van de familie. Daar wentelt hij zichzelf in rouw en verdriet. Hij laat als boete een kapel bouwen. Hij martelt dieren en laat zich regelmatig geselen door zijn personeel. Een stuk bos wordt gekapt omdat Carlo het geruis van de bladeren niet kan velen.

Waarschijnlijk zouden deze verhalen niet tot onze tijd zijn doorgedrongen, als Gesualdo niet nog een andere eigenschap had gehad. Hij componeert prachtige vier- tot zevenstemmige madrigalen, wereldlijke liederen. De teksten schrijft hij zelf en in zijn liederen weerklinkt zijn ruige levenswijze. Verdriet, pijn en dood zijn veel voorkomende thema’s. Daarin onderscheidt hij zich overigens niet van andere componisten uit zijn tijd. Hier en daar klinkt door, dat de kwellingen en de zuchten Gesualdo ook enig plezier bezorgen en dat is dan wel weer andere koek.
Nog vreemder, of moet ik zeggen nog mooier, wordt het als je de muziek hoort: hemelse klanken waar je stil van wordt. Gesualdo is ook in zijn muziek een buitenbeentje. Het lijkt af en toe alsof je een moderne compositie hoort: schurende noten, abrupte overgangen, onverwachte harmonieën, ongebruikelijke intervallen. Luister bijvoorbeeld (hieronder) naar Io parto e non piu dissi (kort samengevat: ik ga weg en zal voor altijd wegkwijnen in pijnlijk geklaag). Of naar Laboravi in gemitu meo (elke nacht wordt mijn bed nat van de tranen). Deze tweede madrigaal heb ik onlangs met kamerkoor Decibelle gezongen.

foto: Sofie Knijff

Het leven van Gesualdo is dankbaar voer voor theatermakers. Er zijn inmiddels al drie opera’s aan de man gewijd. Op dit moment trekt de voorstelling Gesualdo van het Nederlands Kamerkoor en Theatercollectief De Warme Winkel door het land. Deze week ondergingen wij dit evenement in de Utrechtse Schouwburg. De hemelse klanken van het koor werden afgewisseld met de meest gruwelijke scènes: acteurs die elkaar daadwerkelijk pijn deden, geselingen, akelig schreeuwende baby’s, scharen in monden, vingers die in een muizenval klapten. Het publiek lachte regelmatig. Het leek mij een manier om de werkelijkheid niet te laten doordringen.
Uitbarstingen op het toneel worden nog wel eens gevolgd door een aanvaarding van het lot of op zijn minst een stilte. Dit stuk eindigde daarentegen met een gewelddadige moordpartij inclusief kettingzagen en betonboren en bloed dat alle kanten op spoot.
Enige tijd geleden schreef ik hier, dat een toneelstuk je bij moet blijven. Ik vrees dat als ik de muziek van Gesualdo hoor de weerzinwekkende beelden direct weer op mijn netvlies terugkeren.