De stad is ingehaald door zijn eigen succes. Jarenlang is het vreemdelingenverkeer gestimuleerd. Op de golven van de Internetrevolutie mag iedere burger nu hotelletje spelen Weggeefprijzen voor vliegreizen en cruises doen de rest. Dus raakt de stad overspoeld door rolkoffers en bierfietsen. Het centrum is één grote horeca-gelegenheid, de geur van weed hangt op elke hoek en op terrassen spreekt de student-bediende je in het Engels aan.
Weg van de toeristen (wij zien onszelf niet als zodanig) nemen wij samen met mijn nicht A de pont naar de overkant van het IJ, een jarenlang verweesd deel van de stad. Daar komt nu verandering in.
Opeenvolgende sociaal-democratische wethouders hebben in de vorige eeuw gezorgd voor keurige huisjes voor werkende mensen in Amsterdam-Noord, niet ver van hun werk in de scheepsindustrie. De huizen zijn nu gerenoveerd, de industrie is compleet verdwenen.

Film bij Pllek

Het terrein van de voormalige NDSM, ooit de grootste scheepswerf ter wereld, is nu een culturele hotspot. De grote loods is ingenomen door kunstenaars en andere creatievelingen. Daarnaast wordt deze rauwe industriële locatie gebruikt voor filmopnamen, tentoonstellingen, dancefeesten e.d. In een oude hal aan het water is Pllek gevestigd, met een aanbod van live muziek, films, kunstexposities, mini-festivals ‘en nog veel meer’. Al rondlopend vraag ik mij af, of er in onze maatschappij een ideale verhouding is tussen het aantal mensen dat kunst maakt en het aantal dat kunst consumeert: tussen schilders en kopers, zangers en publiek, schrijvers en lezers. Naderen we een kritisch punt in deze verhouding? Dan worden de kunstenaars de heckrunderen en konickpaarden van Neerlands Plas.
Er zijn ook straten met garages, werkplaatsen, dansscholen, boksscholen en Thaise massagesalons. Er staan loodsen die mij uitermate geschikt lijken voor gestolen waar en ontvoeringen.
Dan komen wij bij de Ceuvel. Deze voormalige werf waar de grond ernstig vervuild is, is nu een kerkhof voor zestien afgedankte woonboten. De Ceuvel afficheert zichzelf als een van de meest duurzame en vernieuwende stedelijke experimenten in Europa. De oude boten liggen als auto’s zonder wielen op het droge. Ze zijn opgelapt tot werkplekken waar kunstenaars en ondernemers werken aan duurzame innovaties. Onderzoekers uit Wageningen doen experimenten met bodemreinigende planten.
Een labyrinth van houten vlonders leidt tussen de woonboten door. Vlakbij het water vinden we Boef, de oude ark van mijn nicht, een lapjesdeken van schrootjes bovenop een betonnen bak. De boot was stokoud en voldeed niet meer aan de eisen van de gemeente. En ja, wat moet je dan? Er is geen afvalbak of ophaaldienst voor afgeschreven woonboten. De Ceuvel bood een unieke kans. Nu is de ark gerecycled en begonnen aan zijn tweede leven. Voor tien jaar overigens. Dan zal de Ceuvel plaats moeten maken voor een woonproject met een minder prozaïsche naam, Urban Space Living of iets dergelijks, stel ik me voor; fraaie huizen, die ondanks de astronomische prijzen toch allemaal verkocht zullen worden.
Van kunst alleen kan een gemeente niet leven.