Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

In het nieuws

1

DE UIT-AGENDA UTRECHT

In het nieuws
Bij gebrek aan ochtendkrant pak ik bij het ontbijt op Hemelvaartsdag Utrecht Dichtbij. Dat is een  huis-aan-huisblad, zo’n krant waar tussen de grote full-color advertenties nog wat artikeltjes staan. Zoals ditmaal een fijn artikel over de 540C Coupé McLaren Sport series, de ‘meest bereikbare’ auto van McLaren tot nu toe (prijzen vanaf € 200.250). Lijkt me echt iets voor de lezer van Utrecht Dichtbij.
In de overige artikelen worden evenementen in het Hemelvaartweekend aangekondigd. Dan heb ik het niet over het normale aanbod van film, theater en museum, maar over speciale festivals dezer dagen in Utrecht.
Bijzonder is het Internationaal Literatuurfestival met o.a. Michel Houellebecq, Nick Cave en Jens Grøndahl. Het voormalig postkantoor aan de Neude wordt twee dagen lang gevuld met proza, poëzie en muziek.
Dan is er het Bluegrassfestival. Naar verwachting zullen er vele fans uit Nederland, België en Duitsland op deze Amerikaanse countrymuziek afkomen.
Op een niet nader aangeduide plaats wordt opnieuw het Cultifeest gehouden: ‘een lang weekend vol smaak, dans, muziek en plezier’.
Voor de sportievelingen is er de jaarlijkse Loop van de Leidsche Rijn en de Grote Leidsche Rijn Fietstocht. Rondom de start en finish is er live muziek en vermaak.
In het Utrecht Science Park gaat de Daktuin open, een broeiend dakterras ‘vol workshops, proeverijen, inspirators en muziek’. Een jaarlijks evenement ‘bomvol beleving’. Je kunt er ‘ontspannen, werken, lunchen, borrelen, en vooral genieten’.
Om dit blog binnen de perken te houden vermeld ik hierbij kortweg nog wat andere attracties: een Boekenbeurs, de Nijntje Art Parade, diverse activiteiten in het kader van de start van de Tour de France in Utrecht, Verstoppertje spelen in Hoog-Catharijne (een Facebook-initiatief), een Poëzieroute, een sieradententoonstelling en IMPROV XL, een festival dat geheel in het teken staat van de improvisatie.
Dan vergeet ik haast nog het inmiddels vermaarde Soendafestival. Veertig artiesten mogen op vijf podia hun kabaalmuziek opvoeren. Het festival vindt weliswaar plaats buiten de stad, in het Noorderpark, maar het bonkende geluid gaat ieder jaar half Utrecht door en zal zeker de Domkerk bereiken, waar mijn koor Decibelle die avond in het kader van de meditatieve Night of Light een optreden tussen de kaarsjes verzorgt.
Keuze te over dus, maar voor wie van dit alles nog niet gelukkig wordt is er de Geluksroute,  ‘een initiatief om mensen samen te brengen die geluk willen delen door erover te praten of ervaringen te delen’. Immers: ‘Happiness is only real when shared’. Een deelnemer aan de route zal nergens toe worden gedwongen: ‘Ieder mag zijn eigen route samenstellen. Er zijn lezingen, maar ook hoelahoep of helend tekenen’. Bovendien wordt er geknutseld in Park Lepelenburg: ‘tijdens de Geluksroute ga je soms over je grenzen heen’.
Ik verzin dit allemaal niet. Al deze evenementen worden gelijktijdig in de stad Utrecht gehouden. En dan heb ik nog maar één huis-aan-huisblad doorgenomen. Voor één weekend. Er is geen beter bewijs, dat wij de crisis nu achter ons hebben gelaten.
Er wordt wel eens gezegd, dat Amerikanen zulke hardwerkende mensen zijn. En dat Chinezen zich altijd de pleuris werken en één weekend per jaar in een volgestouwde trein naar huis toe mogen. Maar in Utrecht kunnen we er ook wat van.
Denk maar eens aan al het voorbereidingswerk. Aan de organisatiebureaus en gediplomeerde eventmanagers die overuren maken. Aan de creatieve werkgroepjes die avond aan avond bij elkaar zitten voor het opstellen van draaiboeken, het werven van fondsen, de PR (‘we moeten de huis-aan-huisbladen niet vergeten!’).
Laat de pessimisten maar beweren, dat Europa al festi-vallend ten onder gaat. Wij willen genieten van poëzie, zang en dans. Volgend jaar krijgt iedereen zijn eigen festival, voor minder doen we het niet. 
Ik ga voor dauwtrappen.
0

GEVAARLIJK WONEN

In het nieuws
Eeuwenlang was het water de grote vijand. De mensen bouwden hun huizen en kerkjes op verhogingen in het landschap. Die worden hier wierden genoemd. Lange tijd waren er nog geen zeedijken. Als bij hoog water of stormvloed het zeewater ver het land in drong, dan hield men op de wierden meestal droge voeten.
Vanaf de 13 eeuw hebben monniken lage dijken aangelegd. De kweldergeulen waardoor het zeewater het land in- en uitstroomde bleven na de indijking bestaan. De watertjes, maren genaamd, kronkelen nog steeds door het landschap. Anders dan in Holland ligt het land overal hoger dan het water.
Je staat ergens
op de brug over een maar
om je heen alleen lucht, lucht en gras
en onder je voeten gaat het water
oud langzaam water, terug
naar waar het ooit vandaan kwam
waar de wereld nog is zoals die was
terug naar de zee
(Rutger Kopland).
Verspreid in dit land liggen dorpjes en gehuchten. Verzamelingen van kleine en piepkleine huisjes van rode baksteen rond een kerk of een oude brug.  Een winkel vind je er niet meer noch een café of een bank. Voor de dokter of de politie is er een telefoonnummer. Roestig-witte doelpalen staan nutteloos in een overwoekerd veld. Het is hier stil onder de overtrekkende wolken.
Tussen de akkers en de weilanden liggen monumentale boerderijen met schuren zo groot als een kathedraal. Je kunt hier naar alle kanten ver kijken. De lucht is immens en de aarde is groeizaam. Groepjes ganzen vliegen over. Het geklepper van de vleugels en een onrustig gekwaak doorbreken de stilte. Schapen grazen vredig door. Er is hier volop ruimte, er is een zee van tijd.       
In een wat groter dorp is een station. Er stoppen treinen, maar het stationsgebouw is niet meer in gebruik. Naar beide zijden loopt het spoor een vlakke leegte in. In de buurt van het station staan negentiende-eeuwse villa’s. Chaletachtige gebouwen met ruime erkers, overdekte houten balkonnetjes, dakversieringen en torentjes. Ze zijn ooit gebouwd voor de notablen van het dorp.
Hier bevindt zich Hotel Spoorzicht, gebouwd in 1890. Een rijk versierde houten veranda geeft toegang tot de hoge voordeuren. In de gelagkamer staan stevige eiken tafels en leren leunstoelen die doen denken aan een Herensociëteit. De asbak op metalen poot met draaischijf is verdwenen, maar je krijgt hier bij de koffie nog een huisgemaakte kletskop, even nostalgisch als de entourage.
Dat was Loppersum in 2004, toen wij enkele dagen in Hotel Spoorzicht doorbrachten. Tien jaar geleden sprak er nog geen mens over aardbevingen. Er waren wel eens trillingen, maar die veroorzaakten geen schade en geen zorgen. Op 16 augustus 2012 was er in het dorp een aardbeving van 3,6 op de schaal van Richter. De beving duurde langer en was sterker dan ooit. Het KNMI registreert in Noord-Oost Nederland zo’n 50 bevingen per jaar. Huisraad valt kapot, schoorstenen vallen omlaag en er komen scheuren in muren. Sommige huizen blijven alleen dankzij steunconstructies overeind.
 
bron: nos.nl
 
Het weidse landschap in het Hogeland is hetzelfde gebleven. Hier een kerkje, daar een molen. De maren kronkelen immer tussen de uitgestrekte akkers. Rietvogeltjes verstoppen zich aan de oevers. Toch ziet het land er nu anders uit. Het is er minder vredig en minder onschuldig. Diep onder de akkers, onder het vruchtbare groen, rommelt het voortdurend. Als in een buik met teveel gassen. Maar in dit geval is juist het probleem dat er teveel gas uitgehaald is.
Ooit stond de naam Slochteren voor een hoopvolle toekomst, een rijke bodemschat, een toenemende welvaart voor elke Nederlander. Ook zonder beeld en geluid hoor je er de doordringende Polygoonstem van Philip Bloemendaal bij. Nu staat de naam Loppersum voor aardbevingen, kapotte huizen en financiële schade. Voor angst en onrust onder de bevolking.
Als Slochteren het symbool is voor het begin van de welvaart, staat Loppersum dan voor het begin van de neergang?
1

OM GEK VAN TE WORDEN

In het nieuws
Wie vijfentwintig jaar geleden depressief was, meldde zich bij ‘het Riagg’. Je kwam dan op een wachtlijst te staan. Als je na een half jaar niet spontaan beter was geworden, kreeg je een intakegesprek. Daarna volgde de wachttijd voor de start van de behandeling. Was die mooie dag eindelijk daar, dan nam de behandelaar je mee naar een gesprekskamer en kon je je hart uitstorten. Wat er gebeurde in die gesprekskamer bleef verborgen. Zowel voor de instelling, de financier, de inspectie, voor wie dan ook. De gesprekken gingen door zolang de  hulpverlener dat nodig achtte. Dat was vaak lang. De hulpverlener hoefde geen verantwoording af te leggen. Welke behandelingen geboden werden en met welke resultaten werd niet bijgehouden. Alleen als de hulpverlener advies nodig had, kon hij een behandeling inbrengen in een wekelijkse overleg. Twintig medebehandelaren deden er dan hun professionele plas over en vervolgens was het aan de hulpverlener wat hij met de adviezen deed.
De instelling ontving elk jaar hetzelfde budget. Na afloop werd keurig gerapporteerd welke kosten waren gemaakt voor personeel,  huisvesting, kopieerpapier en koffie.
Eind jaren negentig begon deze situatie te knellen. De instellingen wilden uitbreiden en de wachtlijsten wegwerken. De overheid en de verzekeraars eisten meer inzicht in wat er met het geld gebeurde.
De handen werden ineengeslagen. Het budgetplafond verdween. Iedereen met een verwijsbrief van de huisarts mocht geholpen worden. Instellingen konden groeien en de wachtlijsten wegwerken. Als wederdienst werkten de instellingen mee aan de ontwikkeling van een transparante wijze van financieren en verantwoording afleggen. Dat werd het beroemde systeem van de Diagnose Behandel Combinatie. Voor elke stoornis moest worden vastgelegd welke behandeling passend was, hoe lang die behandeling mocht duren en tegen welke kosten. De DBC-ontwikkeling duurde een aantal jaar, want het GGZ-veld vond dat de complexe behandelwereld niet in minder dan 1000 DBC’s te vatten was.
Ondertussen explodeerden de kosten. Er was sprake van een verdubbeling in tien jaar tijd. Dat gold ook voor de zorgen van opeenvolgende staatssecretarissen van VWS. Minister Schippers gaf tenslotte het heft geheel in handen van de zorgverzekeraars.
Die wisten daar wel raad mee. Niet gespeend van enige kennis over de GGZ werd via de financiering het ‘productieproces’ gestroomlijnd en gestandaardiseerd. De cliënt vult bij de aanmelding een vragenlijst in (bij voorkeur één lijst voor alle stoornissen). De behandelaar bepaalt meteen daarna de diagnose en de ernst. Daaruit volgt het standaardbehandelplan, bijv.  4 of 8 of 12 gesprekken. Aan het einde wordt de vragenlijst weer afgenomen. Dan wordt duidelijk in welke mate de behandeling geholpen heeft.  Behandelaren hoeven niet meer met elkaar te overleggen. Contact met de huisarts of de ouders is niet meer nodig. Zo kan een behandelaar tenminste 8 gesprekken op één dag voeren.
Het Kwik-fitmodel. Tjak, tjak, tjak, volgende patiënt, zo luidt de kop boven een artikel over de GGZ in de Volkskrant van 13 februari. Psycholoog Masja Schakenbosch vertelt dat er binnen haar instelling alleen nog maar gesproken wordt over het halen van de productie. Elke minuut moet verantwoord worden. De diagnose moet na één gesprek gesteld worden, anders krijgt de instelling niet uitbetaald. Het management laat elke vergadering weer weten, dat de productie omhoog moet. ‘Halen we het niet, dan gaan we failliet’.
Het artikel geeft de werkelijkheid uitstekend weer. Ook binnen de instelling waar ik werk regeert de boekhouder. Vergaderingen gaan al enkele jaren alleen maar over ‘slimme oplossingen’ om de  registratie te verbeteren en de facturering te faciliteren.  
Masja Schakenbosch heeft ontslag genomen. Door ingezonden briefschrijvers in de Volkskrant wordt zij als een held beschouwd. Zij is voor zichzelf begonnen. Dit is  een schijnoplossing, want als kleine zelfstandige heeft zij met precies hetzelfde regiem van de zorgverekeraar te maken. Sterker nog, zij kan alleen een kruisje zetten bij een eenzijdig opgelegd contract. Het alternatief is dat cliënten deels of geheel hun eigen behandeling betalen.
Hoe nu verder? Terug naar vijfentwintig jaar geleden lijkt me niet de goede weg.
Er moet meer balans komen in de verhoudingen. De macht van verzekeraars moet worden teruggedrongen. Behandelaren moeten binnen de financiele kaders meer autonomie krijgen. Minder controle (dat scheelt kosten) en meer vertrouwen in elkaar (zoals VVD’ers en ondernemers met elkaar omgaan).
Word je in de tussentijd depressief, klop dan gerust aan bij de GGZ. Tweederde voelt zich na de behandeling opgeknapt. Beter nog is om te voorkómen dat je depressief wordt. Dat kan namelijk uitstekend.

 

0

VERDORIE

In het nieuws
Op de afdeling herenmode is het stil. Een ouder echtpaar staat voor een kledingrek. De vrouw schuift wat haken opzij en haalt met haar andere hand een jas eruit. De man kijkt van enige afstand toe. Verderop vergelijken twee oudere allochtonen de prijzen van broeken.
Tussen de namen van populaire modemerken hangen felrode borden Sale.
Ook op de afdeling kantoorartikelen is het rustig. Achter de kassa staan twee verkopers te praten, beide met de handen over elkaar. Op elke afdeling klinkt weer andere muziek, zodat je vaak twee soorten deuntjes tegelijk hoort.
Bij de roltrappen is het drukker. Voel je thuis staat er op de wand en Vind inspiratie, naast de boom met cadeautjes die ook op de plastic tassen prijkt. Er hangen roze hartjes met spreuken.
Het moet een huiskamer zijn, waar je je op je gemak voelt. Waar je mooie spulletjes vindt tegen een billijke prijs. Waar je kunt genieten van aantrekkelijke waar. Waar het naar vers gebakken broodjes ruikt. Verwen jezelf, het is hier goed.
Over een tijdje zal het niet meer kunnen. Ondanks dat het bedrijf nog vier maanden door kan dankzij de verlaging van de huur. Welke kunstgreep zou ervoor moeten zorgen, dat de zaak weer gaat lopen en de klanten weer als bijen op de korf afkomen? Welke marketingstrateeg of retaildeskundige heeft er nog een konijn in de hoge hoed? Hoeveel geld zou men de afgelopen jaren al hebben uitgegeven aan adviseurs op het gebied van huisstijl, beleving, consumententrends en webshops?
Het gaat bijvoorbeeld over de vraag of je de waar beter op een tafel kunt uitstallen dan in een schap. Of daglicht in de winkel zal aanspreken. Hoe je van een winkel een belevenis kunt maken.
Zoals elk product zijn levenscyclus heeft, zo kent ook elke winkelformule zijn levenseinde, het café en het bordeel wellicht uitgezonderd. Dit bedrijf heeft zijn langste tijd gehad, het wordt vermalen tussen de speciaalzaken, discounts en webshops.
V&D was lange tijd een prettige zaak om te komen. Een stuk warmer en gezelliger dan de Galeries Modernes of de Hema en een stukje minder bekakt en duur dan de Bijenkorf.
Het was er goed winkelen. Van alles wat je maar kon bedenken vond je er onder één dak. Kantoorartikelen, gordijnen, flessenlikkers, sigarettenétuis en nylons, je werd nooit teleurgesteld en je ging altijd met iets naar huis. Het was een beschaafde zaak, waar je vriendelijk geholpen werd door het trouwe personeel.
V&D was de eerste winkel in Utrecht met roltrappen. Over belevenis gesproken.
Het was de eerste winkel die folders huis-aan-huis verspreidde. Al lang voor Sinterklaas keken we er verlangend naar uit. Het doorbladeren van de pagina’s met speelgoed was net zo enerverend als pakjesavond.
Eind augustus schuifelden we over de afdeling schoolartikelen, bekeken het kaftpapier in moderne kleuren, de schoolagenda’s met popsterren, de passers en geo-driehoeken.
En dan die omroepstem, uitgemeten en zwoel tegelijk: vierendertig voor kassa negentien.
Het meeste is verleden tijd. In een vertwijfelde poging om in de race te blijven zijn de winkels al enkele keren gerestyled. Het assortiment is flink ingekrompen, zodat je voortdurend teleurgesteld wordt. Er zijn schreeuwerige afdelingen met discolampen. Ik behoor niet tot de doelgroep, ik weet het, maar wie dan wel?
Een vrouw verontschuldigt zich bij de kassa. Ze vindt het vervelend om juist nu iets terug te brengen maar het past ècht niet. De verkoopster van middelbare leeftijd voelt zich gesteund.
Het personeel weet zich geconfronteerd met een Vervelend Dilemma. Als je de achteruitgang in salaris niet accepteert, raak je je baan kwijt. Als je het wel doet, word je op den duur waarschijnlijk ook ontslagen, met een lagere ww-uitkering als gevolg. Ik vraag me af wat er gebeurd is met de miljoenen winst uit de vette jaren. Zou het personeel toen spontaan 5,8 procent meer salaris gekregen hebben?
Blijf ik nog wel zitten met de vraag, waar ik straks een nieuw horlogebandje kan kopen. Iets voor de Blokker misschien?

 

1

VERKOPERS VAN ZORG EN WELZIJN

In het nieuws
Ik moet voor mijn werk naar het gemeentehuis van Nieuwegein. Dat noemen ze daar het Stadshuis. Als ik de hoge, glazen toegang door ben, sta ik op een groot, overdekt plein. In het midden gaan een brede trap en een glazen lift uitnodigend omhoog naar het licht. Het gebouw straalt gastvrijheid en transparantie uit.
Op de 4e verdieping bevindt zich de Gildenborchzaal, een vergaderzaal die geheel gevuld is met een reusachtige, ovalen vergadertafel. Gedempt licht valt op de koffie- en theekannen. Eén  van de lange zijden heeft een glazen wand. Dit is de wereld van ontmoeting, debat en participatie.
De Gildenborchzaal stroomt vandaag vol met vertegenwoordigers van alle lokale welzijns- en zorginstellingen, die je maar kunt bedenken. Een stuk of veertig hebben een plaatsje aan de tafel weten te bemachtigen. Er worden stoelen aangesleept om de andere belangstellenden een plekje te geven op de tweede rij.
Wij zijn hier vandaag voor de brainstormsessie ‘verkenning regionaal specialistisch team Lekstroom’. Dat heeft alles te maken met de overheveling van budgetten voor de jeugdzorg en de maatschappelijke ondersteuning naar de gemeenten.
Aan één punt van het ovaal, naast het scherm met de powerpointpresentatie, staat een goed van de tongriem gesneden gespreksleidster in mantelpak en op hoge hakken. Zij schetst in hoog tempo het beleidskader. Ondertussen probeert een deelnemer tevergeefs een koffiekan naar de overzijde van de tafel te schuiven. Er komen nog steeds vertegenwoordigers binnen.
De gespreksleidster heeft zich kennelijk voorgenomen om de zaal eens lekker uit te dagen. Met de schouders naar achteren en de kin vooruit blikt ze over de tafel. Er moeten resultaten worden geboekt vandaag! Wat mogen bewoners van de Lekstroomgemeenten van jullie verwachten, waar sta je voor?
Na een aarzelend begin buitelen de sprekers over elkaar heen. Het gaat van autistische kinderen naar dementerende ouderen, van lichamelijk gehandicapten naar ‘multi-problem-problematiek’, van nieuwe veelbelovende trainingen, naar zichzelf ondersteunende vrijwilligers.
Youpee, Participatio, In Paradisum[1], of hoe de instellingen ook mogen heten, ze weten alle wat de cliënt nodig heeft. Dat is wat zij zelf bieden. Er wordt niet naar elkaar geluisterd en er wordt niet op elkaar gereageerd. Dit is de markt. Vertegenwoordigers zijn verkopers.
 
Overheveling van budgetten, marktwerking en bezuinigingen hebben er toe geleid, dat geen enkele instelling meer weet of zij over twee jaar nog bestaat. Om te overleven moeten instellingen concurreren. Hulpverleners worden ontslagen en marketingmedewerkers in dienst genomen.
Daarnaast wordt instellingen gevraagd om met elkaar samen te werken, in de zorgketen of in wijkteams.
Concurreren en samenwerken gaan moeilijk samen.
Er ontstaan conglomeraten van instellingen, met managers die van vergadering naar vergadering hollen, met businessmodellen en kengetallen strooien en die de competenties bezitten om te verbinden, op te schalen en af te schalen en slimme beslissingen te nemen.
Degenen die dit het beste kunnen, winnen de aanbestedingen bij de gemeenten.
In Utrecht is het werk van de sociale wijkteams gegund aan Incluzio[2], een nieuwe dochter van een  schoonmaakbedrijf, dat zich nu ook op de markt van zorg en welzijn richt. Uit het persbericht van Incluzio: ‘Het is een pittige opdracht, maar we zijn er klaar voor. Wij hebben Radar aan onze zijde, een zorg- en welzijnsorganisatie met een bewezen trackrecord in de kanteling van het hele sociale domein’.  
Dan weet je het wel. Waar gekanteld wordt, vallen er  mensen buiten de boot.
‘Ons moederbedrijf Facilicom levert daarnaast extra ontwikkelkracht’.
Bedoeld wordt dat schoonmakers de expertise hebben om duidelijk uit te leggen wat er wel en niet kan: wij begrijpen uw wens, maar er staat in het contract dat we u maar eenmaal per drie weken mogen douchen. Zou uw buurman u kunnen wassen, mevrouw?
In het onderwijs en de zorg klinkt steeds luider de roep om de invloed van de professional te versterken. Dat begrijpt Incluzio ook: ‘wij willen de professionals die nu al in Utrecht werken graag een plek bieden in onze organisatie. Zij zijn onze sterkste kracht en wij zullen er dan ook alles aan doen om hen de ruimte te bieden en te faciliteren.’ Wat moet de door de ervaren maatschappelijk werker die door deze reorganisatie op straat is gezet, hiervan denken?
Het mantelpakje haalt mij uit mijn dagdromen. We moeten in groepjes naar de flap-over. Netwerken!
Verkopen!

 



[1]In verband met de privacy zijn deze namen gefingeerd
[2]Niet gefingeerd, www.incluzio.nl, zie onder nieuwsberichten, bericht d.d. 16-07-2014
1

IK HEB GETWIJFELD OVER BELGIË

In het nieuws, Reizen
Ik zit op het wc’tje van bakkerij tearoom Marysse in Velzeke, vlakbij Zottegem, Oost-Vlaanderen.
Mijn wandelschoenen heb ik naast de hoge tafel in de nieuwe tearoom laten staan. Na zoveel kilometers wandelen hebben mijn voeten lucht nodig. Als ik een voet verplaats, zie ik een vochtige afdruk op de zwarte natuurstenen tegel in de toilet.
Boven het fonteintje hangt een bordje Handen Wassen. Het is duidelijk: men is hier proper. Gebiedend ook. Er is niets vermeld over voeten, maar het zou me niet verbazen als men ongelukkig is met de uitgetrokken wandelschoenen in de schone tearoom. Ik heb overigens eerst wel de klei van de veldwegen er onderuitgestampt. Het laatste stuk liepen we over de kasseien van de Paddestraat in Zottegem. Die zijn wereldberoemd. Tenminste onder wielerliefhebbers. Elk jaar trekt de Ronde van Vlaanderen over de hobbels van de Paddestraat. Dan draaien ze het Romeins plein in Velzeke op. Of andersom, daar wil ik van af wezen.
Ik zit bij Marysse op het wc’tje en vraag me af: ‘Is het erg?’
We hebben vandaag al achttien kilometer gelopen en er wachten er nog zes. Gelukkig mochten we een omlegging negeren. We zijn door tal van dorpjes, gehuchten en buurtschappen gewandeld. Wij zagen, zoals te verwachten, vele café’s. Maar er was er niet één geopend. De meeste stamineekes waren voorgoed gesloten. Slechts door de verbleekte bordjes van Stella Artois of de afgebladderde letters Bij Nonkel Vic zag je het verleden van het lokaal.
In elk dorp kom je nog wèl een bakker tegen. Voor ons koffieliefhebbers is het daarom een zegen, dat de Vlaamse bakkers het koffie schenken hebben overgenomen. In Rozebeke, waar men elk jaar een processie houdt tegen de pest en de roos, dronken we onze koffies in een half-open partytent voor de bakkerij. In Velzeke heeft men er een mooie tearoom bij gebouwd.
Ik zit hier op het wc’tje en vraag me af, of het erg zou zijn als België uit elkaar zou vallen.
Er is sinds kort een nieuwe regering en de grootste regeringspartij heeft als eerste doel in de statuten staan om Vlaanderen onafhankelijk te maken. Je zou het niet zeggen met al die gesloten café’s, maar de handel in Vlaanderen gaat al jarenlang een stuk beter dan in Wallonië. Daardoor kunnen de Vlamingen nog protsiger buitenhuizen bouwen dan de Walen. De madammen kunnen vaker naar de hair designer. De mais groeit er een stuk hoger en daardoor kunnen de koeien aan deze kant van de taalgrens nog weelderiger schijten.
Men heeft nu in Vlaanderen geen goesting meer om voor de tekorten van de Walen op te draaien. Het land, waar solidariteit altijd een begrip was, waar men de mutualiteiten, de onderlinge verzekeringsmaatschappijen en de spaarkassen zonder winstoogmerk tot kunst verheven heeft, koerst zogezegd op haar eigen omlegging af.
Wat zou er tegen zijn?
Ik ben geen kenner, maar het lijkt me dat zo’n scheidinkje een bak met geld gaat kosten, dat kon nog wel eens een veelvoud zijn van wat er jaarlijks aan Waalse tekorten moet worden gedekt.
Verder is een splitsing geen oplossing voor een van de grootste problemen in het land: wat doen we met de regio Brussel? En wat met de Duitstalige minderheid?
Op de derde plaats, het is van ondergeschikte orde, maar toch: wie wil een einde maken aan België net nu het nationaal voetbalelftal in de lift zit? Ook in Europa zitten we niet te wachten op nog twee kleine voetballandjes. Misschien hebben de Walen op dit punt nog wel de grootste troef in handen. De beste spelers komen uit Wallonië.
Als ik een advies zou mogen geven, zou ik zeggen: doe het niet. Er zijn belangrijker onderwerpen om je tijd en je geld aan te besteden.
Ik ga weer eens terug naar de tearoom. Naar mijn wandelschoenen. 
0

ANGST IN DE HAND

In het nieuws
Ik heb er lang naar uitgekeken. Deze week is het zover: de Week van de Veiligheid.
400 Jaar geleden lagen de  gevaren overal op de loer. Je kon beroofd worden op een landweg, slachtoffer worden van de pest, verdrinken bij een dijkdoorbraak of omkomen in een oorlog.
In de loop der tijd hebben we steeds meer gevaren weten te bezweren. De dijken zijn verhoogd, besmettelijke ziekten zijn getemd. Er zijn wel nieuwe gevaren bijgekomen, zoals het snelverkeer. Maar door veiligheidsmaatregelen is het aantal dodelijke verkeersslachtoffers de laatste dertig jaar drastisch afgenomen. De maatschappij is gericht op het indammen van gevaar en het signaleren van risico’s. In auto’s, ijskasten en andere apparaten gaan lichtjes flikkeren of piepjes klinken als er iets mis dreigt te gaan. Er zijn tal van veiligheidseisen, zoals voor speelgoed, horeca en evenementen.
In het Westen en in Nederland leven we relatief veilig. Hoe veiliger de omgeving, hoe minder angst. Zou je denken. De werkelijkheid is dat het aantal angstige mensen enorm toeneemt.
Mensen zijn bang om de straat op te gaan, om afgewezen te worden, om fouten te maken. Bang voor enge ziekten, computerinbrekers, vliegtuigen, beestjes in het voedsel, gluten, pindakaas aan hun gehemelte. Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt er bang voor zijn.
Ik ben geen uitzondering. Ik heb zelfs hele rare angsten. Als dertienjarige kocht ik in 1965 bij Staffhorst in Utrecht het singletje Eve of Destruction van Barry McGuire. Toen ik daarna de brug over de Catharijnesingel overliep hield ik mijn net verworven aankoop zo krampachtig in de hand, dat ik pijn in mijn vingers kreeg. Ik was bang dat ik het plaatje in het water zou gooien! Zo zal ik ook nooit in een luchtballon stappen. Je zult maar de neiging krijgen om jezelf er uit te gooien.
Laatst zag ik in een documentaire een doorsnee Amerikaans stel dat hun kinderen nooit alleen laat spelen. Ook al spelen ze in de omheinde tuin, één van de ouders is erbij. De kinderen kunnen immers gekidnapt worden. Deze ouders willen graag bij elke deur van de school twee bewapende agenten. Dat brengt veiligheid.
Zo zijn we bezig onze angsten te beheersen.
En nu is er dan de Islamitische Staat, het kalifaat met de wrede ideologie. Als IS deze praktijken voor zichzelf zou houden, zoals de Mexicaanse drugsmaffia, dan zouden de zorgen wat minder zijn. Maar de dreiging is op het goddeloze Westen gericht.
Je moet de jihadisten nageven, dat het hen gelukt is om met een paar eenvoudige filmpjes de hele westerse wereld angst aan te jagen. Misschien nog wel meer dan de plaatsing van de kruisraketten of de Russische onderzeeërs op weg naar Cuba. Volgens sommigen zijn we weer bij de Eve of Destruction beland.
In de media worden de gevaren van IS breed uitgemeten. Ik wil dat gevaar niet onderschatten. De wereld wordt er onveiliger door. Nederland wordt er waarschijnlijk onveiliger door. Maar zou alle aandacht voor dit fenomeen de angst niet enorm aanwakkeren?  Zouden we het niet een beetje in verhouding moeten zien? De kans dat je omkomt bij een verkeersongeluk lijkt nog altijd een stuk groter dan de kans dat je slachtoffer wordt van een terroristische aanslag.
Volgens sommigen is de toename van de angst in deze maatschappij juist het gevolg van het gegeven, dat wij  in een veilige omgeving zijn opgegroeid. We hebben daarom onvoldoende geleerd om met angst en lijden om te gaan.  Daarom is het beter om niet alleen te focussen op het verminderen van gevaren, maar ook op het accepteren dat angst iets is dat bij het leven hoort.
Er zijn ook therapeuten die menen, dat we angst niet als een probleem moeten zien, dat bestreden moet worden, maar als een ‘mogelijkheid tot vrijheid’. 
Ik ben erg voor nieuwe gezichtspunten, maar dit lijkt me er toch een voor gevorderden. Ik denk dat ik in een luchtballon de vrijheid juist zal vrezen. 
0

GEVOELENS VOOR HET VADERLAND

Herinnering, In het nieuws
 In San Francisco waren wij ooit aanwezig bij een baseballwedstrijd tussen de San Francisco Giants en de Philadelphia Phillies. Voordat de strijd op het veld losbarstte zette een volumineuze sopraan op de werpheuvel het Amerikaanse volkslied in. Het werd op slag doodstil op de volle tribunes. Iedere toeschouwer ging staan. Mensen zetten hun baseballpet af en draaiden zich, de rechterhand op het hart, naar de Amerikaanse vlag. Slechts op het moment dat de zangeres aan het einde even flink uithaalde, werd de stilte onder het publiek onderbroken door een ondersteunend ‘yeah’. Amerikanen zijn trots op hun land en zij laten dat blijken ook.
Zoveel vaderlandsliefde is er nooit door mij gestroomd. We hebben niet eens een vlag die wij voor het vaderland kunnen uitsteken. Ik moet bekennen, dat ik de laatste jaren nog wel eens een brok in mijn keel voel als ik het Wilhelmus hoor. Maar waar zich dat voordoet, is dat denk ik een brok die er al langer zit en niet één die uit patriotisme voortkomt.
Voel ik me wel eens trots op Nederland? Is er iets waardoor ik in het buitenland met de borst vooruit ga lopen? Ik zou niet goed weten wat.
Ik vind het aardig om te horen als men in het buitenland ons koningshuis so cute vindt en de tulpen so lovely. Ik beaam het als men onze voorliefde voor baggeren en droogmalen roemt en ben het natuurlijk volkomen eens met degenen, die vinden dat dat kleine Nederland altijd zo mooi voetbal speelt. En toen ik deze week las dat de firma ten Cate uit Nijverdal, voormalig fabrikant van onderbroeken, nu de chassis voor de nieuwe Alfa Romeo gaat leveren, begon er wel degelijk iets te gloeien in me. Als ik Berlusconi weer eens tegenkom, dan zal ik zeggen: ‘Lekker puh! Dat kan Dolce & Gabbana niet. Voor je zelfbeheersing kan je je beter een stevig chassis van ten Cate laten aanmeten. Hollands fabrikaat!’
Omgekeerd komen er genoeg affaires in mij op, waarover ik in het buitenland liever geen vragen zou willen horen. Leidenaren die een pedofiel op het schavot terecht willen stellen. Geert Wilders en het  Polenmeldpunt. Srebrenica. Mocht ik daar ooit komen, dan zou ik niet weten wat te zeggen. Juist vanwege het besef, dat als ik daar zelf gediend had, ik net zo vrolijk na afloop met Karremans de polonaise had gelopen.
Het minst wil ik herinnerd worden aan ons koloniale verleden, hoe Holland rijk werd van de slavenhandel in West-Afrika en hoe kapitein Westerling zijn executies uitvoerde in de kampongs van Zuid-Celebes.
De afgelopen tijd las ik het boek Na de bevrijding van Ad van Liempt. Dat gaat onder meer over de wijze waarop de Nederlandse politiek in de jaren na de Tweede Wereldoorlog geprobeerd heeft om de  macht in Nederlands-Indië te herstellen. Een onthutsende geschiedenis.
Een belangrijke reden voor het herstellen van het gezag was dat de inkomsten uit de koloniën weer op gang moesten komen. Dat het leger van 135.000 soldaten een miljoen gulden per dag kostte, geld dat niet aan de wederopbouw besteed kon worden, is een van de ongerijmdheden in deze geschiedenis. Na de verkiezingen in 1948 trok de KVP alle posities in het Indië-beleid naar zich toe. Onder de verhullende noemer politionele actie werd er een oorlog gevoerd die op tal van momenten nog voorkomen had kunnen worden. Het voortdurend wankelende kabinet kreeg het voor elkaar dat de Veiligheidsraad van de VN eensgezind een resolutie tegen Nederland aannam. Nederland werd de risee van de internationale gemeenschap en moest zich met de staart tussen de benen uit de archipel terugtrekken.
Ik zal niet verder uitweiden. Lees het boek van van Liempt. Het leest als een spannend verhaal.
Waarschuwing: lezen vergroot het risico op het verlies van vertrouwen in de politiek en kan leiden tot schaamte voor het aanzien van Nederland in de wereld.
Overigens, waarom zouden Amerikanen geen last hebben van dit soort schaamtegevoelens?
0

OPGELET!

In het nieuws
Afgelopen zaterdag was in Trouw te lezen, dat veel bloggers geld verdienen met hun weblog. Zij plaatsen advertenties. Als er voldoende gegevens bekend zijn over de blogvolgers is het voor bedrijven lucratief om te adverteren. Sommige schrijvers hebben, aldus Trouw,  zoveel volgers en adverteerders dat zij van de inkomsten van hun blogs kunnen leven.

Het water liep mij in de mond toen ik dit las. Sindsdien laat dit onderwerp mij niet meer los.
Al snel na de publicatie in Trouw ontving ik vragen over mijn inkomsten via Taal en Teken, niet zozeer door oppoppende advertenties, maar vanwege vermeende sluikreclame, voor bijvoorbeeld stedentrips, hoedenwinkels, gezondheidscursussen en magnetronsloffen.
Ik maak voor het plaatsen van mijn stukken gebruik van Blogger, een ‘free weblog publishing tool from Google’. Let op het woord free. Bij mijn eerste rondgang door de mogelijkheden van deze tool stuitte ik al direct op de kop Inkomsten. Als je daarop klikt word je doorgeleid naar Google Adsense, ‘een gratis en eenvoudige manier voor gebruikers van Blogger om geld te verdienen aan het weergeven van gerichte advertenties op hun blog’. Alweer een gratis service, dacht ik, het kan niet op! Ik wil hier ruiterlijk bekennen, dat ik ook destijds visioenen kreeg van bedragen met vele nullen. Nu ik minder werk, zou dat goed uitkomen.

Niettemin, om verdere geruchten te voorkomen, wil ik hier een en andermaal verklaren, dat ik geen enkele cent verdien aan mijn weblog door welke vorm van reclame dan ook. Het tegendeel is naar mijn idee het geval. Ik heb zeer sterk de indruk, dat anderen proberen om via mijn blog inkomsten te genereren. Ik heb lang geaarzeld of ik hierover iets zou schrijven. Immers, in verband met de privacy van mijn volgers en van mijzelf is het niet mogelijk om de modus operandi te beschrijven. Nu de zaak via Trouw in de publiciteit is gekomen en er vragen zijn gerezen, voel ik me echter wel genoodzaakt een korte toelichting te geven.
Het begon ermee, dat ik mijn volgers via Google+ op de hoogte wilde houden van de plaatsing van een nieuwe bijdrage. Dat werd door Google gepresenteerd als dé manier om via de digitale weg mijn relaties te onderhouden. Ik werd al meteen bevangen door enige argwaan, want als zo’n gigant in gegevensverzameling je een bepaalde kant op wil duwen, dan is dat meestal niet voor niets.
Ik ben niet op de avances van Google+ ingegaan en stel mijn blogvolgers nu via een eenvoudige mail op de hoogte van een nieuwe bijdrage. Nu ik dit zo schrijf komt dit alternatief mij toch wel heel naïef voor. Alles wat via de digitale weg gaat wordt immers in de gaten gehouden. Ik moet er wel bij vermelden, dat het niet de Amerikanen zijn die op uw en mijn gegevens uit zijn. Dat lijkt me toch een geruststelling. In het Roemenië van Ceausescu was het ook de buurman die de rapporten schreef. Dat voelt toch een stuk vertrouwder.
Enige tijd geleden heb ik daarom mijn webcam al onder het tapijt gestopt en de bijbehorende microfoon in de pot met honing (de vuilnisbak vertrouw ik niet meer). Het aantal beschikbare wifinetwerken rond mijn huis is al meer dan voldoende.
Deze week heb ik begrepen dat er niet alleen data worden verzameld, maar ook metadata. En het meest bijzondere van alles is, als ik de firma Stennis en Glaswerk mag geloven, dat heel die dataverzameling volkomen legaal is! Dat was dus geen punt van discussie in de Tweede Kamer.

Wat moet nu de conclusie zijn van dit verhaal?
Als ik de kwestie van enige afstand bekijk, komt de vraag naar boven, of men al niet ruimschoots voldoende van mij weet.  Men weet welke websites ik bezoek, met wie ik contacten heb, en in wat voor scheerzeep, tuinharken en andere lustopwekkende middelen ik geïnteresseerd ben. Bovendien geef ik elke week op dit blog mijn ziel en zaligheid bloot. Men weet toch alles al van mij?
Als ik blogvolger zou zijn, zou ik echter wel uitkijken.

0

HET ZELF EN HETZELFDE

In het nieuws
Hoeveel woorden rijmen in het Nederlands op zelf? Denk daar, voor de aardigheid, even over na voor je verder leest.
Het zelfstandig naamwoord zelf betekent volgens van Dale: de eigen persoon, het eigen wezen, identiteit. Je zou denken dat dit alleen bij mensen voorkomt. Maar volgens de etholoog Jan van Hooff kunnen ook sommige apensoorten zichzelf herkennen in de spiegel. Die apen kunnen nu van zichzelf gaan houden. Dan tellen ze mee in deze wereld.

In onze op het individu gerichte westerse cultuur zijn het zelf en de identiteit belangrijke begrippen. Zelfstandigheid is een hoog goed. We willen dat onze kinderen zelf hun veters vastknopen en hun spullen opruimen. Dat ze een eigen identiteit ontwikkelen en dat ze na hun 18e op zichzelf gaan wonen. Na hun studie gaan ze als zzp’er aan het werk of in een zelfsturend team. Het streven is dat mensen zoveel mogelijk zelf hun problemen oplossen en, natuurlijk, dat ze een foto van zichzelf maken en een weblog over zichzelf schrijven. Het hoogtepunt van de dag is het moment voor jezelf: magnetronsloffen aan, telefoon uit en met een glaasje wijn op de bank.
We vinden het belangrijk dat ieder zichzelf kent en zichzelf ontplooit. En, vooruit, je mag jezelf ook wel eens een keer bezatten of bevlekken.  
Maar jezelf plagiëren is uit den boze, zo weten we sinds vorige week. Je mag niet twee keer hetzelfde schrijven. Je mag niet twee keer hetzelfde schrijven. Topeconoom Peter Nijkamp werd in de Volkskrant en de NRC aangeklaagd, omdat hij in zijn wetenschappelijke publicaties meer dan zestig keer zichzelf had aangehaald zonder bronvermelding. Omdat iedereen in de wetenschappelijke wereld sinds de affaire Diederik Stapel elkaar streng in de gaten houdt, werd het zelfplagiaat in de kranten breed uitgemeten. Zelf (!) spreekt de hoogleraar liever over ‘zelfcitatie’. Dat lijkt mij een mooi voorbeeld van positief herbenoemen, zoals de NS ooit de stoptrein heeft omgedoopt in de sprinter.

Door al die aandacht voor het zelfplagiaat zit ik wel een beetje in de piepzak. Want ik schrijf hier wel elke week een stukje en ik schrijf over verschillende onderwerpen. Maar ik heb nog wel eens dezelfde gedachten over de wereld om mij heen en over mijzelf. Dat bevalt me namelijk goed. Het lijkt mij vermoeiend om voortdurend van gedachten te veranderen.

Het zou dus zo maar kunnen, dat ik de zinnen die ik hier schrijf al eens eerder heb geschreven. En dat ik met mijn verslechterend geheugen niet meer weet, waar of wanneer dat is geweest, zodat ik niet de juiste bron kan vermelden. Waarmee ik dan betrapt kan worden op zelfplagiaat. Dat lijkt me erger dan een opmerking over alle andere dingen die je met jezelf kunt doen.
Liever dan mijzelf te citeren, geef ik daarom het woord aan Ivo de Wijs, de achternaam zegt het al. Hij schreef ooit het gedicht Een moment voor jezelf, een vers met vier coupletten. In elk couplet laat hij een ander woord rijmen op het woord jezelf. Het nooit geëvenaarde Nieuw prisma rijmwoordenboek van A.M.C. Ballot – Schim van der Loeff (de achternaam zegt het al) bevat vier woorden die rijmen op zelf: (be-)delf, elf, gewelf, schelf. Het zijn precies de woorden die de Wijs in zijn vier strofen heeft verwerkt. Hier volgt het eerste couplet. Zie verder: http://letraclub.com/ivo-de-wijs/een-moment-voor-jezelf.html

De meid passeert de landman op de akker
Haar glimlach roept gedachten wakker
Hij plant zijn hooivork in de grond
Kijkt even schichtig in het rond
En trekt zich terug achter een schelf
Een moment voor jezelf

 

Overigens, in het Flakkees dialect, dat gesproken wordt op Goeree Overflakkee, komt het woord kelf voor (fonetisch: kaellef). ‘Wat zie joe er kelf uut vandaeg’! Als je dat hoort, mag je in de spiegel bewonderend naar jezelf kijken.