Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

In het nieuws

0

EEN RIJTJE STRUIKEN

In het nieuws

amelisweerd-bomenVlakbij Utrecht ligt Amelisweerd, ’t is een zeldzaam en uniek gebied
Een bos aan een rivier met vele planten, die je in het hele land niet ziet
Maar wat is Waterstaat van plan? Een snelweg door het landgoed heen!
Verdwenen zijn natuur en rust, voor asfalt en beton moet alles neer!

Begin tachtiger jaren groeide in Utrecht het verzet tegen een snelweg door het landgoed Amelisweerd naar een hoogtepunt. Dankzij de aanhoudende protesten was het tracé van de weg deels verlegd naar de rand van het bos. Maar ook in die variant moesten nog 600 fraaie, oude bomen gekapt worden. Minister Zeevalking (D’66) van Verkeer en Waterstaat wilde geen verdere concessies doen. Aan ‘dat rijtje struiken’ was al veel te veel aandacht besteed.
Actievoerders bouwden boomhutten in het bedreigde deel van het bos. Terwijl de laatste juridische procedure nog gaande was, haalde de ME de actievoerders naar beneden en in hun kielzog de bulldozers de bomen.
Ik was in die jaren net aan een serieus leven begonnen. Daar hoorden het bewonen van een boomhut niet bij. Maar ik was wel vaak aanwezig op manifestaties voor het behoud van Amelisweerd. Met mijn aktiekoor Linksom zong ik het bovenstaande Amelisweerdlied, door pianist Karel getoonzet in een jazzy vijfkwarts maat met schelle, hoge akkoorden op de woorden moet alles neer.

Ook ons gezang heeft niet kunnen voorkomen, dat sinds die tijd de A27 via een betonnen bakconstructie door Amelisweerd loopt.
Ik hàd de weg natuurlijk kunnen boycotten. Maar in plaats daarvan heb ik heel vaak – tot mijn tevredenheid –  gebruik gemaakt van deze snelweg. De route bracht mij een stuk sneller op weg en weer terug naar huis. Het oude alternatief, dat via de oostelijke stadswijken loopt, wordt hiermee danig ontlast. Je moet er niet aan denken dat al dat verkeer zich nog steeds door die wijken zou moeten wurmen, in één lange fijnstofproducerende file.
Maar ja, omdat wij allen zo fijn die A27 gebruiken zit de weg nu weer aan zijn grenzen. Het verkeer is zodanig toegenomen, dat er rond Amelisweerd nog wel eens files staan. Ook natuurliefhebbers houden daar niet van.

amelisweerd-snelwegIn mei heeft Rijkswaterstaat plannen gepresenteerd voor de oplossing van de verkeersknelpunten rond Utrecht. De A27 wordt in beide richtingen met één rijstrook uitgebreid. Daarvoor moeten nog eens 200 ‘struikjes’ verdwijnen. De impopulaire maatregel krijgt een fraaie verpakking. Voor het verdwijnen van 1,7 hectare natuurgebied wordt elders 4,73 hectare nieuwe natuur ingericht. Waar dat nieuwe bos moet komen en of dat niet al  lang gepland was, heb ik niet kunnen achterhalen.
Inmiddels zijn de oude stellingen opnieuw betrokken.
Rijkswaterstaat hamert op de onvermijdelijkheid van de verbreding voor het oplossen van het fileleed.  Bewoners- en milieugroeperingen willen de plannen tegenhouden.
Zondag 5 juni is er een demonstratie bij station Lunetten. L’histoire se repète.
De tegenstanders zijn van mening dat de verbreding niet nodig is. Uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de groei van het verkeer afneemt.
Ook het college van B&W van Utrecht is niet overtuigd van de noodzaak. Binnen afzienbare tijd rijden er zelfsturende auto’s. ‘Uit studies blijkt, dat de filedruk met 30% afneemt als 10% van de auto’s automatisch rijdt’.
De komende tijd mag ieder zijn zienswijze indienen.  Zo doen we dat in Nederland. Vervolgens wordt er besloten zoals gepland.
Tenzij iemand ontdekt dat de uiterst zeldzame geelgestreepte kortpootmug een klein boomhutje in Amelisweerd heeft betrokken. Of misschien kan er een klein wolfje uit Polen worden geïmporteerd?

Het  laatste couplet van het Amelisweerdlied luidt:
Ze zijn van ons nog lang niet af, we hebben nog een nieuwe troef
Er is nog één vergunning niet, dus hoge heren juich maar niet te vroeg!

Hier kan je een opname horen van het Amelisweerdlied (opgenomen tijdens een 1-mei-manifestatie in 1980):

1

DE BROEK VAN DE OUDERE WERKLOZE

In het nieuws

oudere werklozeIn Trouw, de krant van Ouder Nederland, woedde een discussie over werkloze 60-plussers. Het was natuurlijk een socioloog, die de knuppel in het hoenderhok gooide. Jan Cremers van de universiteit van Tilburg nam het op voor de oudere werkzoekende. Het moet, aldus Cremers,  maar eens afgelopen zijn met het frustrerende circus van de zinloze sollicitatieplicht en de wekelijkse vernedering vanwege de zoveelste afwijzing. Gesteund door het CNV pleitte hij voor een Generaal Pardon. Voor minder doen we het in dit land meestal niet.
Andere deskundigen erkenden dat enige coulance voor de oudere werkloze gewenst is, maar argumenteerden dat een Generaal Pardon zal leiden tot ongewenste neveneffecten. Werknemers gaan het als een recht zien en werkgevers zullen op nog grotere schaal ouderen in de WW dumpen.
Politiek Den Haag riep eenstemmig, dat  het niet nodig is om oudere werklozen ‘achter de broek aan te zitten’ en dat maatwerk gewenst is. Dat laatste is in den Haag een oplossing voor vele kwalen.

Ik weet waar het over gaat. Sinds twee jaar ben ik gedeeltelijk werkloos en sinds deze week geheel. Ik ontvang WW en als tegenprestatie doe ik elke week een sollicitatieactiviteit. Dat zijn de regels van het spel en ik speel dit met gepaste tegenzin mee. De beslissers van het UWV zijn tenslotte ook maar gewone werknemers, die blij zijn, dat ze een baan hebben.
Regelmatig verstuur ik sollicitaties, ook al weet ik dat mijn geboortejaar 1952 alle argumenten om mij uit te nodigen in één keer onderuit haalt. Ik heb al een mooie verzameling aangelegd van redenen om mij af te wijzen.

Ik heb echter niet het idee, dat het UWV mij achter de broek aan zit. Mijn laatste telefonisch gesprekje dateert van najaar 2014. Daarnaast is er nog de uitlaatklep van de netwerkcontacten. Een netwerkcontact geldt als sollicitatieactiviteit, dus nu u, lezer, weet dat ik op zoek ben naar werk kan ik uw naam als netwerkcontact opvoeren.
Het lijkt er derhalve op dat het coulancebeleid reeds wordt uitgevoerd, al wordt dit niet zo genoemd. Dat kan je met gedogen immers beter niet doen.
Ik heb nog verplicht een groepscursus solliciteren bij het UWV gevolgd. Dat is een van de stimuleringsmaatregelen van minister Asscher. Hij heeft er 67 miljoen in geïnvesteerd. In mijn groep was snel duidelijk, wie echt op zoek was naar een baan en wie het wel wilde uitzingen tot zijn pensioen.
Het UWV zou er goed aan doen zich te concentreren op de eerste groep. Laat mensen die vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen, dat rustig blijven doen.

AsscherVorige week schreef Trouw over het onderzoek ‘kansrijk arbeidsmarktbeleid’ van het Centraal Planbureau. Niet de werkzoekende, maar minister Asscher en het UWV krijgen hier ongenadig voor de broek.  Alle denkbare maatregelen om werklozen aan een baan te helpen blijken zo goed als zinloos te zijn. Baanvindbonussen, kortingen voor werkgevers, jobcoaching, verplicht solliciteren: het helpt allemaal niets. De enige maatregel die nog enig gewicht in de schaal legt is de verlaging van het wettelijk minimumloon. Dààr hebben de besparingslustige werkgevers nog wel oren naar. Voor minder doen zij het niet.
De uitkomsten van het CPB-onderzoek verbazen mij niet. Als het aantal banen niet toeneemt, kan je werklozen kontjes geven waar je wilt, een baan vind je er niet mee.
Asscher, de minister die altijd schuin uit zijn ogen kijkt alsof hij razendsnel nadenkt over de oplossing voor het eerstvolgende probleem, laat zich echter niet uit de wind slaan. Hij brengt nu zijn zwaarste geschut in. Niemand minder dan John de Wolf, ooit een meedogenloze verdediger bij Feyenoord, die voor niemand aan de kant ging, wordt het boegbeeld van een nieuwe arbeidsmarktcampagne.
Er is dus nog hoop voor de oudere werkloze.

1

 IK OVERSTROOM

In het nieuws

waterWoensdagavond was ik opeens ziek. Ik voelde me zo gammel, dat ik alleen nog maar wilde liggen op de bank. Zelfs lezen was me te inspannend, dus uit arren moede zette ik de televisie aan en keek naar 100 jaar droge voeten, een programma over de bedreigingen van het water. De aanleiding hiervoor was de ‘vergeten’ watersnoodramp van 1916. Toen braken in een stormachtige januarinacht de dijken van de Zuiderzee. Het eiland Marken en de polder Waterland (nomen est omen) werden overstroomd. 34 mensen kwamen om het leven, de materiële schade was groot. De ramp was aanleiding voor de aanleg van de Afsluitdijk, zoals de ramp van 1953 dat zou worden voor de Deltawerken.
De NOS had het Woudagemaal, het oudste nog werkende stoomgemaal in Nederland, als locatie voor het programma gekozen. Voor de gelegenheid had men de enorme machinehal met blauwe en oranje spots fraai uitgelicht.
Een professor uit Delft was ingehuurd voor de uitleg over de dijkbeveiliging.
Dat was een hele knappe, voor Delft een hele knappe, zong Jaap Fisher 50 jaar geleden al.
De man had zijn teksten goed voorbereid en hij deed zichtbaar zijn best om tussen zijn antwoorden door te ontspannen. Niettemin stond hij er stijfjes bij, alsof de NOS hem aan de grond had vastgeplakt. Hij wist ook niet goed waar hij zijn handen moest laten. Wellicht dat de regisseur daarom voortdurend schakelde naar de schitterend verlichte turbopompen en vliegwielen.
De NOS had nog een enquete gehouden, waaruit bleek, dat een groot deel van de Nederlanders op het gebied van de waterveiligheid een groot vertrouwen in de overheid heeft. Toch maakt men zich, vanwege de klimaatverandering en de zeespiegelstijging, zorgen over de toekomst. Een meerderheid zei onvoldoende geïnformeerd te zijn over wat te doen bij wateroverlast.
De overheid wil dat de burgers zich meer bewust zijn van de risico’s, zodat zij zelf voorbereidingen kunnen treffen. De kijker werd verwezen naar www.overstroomik.nl. Daar kan je bijvoorbeeld voor elke plaats opzoeken hoe hoog het water bij een dijkdoorbraak komt.
Ik kreeg nu sterk de indruk dat het eigenlijke doel van de uitzending hiermee boven water kwam.
De risico’s zijn weliswaar erg klein, zei de professor, maar mochten de dijken doorbreken dan is de schade aanzienlijk. Hij liet nu zijn schouders er een beetje bij hangen. Alsof hij zich persoonlijk verantwoordelijk voelde. Ik begon me opeens te ergeren aan die feestelijke verlichting.
Daarna zagen wij opnamen van het Willem van Noortplein in Utrecht. Passanten konden door een ingenieuze bril bekijken hoe het plein er na een dijkdoorbraak uit zou zien. Het water staat er dan één meter hoog. Daar schrok ik toch wel van. Het betekent namelijk dat ook ons huis een meter in het water zal staan.
Na de uitzending raadpleegde ik voor de zekerheid overstroomik.nl. Daar verscheen na het invullen van de postcode een mededeling die niet mis te verstaan is: Ja, je overstroomt maximaal 1.0 meter. Je hebt een kans van groter dan 10% dat jij dit in je leven meemaakt. Dat kan ook morgen zijn.
Blijkbaar was de site al op de hoogte van mijn leeftijd.
Van de professor had ik gehoord, dat de meeste dijken in Nederland al voorbereid zijn op een zeespiegelstijging van 1 meter en dat de kans op een dijkdoorbraak op 1% in de 100 jaar wordt geschat, maar de website lezend begreep ik dat de gevaren veel groter zijn. En dat terwijl Nederland de meest veilige Delta ter wereld wordt genoemd!
Ik bedacht dat we gelukkig nog een aardige voorraad kidneybonen, pastasauzen en hagelslag in de kelder hebben staan. Het kattenvoer zou ook nog wel eens van pas kunnen komen. Die voorraad moeten we dan wel naar de zolder te verplaatsen. Het lijkt me immers niet zo prettig als we de blikjes uit de kelder moeten opduiken.
Electriciteit, gas, internet, alles valt uit bij een watersnood. Ik besefte dat het hoog tijd is om een overlevingspakket aan te leggen: transistorradio, zaklamp, kaarsen, dekens. Het kan morgen al gebeuren.
Maar op dat moment was ik te ziek om actie te ondernemen. Ik overstroomde en wilde alleen nog maar liggen. Maar dan in bed, zonder tv. Après nous le déluge.

0

BARMHARTIGHEID

In het nieuws

Ik moet het eerlijk bekennen. De tijd heugt mij niet dat ik voor het laatst een daad van barmhartigheid heb verricht. Dat iemand mij complimenteerde met mijn barmhartigheid. Of dat ik ’s avonds in bed lag en met een groot gevoel van tevredenheid kon vaststellen, dat ik me die dag weer eens van mijn meest barmhartige kant had laten zien.
Hoe vaker ik het woord schrijf, hoe meer ik overigens ga twijfelen over wat barmhartigheid nu werkelijk inhoudt.
Barmhartig wordt in Van Dale omschreven als: medelijden hebbend, genadig. Het gaat over compassie, liefdadigheid en de behoefte om hulp te verlenen aan de mens in geestelijke of lichamelijke nood. Kortom, goed doen in sociale zin.
Als ik dit zo lees heb ik gelukkig nog wel wat barmhartigheid in huis.
Deze week heb ik onze poes, die heel blasé zijn verfijnde en peperdure vleesgerecht had laten staan, een soort leverpastei dat wij vijftig jaar geleden op ons brood aten, geen schop voor zijn kont gegeven, maar vergevingsgezind opnieuw een bordje met een andere delicatesse voorgezet.
De directeur die mij wilde ontslaan en mij tegen alle regels in wilde afschepen met een fooi is voor mij nu een hardwerkende man, die vecht voor het voortbestaan van zijn instelling.
Ik kan dus best barmhartig zijn. Nu ik de betekenis goed ken, zie ik dat er eigenlijk elke dag wel momenten van barmhartigheid zijn. Ik heb het veel meer in mij dan ik zelf ooit beseft heb. Sterker nog, je zou kunnen zeggen, dat mijn leven in het teken staat van barmhartigheid. Van jongs af aan heb ik gegeven aan de missie en andere goede doelen. Ik heb een tijdlang medelijden gehad met arbeiders. Vervolgens heb ik mijn hele loopbaan in de geestelijke gezondheidszorg gewerkt.
Bovendien weet ik goed wat genade is.
Als ik vroeger op het schoolplein een ruzie op fysieke wijze had beslecht en als overwinnaar boven op een ander kind zat, met mijn handen stevig zijn polsen tegen de grond duwend, liet ik hem daarna straffeloos gaan, maar niet dan nadat hij mijn lesje woord voor woord had herhaald: Genade – Chocolade; Citroen – Ik zal het nooit meer doen.
Ik bevind mij hierbij in een goede familietraditie. Een neef van mijn vader, dr. Henri van Rooijen O.S.C., is er in de vorige eeuw in geslaagd om een boek van 148 pagina’s vol te schrijven over De Genade, nu een standaardwerk over dit onderwerp in het Nederlandse taalgebied.
Ik zal daarom niet versagen, nu de paus deze week een Buitengewoon Heilig Jaar heeft geopend, dat in het teken zal staan van de Barmhartigheid.
Een Heilig Jaar of Jubeljaar in de katholieke kerk heeft als doel om extra aandacht te vragen voor een thema. Vaak is het voor de kerk ook een manier om geld te verdienen. Ooit werd er eenmaal per vijftig jaar zo’n Heilig Jaar gevierd. In de vorige eeuw was dat al een keer in de vijfentwintig jaar. Paus Franciscus gooit er nu nog een schepje bovenop. Hij heeft het tempo van deze tijd goed aangevoeld. We worden uitgenodigd om door de Heilige Deur de St. Pieter te betreden. Daarmee kunnen we voor onszelf of voor anderen een aflaat verdienen, een kwijtschelding van de straf voor de zonden. Om het ons makkelijk te maken mogen we godzijdank ook de Augustinuskerk in Utrecht binnenlopen.
Het Jubeljaar lijkt mij een goede reden om een persoonlijk actieplan Barmhartigheid op te stellen.
Ik denk er bijvoorbeeld aan om niet meer kwaad te spreken over dirigenten die verkeerde keuzen maken. Ik zal geen stompen meer uitdelen aan fietsende middelbare scholieren, die mij in rotten van vier de berm inrijden. Ik ben ook niet van plan de brandslang te richten op onze achterburen als zij weer eens voor de vijfde keer in één week een disco-met-openstaande-deuren houden.
Omgekeerd hoop ik dat anderen zich liefdevol over mij zullen ontfermen, mocht ik eens van het rechte pad zijn afgeraakt.
Ik roep bij deze iedereen op om het offensief van Barmhartigheid te volgen. Anders verdwijnt met het toenemend individualisme niet alleen het woord barmhartigheid, maar ook de deugd zelf.

1

HET NIEUWE FIETSEN

In het nieuws

Amsterdam wil fietsproblematiek aanpakkenUtrecht wil het autoverkeer in de binnenstad terugdringen en het fietsen bevorderen. Fietsen is immers schoon en gezond. Vanuit de meeste wijken fiets je binnen het kwartier naar het centrum. Een fiets is niet alleen een makkelijk en goedkoop vervoermiddel. Je kunt ook je conditie trainen op de fiets. Je kunt kinderen in laadbakjes naar school brengen en je spullen verhuizen met een bakfiets. En wie wil er nu niet gezellig bier drinken op de fiets?
Het stimuleren van het gebruik van de fiets lukt in Utrecht aardig goed. Wat heet. Tussen 7.00 uur en 19.00 uur rijden meer dan 100.000 fietsers door de binnenstad. 37.000 Mensen fietsen per dag over het Vredenburg. Ik weet niet of we er blij mee moeten zijn, maar de drie drukst bereden fietspaden van het land liggen in de stad Utrecht.
Utrecht wil, aldus het gemeentelijk actieplan Utrecht fietst, een stad zijn met een comfortabel en uitgebreid fietsnetwerk, waar iedereen veilig kan fietsen. Bij de inrichting van de openbare ruimte krijgt de fiets voorrang.
Jaren geleden al werd geëxperimenteerd met een straat, waar auto’s en bussen achter de fietsen moesten aansluiten. Het bleek geen succes, de tijd was er nog niet rijp voor. Nu wordt een proef gedaan met een groene golf voor fietsers door middel van ledlampjes in het fietspad.
Utrecht streeft erna om wereldfietsstad  te worden. Als je er al jaren niet in slaagt om het fijnstofgehalte in de lucht binnen de normen te houden, dan kan je inderdaad maar beter andere doelen stellen.
Het succes van het fiets kent zijn schaduwzijden.
Tijdens de spits ontstaan op de hoofdroutes files van fietsers. Veel fietsers vertonen anarchistisch gedrag. Wij fietsers zijn gewend onze eigen regels te volgen. We rijden tegen de rijrichting in, fietsen door rood, telefoneren op de fiets of voegen zonder uit te kijken vanaf de stoep in. Zo ontstaan chaotische verkeerssituaties. Het aantal verkeersongevallen daalt, maar het aantal ongelukken waarbij een fiets betrokken is stijgt. Aanrijdingen van twee fietsen nemen toe. Onlangs is in Utrecht een bejaarde fietser na zo’n aanrijding overleden.
Het grootste probleem is echter de parkeeroverlast. Waar je ook kijkt, zie je massa’s geparkeerde fietsen. Zeker rond het station is de openbare ruimte één grote stapeling van fietsen. En wil je je fiets daar neerzetten, dan is er nergens een plekje te vinden. Je vraagt je af waar al die fietsen vandaan komen.

Er wordt wat afgeteld in dit land, dus heeft ook iemand geturfd, dat op drukke plekken in de binnenstad 70% van de fietsen de hele dag niet van zijn plaats komt. Sommige fietsen komen maandenlang niet van hun plek. Die worden weesfietsen genoemd.
De gemeente doet er alles aan om de problemen aan te pakken.
Er zijn meer dan 6000 fietsparkeerplekken bij het station. Volgend jaar komen er nog 3500 bij en in 2018 wordt een fietsenstalling met een capaciteit van 12.500 plekken geopend. Inderdaad, de grootste fietsenstalling ter wereld.
In de binnenstad beheert U-stal in opdracht van de gemeente een groot aantal bewaakte fietsenstallingen. In de bewaakte fietsenstallingen kan je de eerste dag gratis parkeren. Echt gratis kan het natuurlijk niet zijn. Er is altijd iemand die betaalt.
Er zijn daarnaast Pop Up Parkings in het leven geroepen. Dit zijn mobiele stallingen die op piekmomenten kunnen worden ingezet.
Vier maal per jaar worden de weesfietsen geruimd. Dan moeten er dus functionarissen zijn, die fietsen beoordelen en als wees aanduiden. Daarvoor moet je wel eelt op je ziel hebben.
Daarnaast heeft de gemeente fietscoaches aangesteld. Zij moeten op plaatsen, waar fietsen en brommers vaak verkeerd geparkeerd worden, de burger verwijzen naar de dichtstbijzijnde parkeerplek. In zorg en welzijn is de mantra dat ieder zijn eigen problemen moet oplossen. Voor het parkeren van de fiets wordt hulp gefinancierd.
Wij fietsers zijn gewend om onze fiets te parkeren voor de deur waar we moeten zijn. Daar moet verandering in komen, vindt de gemeente. We moeten toe naar een combinatie van fietsen èn lopen. Je parkeert je fiets in de binnenstad op een fietsparkeerplek. Daarna loop je het laatste stuk naar je bestemming. Daar kan ik me goed in vinden.
Het Nieuwe Fietsen, laten we het zo maar noemen.

0

DE SYNODEVADERS MAKEN ZICH ZORGEN

In het nieuws

kerk273 waren zij in getal, de kardinalen en bisschoppen die onlangs bijeen waren in Rome.
Op de foto’s in de krant zie je de paarse en rode kalotjes feestelijk gemengd in onderhoudend gesprek met elkaar. De ketting met het zilveren kruis hangt boven de brede, glimmend gekleurde sjerp die om de uitdijende buik spant. Tussen alle grijze blanken schuift een jonge, donkere Afrikaanse bisschop door.
Twee weken zijn de synodevaders bij elkaar geweest. Er waren intensieve discussies. Meer dan 800 tekstvoorstellen werden besproken. Het onderwerp van gesprek gaf daar alle aanleiding toe. De 273 mannen, bijna allen bejaard en zonder uitzondering ongehuwd, lieten hun licht schijnen over gezin en huwelijk.
Dat is natuurlijk volkomen terecht.
Het gezin, de bakermat van een gezonde ontwikkeling, ligt onder druk. In Nederland eindigt inmiddels 36% van de huwelijken in een echtscheiding. Kinderen van gescheiden ouders bevolken meer dan gemiddeld de wachtkamers van de hulpverlener. Het aantal vechtscheidingen neemt toe. Echtscheiding wordt ‘overgedragen’. Kinderen van gescheiden ouders hebben als volwassene vaker moeite om een relatie in stand te houden. De verhoudingen in samengestelde gezinnen worden ingewikkeld: ‘jouw kinderen maken ruzie met mijn kinderen wie er met onze kinderen mag spelen’. Kinderen vragen zich af welke van de vier oma’s dit weekend nu weer komt oppassen.
Pedagogen en scheidingsdeskundigen vragen daarom al een aantal jaar aandacht voor de relatieproblematiek. Onlangs nog in Trouw: ‘Aanstaande ouders zijn slecht voorbereid op hun nieuwe rol en hebben vaak niet door dat een kind je relatie ingrijpend verandert.’ (….) ‘Van alle jonge stellen krijgt 83 procent te maken met een relatiecrisis na de komst van een baby’.
Dat er iets niet goed gaat, is duidelijk. Maar wat zijn de oorzaken?
Kan men niet goed communiceren met elkaar?
Liggen de verwachtingen te hoog?
Hebben de ouders het te druk met van alles en nog wat?
Of denken de partners op de eerste plaats aan zichzelf?
Zonder een duidelijk antwoord op de vraag naar de oorzaken worden er door de deskundigen volop aanbevelingen gedaan. Aanstaande ouders zouden op cursus moeten om te leren wat het ouderschap inhoudt. Oude rituelen worden van stal gehaald. In België heeft een hoogleraar de Ouderschapsbelofte bedacht, een soort vijf geboden voor verstandig ouderschap (‘Wij beloven, dat je in een liefdevol gezin opgroeit en besteden aandacht aan jou, onze relatie en de sfeer in huis’).
Het zou zo maar kunnen zijn, dat zo’n belofte in goede aarde zou vallen bij de synodevaders.
Denk overigens niet dat de bisschoppen en kardinalen niet weten wat er in de wereld aan de hand is. In het slotdocument van de bisschopssynode 2014, die ook al het gezin als onderwerp had, wordt onder meer gesproken over het te ver doorgeschoten individualisme, vechtscheidingen, emotionele instabiliteit, de verspreiding van pornografie, de rol van internet en het geweld tegen vrouwen.
Studeren kunnen ze in Rome wel.
Als het aankomt op oplossingen vallen de synodevaders echter weer eeuwen terug. De leer van de kerk dient gehandhaafd te worden. Zo mogen mensen die hertrouwd zijn niet meer deelnemen aan de communie. Een groep hervormers onder aanvoering van kardinaal Marx (!) stelde nog voor om hertrouwden een tweede kans te bieden. Men zou dan na een scheiding een boetetraject moeten volgen. Niet een eenmalige biecht, maar eentraject. Hoeveel rondjes op je knieën rond de kerk?
Zou niet één van d e kardinalen zich tijdens het brevieren wel eens afvragen, hoe ver men zich met de oude kerkelijke regels buiten, in ieder geval, de huidige westerse samenleving plaatst?
Kardinaal Eyk zei dat hij erg vermoeid was. Hij en zijn collega’s hadden in Rome twee weken keihard gewerkt. Net als vaak bij jonge echtparen voorkomt, was er te weinig tijd voor ontmoeting en informele uitwisseling.
Dat gold, volgens een goed ingelichte bron, niet voor de twee oude kardinalen, die tijdens een pauze op een bankje in de tuin van het Vaticaan zaten. Het gesprek ging over het celibaat.
‘Zullen wij het nog meemaken, dat het celibaat wordt opgeheven?’, vroeg de een openhartig aan de ander.
‘Nou’, zei die ander na een lichte aarzeling, ‘ik geloof niet dat wij dat nog zullen meemaken’.
‘Maar onze kinderen denk ik wel’.

0

IS DAT WEL GOED VOOR U?

In het nieuws
Het tijdschrift Zorg+Welzijn luidde vorige week de noodklok: Steeds meer alcoholverslaving onder ouderen. Huisarts en Wetenschap bericht: ‘de frequentie van het alcoholgebruik onder 55-plussers is gemiddeld hoger dan onder jongeren, en zij drinken ook vaker dagelijks. In 2008 gebruikte 71% van de 65-plussers per dag meer dan 1 glas alcohol.’
Weg dus met al die zorgen om comazuipende jongeren en overlast van laveloos jongvolk in het uitgaanscircuit. Dat is klein bier vergeleken met al die glaasjes die ouderen vaak in stilte achteroverslaan.  Het zijn nu eens de ouderen die onze aandacht verdienen!
Het alcoholgebruik per oudere neemt ook nog eens fors toe. Ouderen hebben tijd en geld. Daarnaast zijn er ouderen die drinken om de eenzaamheid te verdrijven of om te ontsnappen aan gezondheidsklachten of andere problemen.
Wij 55-plussers drinken er dus lustig op los. Artsen vinden dit riskant. Een senior is namelijk door een verminderde werking van organen juist minder goed tegen alcohol bestand. Ook de combinatie van alcohol en medicatie kan verkeerd uitpakken. Gebruik je als oudere teveel alcohol dan kan dat leiden tot een veelheid aan lichamelijke klachten. Je komt eerder op je snufferd terecht (botbreuken) en – last but not least – je gaat eerder dood.
 
alcohol en ouderen
 
Gezondheidsvoorlichters raden ouderen daarom aan om niet meer dan 7 glazen per week te drinken en maximaal 2 of 3 glazen per keer. Volgens anderen is dit nog te veel. Kom daar maar eens mee aan bij de biljarttafel in de dorpskroeg of de kaarttafel op de ouderensoos.
Artikelen over alcoholgebruik onder ouderen eindigen steevast met aanbevelingen om de signalering van overmatig gebruik door ouderen te verbeteren en vroegtijdig in te grijpen. Na het ethisch appèl van de Blauwe Knoop is er nu het gezondheidsappèl.
Bij mij roepen deze artikelen twee vragen op.
1.    Is het erg dat ouderen meer alcohol gebruiken dan strikt genomen goed is?
Als iemand op latere leeftijd door de drank zijn huwelijk verwoest, zijn kinderen nooit meer ziet en eenzaam drinkend ten onder gaat, dan lijkt me dat reden om hulp aan te bieden. Maar wat te denken van een oudere, die 3 glazen per dag drinkt, geen enkele overlast geeft, maar door het drinken wel eerder ziek wordt en eerder dood gaat? Geeft dit aanleiding voor een stevig gesprek?
Misschien zouden we in dit geval wel het rijbewijs moeten afpakken.
2.    Is vroegtijdig ingrijpen haalbaar?
De zegeningen van de alcoholpreventie zijn beperkt. Over de resultaten van het voorkómen van verslaving onder ouderen heb ik helemaal niets kunnen vinden. In zijn algemeenheid is bekend, dat je via voorlichting kennis kunt overdragen. Daarom is het zinvol om ouderen te vertellen dat hun lichaam minder goed bestand is tegen alcohol.
Kennis alleen echter leidt niet tot gedragsverandering. Elke roker weet dat hij een grotere kans heeft op longkanker en een korter leven. Toch roken mensen door. Zo zijn er ook ouderen die in volle bewustzijn ervoor kiezen om meer te blijven drinken dan goed voor hen is.
Ten aanzien van de rol van de huisarts in de vroegtijdige signalering wil ik nog een vraagteken plaatsen. Uit een enquete van Medisch Contact bleek, dat 60% van de huisartsen niet naar het alcoholgebruik van de patient vraagt, ook als de klachten er wèl aanleiding toe geven. De reden hiervan laat zich raden. Bijna 90% van de huisartsen lust zelf graag een borrel.
Voor wie zijn alcoholgebruik wil testen volgt hieronder een veelgebruikte vragenlijst voor eerste screening. Beloon jezelf na het invullen met een lekker kopje kruidenthee. Met een slagroomgebakje.
1 Hoe vaak drinkt u alcoholische dranken?
(0.0) Nooit
(0.5) 1x per maand of minder
(1.0) 2 tot 4 x per maand
(1.5) 2 a 3 x per week
(2.0) 4 x of vaker per week
2 Hoeveel alcoholische dranken gebruikt u op een typische dag waarop u alcohol drinkt?
(0.0) 1 of  2
(0.5) 3 of 4
(1.0) 5 of 6
(1.5) 7 tot 9
(2.0) 10 of meer
3 Ergert u zich wel eens aan mensen die opmerkingen maakten over uw drinkgewoonten?
(0.0) Nee
(1.0) Ja
4 Voelt u zich wel eens schuldig over uw drinkgewoonten
(0.0) Nee
(1.0) Ja
5 Drinkt u wel eens ’s ochtends alcohol om de kater te verdrijven?
(0.0) Nee
(1.0) Ja

 

Score: tel de punten die voor het gekozen antwoord staan op. Een score van 2,5 of hoger duidt op mogelijk problematisch alcoholgebruik. Neem dan contact op met je huisarts. Je kunt op zijn minst ervaringen uitwisselen.
0

GAAN WE ACHTERUIT?

In het nieuws
 
Het regende deze week en het was koud. Het Nederlands elftal verloor weer eens en uit de krant kwam er een stroom van slecht nieuws over oorlogen, aanslagen en ontheemden. Rusland bedreigt Europa en IS wil  het Westen een kopje kleiner maken.
Het lijkt wel of het steeds slechter gaat met de wereld.
Ik zag weinig redenen om te zingen of grappen te maken. Terwijl dat nu juist de dingen zijn, die ik graag doe.
We zijn over het hoogtepunt van de welvaart heen, denk ik wel eens. Onze generatie heeft een mooie tijd meegemaakt. Een tijd van groeiende welvaart en meer vrijheid. Van meer zeggenschap en meer vrije tijd. Van huizen die drie keer in waarde zijn gestegen.
Maar nu gaan we de andere kant weer op.
Zo maalde het nog een tijd verder in mijn hoofd.
Ik vroeg me af of er werkelijk sprake is van een toename van ellende  of dat het met mijn leeftijd te maken heeft? Komen deze negatieve gedachten wellicht eerder op als je ouder wordt?
Als je het leven ziet als een berg, dan ben ik als zestiger onmiskenbaar weer aan het afdalen. Dan kijk je wat vaker om en denk je aan de mooie dingen die je beleefd hebt. Je haalt met vrienden herinneringen op. Vroeger was het nieuwer, spannender, beter…
Nu zie ik een dalende lijn voor me. Ik hoor in mijn omgeving over ernstige ziektes. Ik moet nog even niet denken aan wat mij te wachten staat. Als jongere heb je een doel voor ogen, je wilt wat bereiken. Maar als je kinderen het huis uit zijn en je pensioen bereikt is, wat…
Ho. Stop.
Ik roep mijn gedachtenstroom over de achteruitgang en de ouderdom een halt toe.
Als er één ding beter is dan vroeger, dan is het de gestegen welvaart en de verlenging van de levensverwachting. Wat Henk Krol in zijn ribbroek ook mag beweren, ouderen hebben het nu beter dan een paar generaties terug. Toen waren de mensen blij als ze de 65 haalden. Ze werkten door tot aan hun dood. Nu hebben we na onze pensionering gemiddeld genomen nog zo’n twintig jaar te gaan. Twintig jaren die we zelf kunnen invullen.
We hoeven ons niet te laten opsluiten in een ouderendorp in Florida met acht golfbanen, veertien zwembaden, twaalf bioscopen en een veelvoud aan beveiligers.
Je kunt jezelf nieuwe doelen stellen, persoonlijk en maatschappelijk. Je kunt nieuwe dingen leren en vanuit je levenservaring bijdragen leveren aan maatschappelijke doelen. In de Trouw stond deze week het verhaal van een dominee die na een lang werkend leven een opleiding tot seksuoloog had gevolgd en nu echtparen hielp bij sexproblemen. God heeft de mens immers ook met geslachtsdelen geschapen.
Wat je ook doet, je kunt als oudere wat kalmer aandoen en wat vaker op vakantie.
Er is minder druk in de derde levensfase. Je hoeft je niet meer te bewijzen. Veel ouderen kunnen meer genieten en tegenslagen gemakkelijker opvangen. Ouderen zijn vaak milder. Zelfs bij de conservatieve kardinaal Simonis, wiens missie het was om de katholieken in Nederland weer aan de orthodoxe regels van de kerk te onderwerpen,  zag ik tijdens een televisie-interview een milde kant.
Ouderen kunnen tegen een stootje. Dat depressie en somberheid bij de ouderdom horen is een mythe.
Kortom, als je ouder wordt is er genoeg te zingen en te lachen.
Vorige week zei mijn kleindochter van vier tegen een wildvreemde vrouw op straat, zonder enige inleiding of aankondiging: ‘ik heb wel een beetje een gekke opa’.
Buiten regent het nog steeds. De kou is het huis in getrokken.
De radio bericht over oplopende spanningen in Israël. Politici slagen er maar niet in om afspraken te maken die de opwarming van de aarde tegengaan. In Zweden is een asielzoekerscentrum in de fik gestoken. Vorige week werden er veel dichterbij huis, in Woerden, vuurwerkbommen naar een opvangcentrum gegooid. 
Het ziet er echt naar uit dat het slechter gaat in deze wereld. Of ik nu ouder word of niet. 
1

GAST AAN TAFEL

In het nieuws
Tja, hoe moet het verder met onze democratie?
Ik hou wel van politici die duidelijk zijn in hun visie en doelen, hun rug recht houden bij tegenwind en er niet voor terugschrikken om impopulaire maatregelen te nemen. Maar een politicus, die in de huidige tijd impopulaire maatregelen neemt, weet dat hij daarmee zijn eigen einde inluidt.
We leven niet meer in de vijftiger jaren, waarin de kiezers blind hun voormannen volgden. Burgers zijn mondiger geworden. Zij willen gehoord worden en niet alleen via het potlood in het stemhokje. Dat stelt nieuwe eisen aan de democratie.
Overheden en beleidsmakers bedenken daarom nieuwe vormen om burgers bij het beleid te betrekken, zoals bewonerspanels, ontwikkelgroepen, kenniscafé’s, wijkschouwen en participatiegroepen. Het nieuwste woord is Tafel. Daarmee worden uiteenlopende vormen van overleg met belanghebbenden bedoeld, bijv. over de herinrichting van een plein of de buurtveiligheid. (De keukentafel hoort overigens niet in dit rijtje thuis).
Naar aanleiding van de problemen met de gaswinning werd in Groningen begin 2014 een Dialoogtafel opgericht. De commissie Meijer had vastgesteld dat het vertrouwen in de Rijksoverheid en de NAM onder de inwoners van Noord-Oost Groningen ver te zoeken was. Bestaande overlegstructuren zouden dit probleem onvoldoende kunnen oplossen.
Een Tafel, het huiselijk symbool voor gemeenschappelijkheid en verbondenheid, zou meer perspectieven bieden. Bewoners, ondernemers, overheden en NAM werden maandelijks uitgenodigd om als gast aan tafel aan te schuiven.
De Dialoogtafel heeft anderhalf jaar gefunctioneerd. Begin september werd besloten om de tafel op te doeken. Tafelvoorzitter Jacques Wallage legt in Trouw (10-09) uit waarom dit nieuwe democratische middel mislukt was. ‘De overheden en de NAM wilden het liefst zelf de dienst uitmaken. De dringende noodzaak om op één lijn te komen met maatschappelijke organisaties voelden zij niet’.  Akkoorden werden buiten de Tafel om gesloten. ‘We mochten hoogstens een punt of een komma veranderen’. Voor iemand die zelf zijn hele leven de overheid gediend heeft is dit forse taal.
De Belgische schrijver David van Reybrouck pleitte in zijn boek Tegen Verkiezingen om een door loting geselecteerde groep burgers te laten meewerken aan beleid en wetgeving. Geïnspireerd door zijn ideeën vroeg de Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk 165 Utrechters om drie dagen lang mee te denken over het milieu- en energiebeleid van de gemeente. Van Hooijdonk wil meer geïsoleerde woningen, windmolens en zonnepanelen. ‘Als dit allemaal al zo duidelijk is, waarom heeft u dan die burgers nodig?’, vroeg de Volkskrant (06-01) aan haar. Het antwoord van de wethouder luidde, dat het beleid alleen haalbaar is als er draagvlak is onder de inwoners.
Maar wat gaat het bestuur doen als de burgers tot andere oplossingen willen komen, was daarop de volgende vraag. Van Hooijdonk: ‘Als er iets heel anders uitkomt dan we verwachten, moeten we bekijken hoe we er politiek mee omgaan’.
Duidelijker kan het dilemma van de hedendaagse bestuurder, die de burgers wil laten participeren, niet weergegeven worden.
Paul Verhaeghe, een andere Belgische opiniemaker, bepleit ook nieuwe vormen voor het participeren van burgers (Trouw, 12-09). Als mooiste voorbeeld haalt hij een vorm van volksraadpleging over het energiebeleid in Texas aan het einde van de 19e eeuw aan. Er werd informatie gevraagd aan alle betrokken belangengroepen. Pas toen iedereen het eens was over alle informatie, werd deze voorgelegd aan een vertegenwoordiging uit de bevolking.
Het heeft blijkbaar gewerkt, maar als we in 125 jaar geen beter voorbeeld kunnen vinden van participatie, dan vrees ik het ergste voor de vernieuwing van de democratie.
Participeren moet je leren, las ik ooit ergens. Die leuze sloeg op de burger die moet leren verder te kijken dan zijn eigen neus lang is. Ik zou denken dat de slogan meer van toepassing is op degenen die moeten leren om hun macht te delen.

 

Naschrift: het ‘stadsgesprek energie’ in Utrecht is volgens de website van de gemeente succesvol verlopen:  http://www.utrecht.nl/utrechtse-energie/stadsgesprek-energie/
1

KLASSIEK CAFÉ

In het nieuws, Muziek
Heb je dat ook wel eens?
Je bent naar een concert of een toneelstuk geweest, je schuifelt tussen de drommen mensen naar de uitgang, je staat buiten en kijkt elkaar eens aan: ‘Zullen we nog wat gaan drinken?’.
‘Ja, leuk, maar waar?’.
Utrecht heeft bijna 900 horecabedrijven en toch sta ik regelmatig te prakkizeren waar we de nazit kunnen houden. Ik ga naar een café voor een ontmoeting, een gesprek. Als ik alleen maar dorst zou hebben, kan ik net zo goed naar huis gaan. Dat gesprek wordt in veel gelegenheden zo goed als onmogelijk gemaakt. De muziek staat er zo hard, dat ik mijn partner aan de andere kant van de tafel nauwelijks kan verstaan. Dat heeft met mijn gehoor te maken, zeker, maar niet alleen. Ik zie ook jonge mensen, die elkaar iets in de oren moeten schreeuwen. Vanwaar toch dat lawaai, vraag ik me af. Wat moet hier bevorderd of voorkomen worden?
Verder stel ik het op prijs als ik op een comfortabele stoel kan zitten. Ik hoef niet onderuit te zakken in loungebanken, waar je moeizaam uit omhoog komt om je glas neer te zetten. Ik wil niet staan of hangen aan strak vormgegeven hoge tafels. Voor mij geen kleurige zitelementen, steigermaterialen,  robuust meubilair en andere uitwassen van industrieel en urban design. En ik ben al helemaal niet op zoek naar een totaalbeleving.
Voor Simon Carmiggelt moest een Amsterdamse kroeg ‘een diepe bedstee’ zijn, ‘in het veilig vaderhuis’ . Een mens brengt ongeveer een derde deel van zijn leven in bed door. Dus voor Carmiggelt was de vergelijking van het café met een warm bed wellicht passend.
Zelf denk ik toch meer aan een gezellige huiskamer, waar je in een warme sfeer aardige mensen ontmoet. Geen dronkenlui of herrieschoppers, maar het hoeft ook geen sobere veganistenclub te zijn, waar de eters met de vingers bijhouden hoe vaak ze op een hap kauwen.
In landen als Ierland en België zie je allerlei mensen in het café. Mannen en vrouwen, jonge mensen, kinderen en grootouders. Het café is daar de ontmoetingsplek van de buurt. Waarom zijn onze cafés dan vooral op jonge mannen afgestemd?
In Utrecht zijn er vergevorderde plannen voor een café, waar uitsluitend klassieke muziek gedraaid zal worden. Zie  www.muzieklokaal.nl.
‘Het Muzieklokaal wordt het eerste café in Nederland waar alles draait om klassieke muziek. In het café is altijd klassieke muziek op de achtergrond te horen en er zijn vaak liveconcerten. Het Muzieklokaal is een sfeervol, gezellig café met een perfecte sfeer om te werken, ontmoeten of borrelen’.
De initiatiefnemers, twee jonge vrouwen, hebben door middel van een succesvolle crowdfundingscampagne in drie maanden 120.000 euro opgehaald. Genoeg om nu op zoek te gaan naar een geschikt pandje in de Utrechtse binnenstad. 
Wat mij in het citaat als eerste opvalt, is dat er blijkbaar geen enkel café in Nederland is waar uitsluitend klassieke muziek gedraaid wordt. Maar bij nader inzien is dit misschien niet zo gek. Cafés en klassieke muziek, dat is geen voordehandliggende combinatie. Voor de diehard klassieke muziekfan is het misschien zelfs vloeken in de kerk. Ik ken mensen, die vinden dat je klassiek alleen goed kunt beluisteren als je er niets bij doet. Zelfs een overhemd strijken leidt teveel af.
Gelet op het succes van de crowdfunding zijn er velen die het  Muzieklokaal een warm hart toe dragen.  Ik ben blij dat er zo’n café komt. Ik vind dat elk middel aangewend mag worden om de klassieke muziek te promoten. Daarom heb ik ook niets tegen Classic FM of André Rieu.
Maar wat mij betreft hoeft het Muzieklokaal zich niet uitsluitend te beperken tot klassieke muziek. Die hoor ik vaak genoeg. Dus als ik ’s avonds uitga, wil ik ook wel eens Bob Dylan horen, Chuck Berry of, vooruit, Herman van Veen. 
Enfin, als ik er maar prettig kan zitten en rustig kan praten.