Schrijven, Lezen, Leven.

Categorie

In het nieuws

0

KATHOLIEKE ONVOLWASSENHEID

In het nieuws

Het grootseminarie in Haaren, Brabant

In 1959 hield de heer Martin, president van de priesteropleiding in Brabant, een toespraak over opvoeding. Hij streefde naar een open verhouding ‘tussen paedagoog en pupil’. Dat was niet vanzelfsprekend, want, zo zei Martin in alle openheid, ‘er is een tijd geweest, dat op seminaries en colleges alles mocht, als je ’t maar stiekem deed’.
Katholieke mannen en hun driften, je kunt er dezer dagen niet omheen. Ook in mijn onderzoek naar het leven van mijn heeroom kom ik nog wel eens wat tegen.

Wie monnik werd in een trappistenklooster legde een gelofte van kuisheid af. Toen mijn oom abt geworden was, merkte hij ‘dat er vooral op het gebied van de affectiviteit veel onvolwassen en ongezonde dingen waren zoals ondergrondse vriendschappen’.
De katholieke hoogleraar Buytendijk sprak vlak na de oorlog van ‘psycho-infantilisme’, een verregaande vorm van onvolwassenheid, die bij veel katholieke mannen voorkwam. Die onvolwassenheid kon zich uiten in een teveel aan verinnerlijkte regels en geboden, hetgeen een oorzaak was van angsten en neurosen; of in ongeremd gedrag. Buytendijk bracht de schrikbarende onvolwassenheid in verband met de negatieve houding van de kerk tegenover seksualiteit en de controle van de geestelijkheid. Masturbatie was verboden, homofilie een doodzonde. Maar in het geheim was blijkbaar van alles mogelijk.
Welke maatregelen de president van de priesteropleiding genomen heeft is mij niet bekend. Mijn oom vroeg het advies van een psychiater. Daarnaast liet hij een medewerker van een psychiatrische instelling een lezing geven in zijn klooster over problemen op het gebied van seksualiteit. Zoveel openheid waren de paters in 1950 niet gewend.

W. Duynstee, redemptorist

Een andere Nijmeegse hoogleraar, Duynstee, jurist en pater, constateerde in dezelfde jaren dat de criminaliteit onder katholieke mannen hoger lag dan bij de protestanten. Ook hij verwees naar het onvolwassen gedrag van de mannen. Voor een bisschoppelijke commissie verklaarde Duynstee dat masturbatie, hoewel objectief een zondige handeling, toegelaten zou kunnen worden met het oog op de geestelijke gezondheid. Het zou de angst kunnen doorbreken die de neurose veroorzaakte. Hij volgde daarin Neerlands eerste vrouwelijke psychiater, Anna Terruwe, die tegen een katholieke patiënt had gezegd, dat masturbatie geen doodzonde was.
Vanzelfsprekend kwamen deze geluiden de leiding van de kerk in Rome ter ore. De Heilige Officie stuurde in 1954 de jezuïet Tromp als inquisiteur naar de Nederlandse Kerkprovincie om te onderzoeken, wat er toch met die slappe Nederlandse priesters aan de hand was. De boodschap was duidelijk: de naleving van het zesde gebod moest via de biechtstoel verlopen en niet via de psychiater en al helemaal niet via psychiaters die de verdringingsleer van Terruwe hanteerden. Terruwe werd in de ban gedaan, Duynstee werd overgeplaatst naar Rome en mocht geen contact meer met Terruwe onderhouden.
Wat in het geheim gebeurde, bestond niet, dat was de verdringingsleer van het Vaticaan.

‘Er is bijna geen monnik, die geen seksuele moeilijkheden heeft in zijn leven’, zei de Zundertse trappist Arnold Bomans in 1970. ‘Het blijft een strijd tot het einde van je leven’.
Men gebruikte de gesel om de driften uit het lichaam te slaan. Lukte dat niet, dan was er voor de zondaars altijd nog de morele wasbeurt van de R.K. kerk: de biechtstoel. Drie weesgegroetjes bidden en je was weer overal van af.
Dom Amandus Prick (zo heette hij echt), de abt van het trappistenklooster in Tegelen, zei in de negentiger jaren: ‘Zelfbevrediging is onkuisheid. Als dienaar van de kerk moet ik dat zeggen. Maar wees gerust, ik vind het onjuist dat de kerk dat zegt. (….) God houdt van zondaars’.

0

DE MAAND VAN ….

In het nieuws

foto’s: www.maandvandeleukeseks.nl

Het was mij eerlijk gezegd nog niet opgevallen. Terwijl het onderwerp toch van groot belang is en het ook mìjn warme belangstelling heeft.
Het is op dit moment de maand van de leuke seks.
Het zal wel mijn opvoeding zijn, die ervoor zorgt dat mijn haren direct overeind gaan staan bij dit initiatief. Dat werkt natuurlijk contraproductief, want voor leuke seks heeft het geen nut als je haren overeind komen. De weerstand zit ‘em in het woord leuk, het meest uitgeholde woord in de Nederlandse taal. En dan moeten we ook nog eens een maand lang leuk doen.
Ik besluit maar eens te kijken op de website.

Een landelijk platform van seksuologen, docenten en pedagogen vindt dat door alle publiciteit over de negatieve kanten van seks het nu wel eens tijd wordt om, met name voor ouders en kinderen, de leuke kanten van de seks te belichten. Op tal van plaatsen worden daarom lezingen en workshops georganiseerd: een congres Praten over Seks, de vertoning van de film ’69: liefde, seks, senior’, een workshop Adem je vrij voor vrouwen, een avond over daten voor mensen met een verstandelijke beperking.
Zalig zijn de meisje die in Amersfoort en omgeving wonen, want zij kunnen deelnemen aan een workshop Handjob. ‘We oefenen met voldoende glijmiddel op felgekleurde dildo’s. Na afloop ontvang je een diploma’, zo lees ik op de site. Nuttige handwerken voor meisjes, dat klinkt mij bekend in de oren.
Tijdens de avond is ook Nynke Vingerhoed (what’s in a name) aanwezig. Zij is van Ilvy, het online platform dat ‘zorgt voor je dagelijkse dosis gezonde seks’. Jammer genoeg ontbreekt een workshop voor jongens die een job te doen hebben met de voorbips, zoals van Kooten en de Bie het vrouwelijk deel noemden.

Ik ben weer even terug in 1980, bij mijn eerste baan als preventiewerker bij Buro Voorlichting en Vorming. Vanzelfsprekend stond ook de seksuele voorlichting op het programma. We trokken er met een koffertje vol gebruiksartikelen op uit om op aanschouwelijke wijze uitleg te geven aan werkende jongeren, priesterstudenten, geestelijk gehandicapten en jonge plattelandsvrouwen. Het ultieme doel was niet de techniek, maar de bewustwording, het verkrijgen van inzicht in wat je zelf het fijnste vindt. Als dit inzicht tenminste paste binnen onze normen van wat fijn behoorde te zijn. ‘Daar moet een piemel in’ werd toen nog niet gezongen, maar jonge macho’s zorgden nog wel eens voor problemen tijdens de oefeningen in bewustwording.
We discussieerden onderling over de termen om de geslachtsdelen aan te duiden. Want al zijn er in het woordenboek weinig woorden waar zoveel alternatieven bij staan, tussen medische taal en schuttingtaal is er niet veel. De Belgen waren daar toen al veel beter in, getuige dit advies van een Vlaamse voorlichter in de Sekstant: ‘Draag altijd een plastieken band om uwen pint’.

Sinds 1980 is er al veel gevormd en voorgelicht. Is aandacht voor de positieve kanten van seks nog nodig? Eigenlijk hoef ik niet lang over een antwoord te denken. Ja, dat is nodig. Er gaat nog steeds van alles mis. Grappen maken over seks is een stuk gemakkelijker dan praten voor seks, zo moet ik hier eerlijk bekennen. Dat los je niet in één generatie op. Daar is meer voor nodig dan een maand van de vleselijke gemeenschap.

 

1

ROZE EN BLAUW

In het nieuws

In Nederland leven op dit moment 1,5 miljoen honden, 2,8 miljoen katten en 8,5 miljoen vrouwen. Het houden van vrouwen is dan ook populairder dan ooit. Dat is niet verwonderlijk: de gemiddelde vrouw heeft een prettig karakter. Zij is sociaal, lief en kan uitstekend zorgen. Toch blijken er in de praktijk nog een hoop vragen te zijn rond het houden van vrouwen:
Is iedereen geschikt voor het houden van vrouwen?
Heeft een vrouw leervermogen en is zij te trainen?

De bovenstaande regels zijn niet van mij, maar van Myrthe van der Meer. Met één verschil. Ik heb overal vrouw ingevuld waar zij het woord man gebruikt.
Van der Meer schreef het boek Het houden van mannen – veldgids voor de praktijk. Voor de Volkskrant mocht zij een voorpublicatie schrijven. Het is een vorm van satire die mij even deed glimlachen, maar die al halverwege het artikel begon te vervelen. Wat mij verbaasd heeft is dat het boek geen weerwoord heeft opgeroepen. Want stel dat een man een boek geschreven had over de aanschaf van een vrouw, wat zou er dan gebeurd zijn?

De Britse journalist Peter Lloyd schreef Stand by your manhood, a survival guide for the modern man. Daarin betoogt hij dat mannen in de huidige maatschappij steeds meer achtergesteld worden. In een interview in Trouw zegt hij:
‘Mannen zijn minder goed opgeleid dan vrouwen. Ze zijn vaker dakloos en werkloos. Vaker slachtoffer van geweld. Plegen vaker zelfmoord’.
Lloyd trekt ten strijde tegen feministen, die zijn inziens niet strijden voor gelijke rechten, maar voor een bevoorrechte positie voor vrouwen: ‘Bijvoorbeeld toen er eens werd opgeroepen om evenveel vrouwen als mannen in het leger te krijgen. Welnee, riepen de feministen, vrouwen horen niet te vechten en te sterven aan het front. Maar wacht even: mannen soms wel? Intussen willen de feministen dat er meer vrouwen komen in de directies van grote bedrijven. Maar heeft u ooit gehoord dat er óók quota moeten komen zodat er evenveel vrouwen als mannen werken bij de vuilophaaldiensten?’

Ik hou niet zo van polarisatie, dus laat ik de zaak positief benaderen: het is goed dat er over emancipatie geschreven wordt, steeds opnieuw. De ontwikkelingen gaan door.
Tijdens de feministische golf van de jaren zeventig werd ik mij bewust van de achterstelling van vrouwen en van de reductie van vrouwen tot lustobject. De man was de oorzaak van dit onrecht en ik voelde mij er diep schuldig om. Ik liep daarom met een button met een mannenteken, waarop de schuin omhoog staande pijl was vervangen door een slap omlaag hangend exemplaartje. Ik leerde breien en zette mij aan het strijken. Toen wij later kinderen kregen verdeelden we keurig de huishoudelijke en verzorgende taken. Dat stemt mij tevreden. Het pijltje mag weer omhoog.
Sinds de zeventiger jaren is er het een en ander veranderd. Ik weet echter niet of het op dit moment de goede kant op gaat.
In de speeltuintjes waar ik met mijn kleinkinderen kom zie ik evenveel vaders als moeders. Maar er blijven verschillen. De vaders in de speeltuintjes zijn vooral met hun smartphone bezig. De moeders kletsen met elkaar of ze letten op hun kinderen.
Kijk ik naar het speelgoed dat voor kinderen te koop is, dan krijg ik het benauwd. Nergens is het verschil tussen de seksen groter. Alles voor meisjes is roze en popperig.
Ook in het onderwijs nemen de verschillen toe. Meisjes doen het beter dan jongens. Meer dan de helft van de studenten aan de universiteit is vrouw. Het kan niet anders dan dat dit gevolgen gaat hebben.

0

CHRISTOPHORUS BUYS BALLOT

In het nieuws

Sta je met je rug naar de wind, dan is er een lage drukgebied aan je linkerhand en een hoge drukgebied aan je rechterhand. Tenminste op het noordelijk halfrond. Dat wordt de wet van Buys Ballot genoemd. Dus komt de wind uit het westen dan ligt het lagedrukgebied ergens in het noorden en de hoge druk ergens in het zuiden. Voor de doorsnee burger is dit nutteloze kennis, want je kunt er niets mee.
Voor mij is het echter wel handig om te weten. Ik woon namelijk in de Buys Ballotstraat. Als ik vragen krijg over de naam van de straat, dan kan ik uitleggen dat Buys Ballot de oprichter van het KNMI was en de naamgever van de wet over de windrichting. Dat helpt bij het onthouden. Zoals mijn vader vroeger over onze Den Hamstraat nog wel eens vertwijfeld door de telefoon riep: ‘Geen spek, of worst, maar ham!’.

De Sonnenborgh

10 Oktober j.l. was het 200 jaar geleden dat Christophorus Buys Ballot geboren werd. Hij begon als 18-jarige aan de universiteit van Utrecht met de studie klassieke talen, maar al snel stapte de bolleboos over naar de exacte wetenschappen. Na zijn promotie werd hij op jonge leeftijd hoogleraar in de scheikunde, natuurkunde en wiskunde, dat kon in die tijd nog. De bestudering van de sterren vond hij net zo interessant als het meten van de hoeveelheid regen die op verschillende hoogten langs de Domtoren viel.
Met steun van eerste minister Thorbecke kon hij het 16e eeuwse bastion Sonnenborgh aan de buitengracht in Utrecht ombouwen tot observatorium voor weer- en sterrenkundige waarnemingen. Dat was het begin van het KNMI. Buys Ballot begon aan iets wat sommigen ook nu nog als een onmogelijke opdracht zien: het voorspellen van het weer. Hij was de grondlegger van de weerkaart en het weerbericht in Nederland. Hij plaatste apparatuur in havens waarmee de komst van stormweer kon worden voorspeld. Maar nog belangrijker was dat hij over de grenzen heen keek. Hij zorgde ervoor, dat men in heel Europa de wind en de temperatuur op dezelfde manier is gaan meten. Dat leverde een schat aan gegevens op, waaruit hij zijn beroemde wet kon destilleren.
Christophorus overleed in 1890 tijdens een griepgolf. Dat onheil had hij niet aan zien komen.
Zeven jaar later, nu 120 jaar geleden, wordt er aan de overzijde van de nieuwe Oosterspoorbaan in Utrecht op een drassig stuk weiland dat eigendom was van de katholieke kerk een straat aangelegd. De gemeente vernoemt de straat naar haar wereldberoemde meteoroloog.

Het KNMI verhuisde naar de Bilt en de Sonnenborgh in Utrecht is nu al weer een tijdje Museum de Sterrenwacht. Om de 200e geboortedag van Buys Ballot te vieren waren dinsdag alle inwoners van de Buys Ballotstraat in Utrecht, de Buys Ballotweg in de Bilt en de Buys Ballotlaan in Soesterberg uitgenodigd voor een avond met lezingen en demonstraties in het museum. Bewoners van dezelfde straten in onder meer Leiden, Apeldoorn, Venlo waren niet uitgenodigd, dus dat gaf het feestje enige exclusiviteit.
Je kunt in het museum van alles leren over het weer en de sterren en ik laat me de werking van een reusachtige telescoop uit 1835 uitleggen, maar net als vroeger tijdens de natuurkundeles kost het me moeite om mijn aandacht erbij te houden. Ik ben vooral geïnteresseerd in meneer Buys Ballot. Maar veel verder dan dat hij een zeer gelovig wetenschapper was, 8 kinderen had en zijn stappen telde tijdens het lopen kom ik niet. Door een stevige westenwind fiets ik weer naar huis. Links de lage druk, rechts de hoge, oefen ik nog even voor mezelf.

2

OP DE DIVAN

In het nieuws

Divan, Freud Museum London

Ik droom dat ik bij een spoorwegovergang de bomen omhoog zie gaan. Ik stap naast mijn moeder in een trein die langzaam op gang komt en een donkere tunnel in rijdt. Als de trein de tunnel uitkomt zit mijn vader tegenover mij. Mijn moeder is weg.
Voor een psychoanalyticus zou de duiding van deze nepdroom zo klaar zijn als een kontje. De spoorbomen die omhoog gaan staan voor een erectie, de trein die op gang komt voor de coïtus, de donkere tunnel voor de vagina en de rest voor het Oedipuscomplex. Ik begeer mijn moeder en ben bang voor de straf van mijn vader.

De psychoanalyse in Nederland bestaat honderd klaar en dat wordt uitgebreid gevierd. Het lijkt erop, dat de weinig overgebleven analytici hiermee zichzelf wat viagra willen toedienen om de zaak weer overeind te krijgen.
De theorie van Freud is, dat mensen niet alleen worden gedreven door overwegingen, normen en opvattingen, maar nog meer door het onbewuste: gevoelens, lusten, instincten. Het onbewuste openbaart zich bijvoorbeeld via versprekingen en verschrijvingen en via dromen en humor. Wat je werkelijk drijft kan je achterhalen door in analyse te  gaan. Hiervoor moet je vier tot vijf keer per week een uur op de divan liggen. Je associeert een eind weg over wat er op dat moment in je hoofd opkomt. Als je geluk hebt bromt de therapeut, die onzichtbaar achter je zit, af en toe een aansporing tot verdere exploratie van je gedachten en gevoelens. Deze frequente sessies moet je vijf jaar volhouden.
In Nederland wordt deze kostbare vorm van therapie niet meer vergoed wegens gebrek aan bewezen effectiviteit. In andere landen, zoals de Verenigde Staten, liggen dagelijks vele analysanten op de divan (terwijl buiten de psychiatrische patiënten verdwaasd achter hun winkelwagentje met plastic zakjes lopen).

Jaren geleden had ik via mijn werk nog wel eens wat te maken met het Psychoanalytisch Instituut Utrecht, de geilige tempel van de psychotherapie, gevestigd in twee majestueuze panden aan de Maliestraat. Daar werkten in zalen van behandelkamers de echte therapeuten, de belezen mannen die zich ver verheven voelden boven de doorsnee hulpverlener. Zij behandelden zo’n 5 patiënten per week, veelal goed opgeleide neuroten. De privacy stond hoog in het vaandel, patiënten mochten elkaar niet op de gang tegenkomen. Er waren nogal wat bekende Nederlanders bij. Verwarde psychiatrische patiënten behandelde men niet, de methode zou bij die groep alleen maar ontregelend werken.
Er was een forse ondersteunende staf, een schitterende bibliotheek met behulpzaam personeel en een eigen kopuleerafdeling voor de reproductie van honderden vagina’s over de nieuwe theoretische ontwikkelingen. De peperdure behandeling werd betaald door het ziekenfonds. Dus ik begrijp dat de SP daarnaar terugverlangt.

Kritiek op aannames of duidingen kon door de analytici gemakkelijk worden weerlegd als weerstand, voortkomend uit een onverwerkt verleden. Ook ik ben in dit stuk nog steeds met mijn vader aan het vechten. Mijn superego (mijn geweten) zegt mij nu echter, dat ik ook iets aardigs over de psychoanalyse moet zeggen.
Welnu, dit stukje is tot  stand gekomen, nadat ik een uur lang op mijn eigen bank heb liggen associëren op het woord psychoanalyse. Een uitnodiging ooit van mijn verleidelijke therapeute om in analyse te gaan heb ik weerstaan, maar concepten als het onbewuste en het superego hebben mijn zelfinzicht vergroot. In mijn terugblikken op deze plek was ik niet zo ver gekomen als ik niet van psychoanalytische inzichten had geprofiteerd.
Daarom feliciteer ik bij deze het psychoanalytisch genootschap. Met daarbij één adviesje: kom eens uit je ivoren phallus, de 19e eeuw is al lang voorbij.

0

THE VOICE OF SAND AND GLUE

In het nieuws, Muziek

Ik leerde zijn muziek kennen via een Franse omweg. Franse muziek was destijds bij ons thuis dominant. Jacques Brel, Gilbert Bécaud, Françoise Hardy. Mijn oudere broer had een bandrecorder, waarop La fille du Nord van Hughes Aufray voorbijkwam. Hoewel ik de tekst niet goed kon volgen werd ik meteen gegrepen door het heimwee en het verlangen, wat uit de getokkelde gitaar tevoorschijn kwam. Toen ik later het origineel van Bob Dylan hoorde vond ik dat lelijk, vanwege het knauwende Amerikaans en ‘the voice of sand and glue’, zoals David Bowie de stem van Dylan ooit betitelde. Toch vind ik het nog steeds een van de mooiste Dylannummers, al zal hij niet vanwege deze tekst de Nobelprijs ontvangen hebben.
In de jaren die volgden was Dylan voor mij een popmuzikant die af en toe in de top 40 stond. Mijn godsdienstleraar op de middelbare school vond Blowing in the Wind zo’n prachtig lied. Dat vond ik niet passend, leraren moesten van de popmuziek afblijven. Dat  Blowing in the Wind later terug kwam in beatmissen kon ik evenmin waarderen. Het leek een Amerikaanse remake van Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte.

Enige jaren geleden heb ik in een opwelling een cassette met Dylan’s muziek uit de 60-er jaren gekocht. Ik veer op als ik een nummer hoor als It’s all over now, baby blue of All I really want to do. Het is de nostalgie naar de jaren van verandering, de jaren dat ik leerde op eigen benen te staan, zonder af te gaan op de bandrecorder van mijn broer.
Toch luister ik weinig naar de Dylan-cd’s. Hoe komt dat?

Ik ben op de eerste plaats muzikaal ingesteld. Bij Dylan hoor je vooral lappen tekst. Een waterval van woorden, litanieën waarin de ene associatie de andere lijkt op te roepen. Zie bijvoorbeeld Mr. Tambourine man .
Is het poëzie, is het de Nobelprijs waard? Ik zou het niet weten, ik ben een leek in de poëzie en nog meer in de Dylanologie.
Omdat ik niet aangesproken word door de tekst, rest de muziek. Die vind ik vaak weinig opwindend tot regelrecht saai. Na twee 2 coupletten lijkt het mij muzikaal gezien de tijd om af te ronden, da capo al fine, op naar het volgende stuk. Dylan gaat dan echter nog acht lange coupletten door in hetzelfde eenvoudige akkoordenschema. Hij braakt en spuugt zijn teksten uit alsof hij er graag van af wil, maar er steeds weer nieuwe woorden opwellen. It’s a hard rain that’s  gonna  fall. Ik begrijp wel waarom Patti Smith zaterdag bij de uitreiking van de Nobelprijs de tekst kwijt was.

Wat mij nu nog het meest bevalt zijn de stukken waarop Dylan zichzelf op akoestische gitaar begeleidt, de mondharmonica op de houder vlak voor zijn lippen, klaar om een hartverscheurend intro te blazen of om de rauw gezongen regels nog eens met de harmonica te herhalen, onder extra harde klappen op zijn  gitaar. Dat is eigenlijk toch veel mooier dan de violen die Hughes Aufray achter zijn cover plakte.

0

DE VERMALEDIJDE MANAGER

In het nieuws

Het zijn onzekere tijden. Naast de allochtonen, de politici en de elite is er nog een categorie mensen naar wie de beschuldigende vinger uitgaat: de manager en zeker de manager in de publieke sector, zoals het onderwijs, de zorg en de politie.
managerEr zijn er veel te veel van en wat hun werk opbrengt is omgekeerd evenredig aan wat zij kosten. Ze leggen de knoet over de werkvloer door de normen steeds hoger op te schroeven, terwijl ze de ballen verstand hebben van het werk. Ze spreken alleen maar over marktaandeel en break-even point. Ze zijn er niet vies van om met cijfers te sjoemelen als zij daarmee hun status kunnen verhogen.
De manager, kortom, staat voor alles wat het gewone werkvolk verfoeilijk vindt. Als je manager bent, kan je dat tegenwoordig maar beter niet op een verjaardag vertellen. Misschien kunnen we beter de omschrijving ‘werknemer met een leidinggevende achtergrond’ invoeren. Ik durf hier nog net te schrijven, dat ik een deel van mijn werkend leven manager ben geweest in de zorg. Om die reden voel ik mij geroepen om bovenstaand beeld te nuanceren, een beetje althans.

1.    In de 2e helft van de 20e eeuw was de teamleider een vakman die alles van het werk wist en een natuurlijk gezag had bij de teamleden. Professionals kenden een behoorlijke mate van vrijheid.
Mooi geregeld zou je zeggen, met de ogen van nu, maar op dat moment was er ook veel kritiek. Een agent bracht minder dan 40% van zijn tijd op straat door. Een therapeut voerde slechts vier gesprekken op een dag. Het was bovendien volstrekt onduidelijk of het bestede geld wel opbracht waarvoor het bedoeld was: meer veiligheid, beter presterende leerlingen, meer behandelde patiënten. De maatschappij eiste meer waar voor de bestede belastingcenten.
Dus ging de financier meekijken. De efficiency kon en ging omhoog. Dat vroeg om een ander soort leidinggeven. Vakbekwame teamleiders haakten af. Ze werden vervangen door nieuwbakken managers geschoold in financieel management en marketing: een onverwacht gevolg van een door de maatschappij gewenste ontwikkeling.

2.    manager-2Zoals wel vaker in hoogoplopende discussie worden alle managers op één hoop gegooid. Bestuurders die speculeren met geld en megalomane gebouwen laten neerzetten hebben de sfeer verpest voor afdelingsleiders die voor hun organisatie en medewerkers het vuur uit de sloffen lopen. Tussen deze twee uitersten bevinden zich nog vele varianten.

3.    Dat er teveel en te dure managers zijn, geldt in ieder geval al lang niet meer voor de zorginstellingen die ik ken. Waar in de vakliteratuur één leider op een team van 10-15 werknemers als ideaal wordt gezien had ik tien jaar geleden al meer dan 50 medewerkers in mijn afdeling. Ik liet heel veel aan de medewerkers over, niet zozeer uit principe, als wel omdat het niet anders kon. En binnen mijn instelling werd een leidinggevende lager ingeschaald dan een vakbekwame therapeut.

Het nieuwe geloof is nu: zelfsturende teams. Nieuw is dat overigens niet, want in de dertiger en zeventiger jaren is met deze organisatievorm ook geëxperimenteerd. Ik geloof er niet zo in, omdat er binnen een roerloos team altijd informele leiders opstaan, die de verantwoordelijkheid nemen zonder formele aansprakelijkheid.
Ik zie de oplossing in minder regels en controle vanuit financiers en een combinatie van leidinggeven en inhoudelijk vakmanschap. En wees aub een beetje aardig op dat feestje voor die werknemer met een leidinggevende achtergrond. Want eigenlijk ben je, zoals een psychiater mij  ooit noemde: een stroman. Deze psychiater is nu zelf de hoogste baas van een van de grootste GGZ-instellingen in Brabant.

0

SOUND THE TRUMPET

In het nieuws

trumpNiets is meer wat het lijkt.
Het gezond verstand en de democratie staan onder druk. Dat geldt niet alleen voor landen als Polen, Hongarije, Turkije en de Filipijnen. Ook in het westen rukt het populisme op. De boze witte mannen zorgden in Engeland voor de overwinning van het Brexit-kamp. Nu hebben ze in Amerika volksmenner Trump op het schild gehesen, de man die als een trompetterende olifant door de porseleinkast dendert.
Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren?
Dankzij de vergetenen, zoals ze genoemd worden. De ‘niet-gehoorden’. Een heruitgave van De Kleine Man van Louis Davids. Zo’n doodgewone man met een confectiepakkie an. Zo’n man die niks verdragen kan blijft altijd onder Jan.
Een ander woord dat vaak terugkomt in de gesprekken is: de onderbuik. De elite, de politici, de beleidsmakers, de traditionele media: iedereen heeft de onderbuik van de blanke, boze man onderschat. Die is dikker en meer geharnast dan je zou denken. Argumenten, feiten, aperte leugens, immorele opmerkingen, alles ketst af op de gevoelens van onbehagen, van wantrouwen tegen het establishment, van hunkering naar zekerheid in onzekere tijden.
En dus?

De onderbuik is realiteit, je kunt er niet om heen. De partij van het gezonde verstand (waartoe ik mijzelf ook reken) zou meer aandacht moeten hebben voor de gevoelens die onder delen van bevolking leven. Je gaat met elkaar praten, je probeert begrip voor elkaar op te brengen, je wisselt ideeën en gevoelens uit en zo kom je nader tot elkaar.
Dit is echter een gezond-verstand-strategie die niet zo past bij de man die niks verdragen kan. De onderbuik kan geen compromissen sluiten. Dat vind ik nog een van de meest zorgwekkende ontwikkelingen.
roetveegpietDe kloof tussen gezond verstand en onderbuik is zo groot geworden dat op zich kleine discussiepunten niet meer op te lossen zijn.
In de discussie over Zwarte Piet vond ik de roetveeg-Piet een aanvaardbare oplossing. Het ‘volk’ eist echter zonder meer de handhaving van Zwarte Piet.
In de kwestie van het Oekraïne-referendum vind ik de pogingen van de regering om enerzijds recht te doen aan de bezwaren van de nee-stemmers en anderzijds ook rekening te houden met de  grote groep ja-stemmers zo gek nog niet. Populisten doen echter geen water bij de wijn: nee is nee, het ‘volk’ (al is het maar de helft) heeft gesproken. Verwende kinderen houden alleen op met schreeuwen als ze hun zin krijgen.
De compromisgedachte van Rutte was voor de populisten direct aanleiding om via de (a-)sociale media het volk op te roepen om alle partijen te boycotten die overwogen om dit compromis te steunen. En met de verkiezingen in aantocht hield menig politicus zich stil. De ‘niet-gehoorden’ hebben meer invloed dan zij denken.

Om de kloof te verkleinen zal op de eerste plaats de welvaart beter verdeeld moeten worden. De groei van het bruto nationaal product is immers de laatste jaren niet bij de werknemers terecht gekomen. Daarnaast moeten populisten de kans krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent in Nederland, gelukkig, dat zij moeten leren om samen te werken en compromissen te sluiten. Ook Trump zal rekening moeten houden met verschillende meningen.
Ik vrees dat  we onrustige tijden tegemoet gaan. Wat valt er verder nog te zeggen? Lang geleden werkte ik in de bouw. Daar werd menige discussie beëindigd met een one-liner, die Trump niet zou misstaan: ach, een olifant heeft toch de langste…

1

KOUDE OORLOG – deel 2

In het nieuws

koude-oorlog-2Het was in de kern een gevoel van onrechtvaardigheid wat ons destijds dreef. Onrechtvaardigheid over de vele vormen van ongelijkheid en onderdrukking in de wereld: arbeiders, die uitgebuit werden; hun kinderen die minder kansen kregen om door te leren; vrouwen die in een ondergeschikte rol gehouden werden; arme landen, die arm bleven.
Velen van mijn generatie werden vijftig jaar geleden actief in het bestrijden van dit onrecht, bijvoorbeeld in het onderwijs, in buurten, of in de vrouwenbeweging. Sommigen van ons sloten zich aan  bij de Communistische Partij van Nederland. Overal waar mensen streefden naar maatschappelijke verandering was destijds de CPN te vinden. De partij had duidelijke stellingnamen, een grote organisatorische kracht, en een onbaatzuchtige inzet in het verbeteren van de omstandigheden van groepen in de verdrukking.
Zelf ben ik een kort poosje lid geweest van de CPN. Ik meldde me aan nadat ik Het meisje met het rode haar over de communistische verzetsheld Hannie Schaft had gelezen. Ik voelde me echter niet thuis in deze partij.
Ik had het kunnen weten. Want in verschillende acties had ik menig CPN’er leren kennen. Het waren veelal (ex-)studenten. Zij kenden hun marxistische catechismus. Ik vond hen strijdbaar en goed gebekt, maar ook dogmatisch en betweterig. De kameraden wisten het altijd beter, alsof zij de Waarheid in pacht hadden. Twijfels kenden zij niet. Zij hadden de mond vol van ‘de arbeidende klasse’. Sommigen gingen plat praten.

De studenten die aangetrokken werden door de strijdbaarheid van de CPN kregen te maken met argwaan en vooroordelen tegen het communisme. De CPN was toch de vooruitgeschoven post van het Kremlin? De partij die Stalin nog vereerde toen men er in Moskou al op uitgekeken was? Waar ieder die een andere mening had werd uitgemaakt voor handlanger van het kapitaal of agent van de CIA? De nieuwe leden kregen bovendien te maken met de Binnenlandse Veiligheidsdienst, onze eigen Stasi.
boek-josVorige week verscheen van de hand van Jos van Dijk, mijn oudere broer, het boek Ondanks hun dappere rol in het verzet over het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog.
Door een actieve rol in het verzet kreeg de CPN bij de eerste naoorlogse verkiezingen meer dan 10% van de stemmen. Ondanks de vernieuwingsdrang bij velen werden de vooroorlogse politieke verhoudingen weer snel hersteld. Mede als gevolg van de Koude Oorlog belandden de communisten  snel in een maatschappelijk isolement, met als dieptepunt de bestorming van de partijgebouwen na de Hongaarse opstand in 1956.
De CPN werd geweerd uit commissies van de Tweede Kamer. Als enige politieke partij kreeg de CPN geen zendtijd op de radio. Communistische wethouders werden ontslagen. Communisten werden zelfs uit speeltuinverenigingen en visclubs geweerd. Het isolement vertaalde zich binnen de partij in spanningen, achterdocht, royementen en scheuringen (‘Renegaten!’).

De CPN was in mijn ogen een partij met twee gezichten. Men streefde op basis van het marxisme-leninisme de dictatuur van het proletariaat na en onderhield daartoe nauwe banden met de Sovjet-Unie. Anderzijds was de CPN een ‘gewone’ politieke partij die meedeed in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de gemeenteraden.
Wie een boek schrijft over deze periode van zwart-wit denken, kan moeilijk aan oordelen ontkomen. Jos van Dijk benoemt het aandeel dat de CPN zelf heeft gehad in het sociale isolement. De nadruk ligt echter op de tegenwerking die de CPN als parlementaire partij heeft moeten verduren. Wat mij vooral bijblijft van het boek is de onderliggende emotie die ik proef. Dat begon al toen ik de titel las. Het is de emotie over het onrecht, dat die ‘hardwerkende en vredelievende communisten’ is aangedaan, niet alleen in de vijftiger jaren, maar tot lang daarna .
Het is hetzelfde gevoel van onrechtvaardigheid, dat ooit de reden was voor velen om actief te worden in de linkse beweging.

Boek: Ondanks hun dappere rol in het verzet – Jos van Dijk – Uitgeverij Aspekt, 2016.
Website: http://nederlandsecommunisten.nl/#site-header

1

DE REIS VAN DE HOOP

In het nieuws

Op maandag 2 augustus 1937 stapte mijn moeder op de trein. Ze ging op reis. Het was niet zomaar een reis. De eindbestemming lag ver weg,  verder  dan ooit iemand van haar familie was geweest, verder dan het voorstellingsvermogen aan kon. Ze ging als ziekenverzorgende mee op een trein naar het bedevaartsoord Lourdes in Zuid-Frankrijk.
lourdes-1Mijn moeder was 23 jaar en ze had al een tijd uitgekeken naar de bedevaart. De reis kostte het voor die tijd fenomenale bedrag van ƒ 400,- (huidige prijspeil: € 3900,-). Die prijs was geen bezwaar want het gehele bedrag werd opgebracht door haar Ome Thijs, die als ongetrouwde boerenknecht wat geld had kunnen sparen. De uitvoering van het plan werd vertraagd door de bezorgdheid van mijn oma, een vrouw die niet verder van haar huis in Vleuten kwam dan Maarssenbroek of Utrecht.
Daarom schreef mijn moeder al op de eerste dag bij een tussenstop in Leuven een brief.
De reis is heel voorspoedig geweest, het was allemaal zoo gemakkelijk, dat ik nergens geen moeite mee heb gehad. (….) Lieve Vader en Moeder, maak maar geen zorgen, ik ben geregeld bij Gretha en ook bij de dochter van de burgemeester van Schalkwijk.(…..) Hoofdzaak is dat jullie weten, dat ik goed ben overgekomen. Moeder maak U maar niet zoo druk hoor, nu ik weg ben.
Meer brieven zijn er helaas niet. Er resten enkele kiekjes in het familiealbum en een ingelijste foto van een prachtig stukje Pyreneeën, het Cirque de Gavarnie, een foto, die in de achterkamer boven de deur hing. Als kind zag ik ergens een plaatje van een verzameling stokken en krukken die bedevaartgangers in Lourdes hadden achtergelaten, omdat deze hulpmiddelen niet meer nodig waren. Die wonderbaarlijke genezingen maakten veel indruk. Ik begreep dat geloven in god en geloven in wonderen goed samen kunnen gaan.

Vorige week vertrok voor het laatst een bedevaarttrein uit Nederland naar Lourdes. De officiële reden is, dat het steeds moeilijker wordt om speciale treinen tussen het gewone treinverkeer door te leiden. Dat argument heb ik over de chartertreinen naar wintersportoorden nog nooit gehoord.
lourdes-3Bijna honderd jaar reisden zieke en gehandicapte Nederlanders met de trein naar Lourdes om gebedsdiensten, vieringen en processies bij te wonen en ondergedompeld te worden in ijskoud water. Om de maagd Maria te vragen om een betere gezondheid en als het even kan een einde aan de reuma, kanker of multiple sclerose.
Blinden die weer gaan zien, lammen die weer gaan lopen, het is volgens de overlevering allemaal gebeurd in Lourdes. Er bestaan 7000 dossiers van genezingen, 69 hiervan worden door het Bureau van de Medische Vaststellingen van de RK Kerk als wonder erkend. Zeg nu zelf, wie droomt er niet eens van het wonderbaarlijk verdwijnen van een gebrek?
De trein naar Lourdes was al die jaren de geleidelijke aanloop naar dit gebeuren. De hoop van de heenreis maakte in het beste geval plaats voor aanvaarding op de terugreis, tenminste voor één jaar.  Volgens de directeur van de Limburgse Bedevaarten zoeken pelgrims vooral de saamhorigheid. Daar moeten ze dan wel een flink eind voor reizen. Al kijkt in tegenstelling tot 1937 niemand meer op van zo’n afstand.

Vanaf nu zijn de Lourdesgangers aangewezen op bus of vliegtuig.
Toen wij enkele jaren geleden van een vakantie terugkeerden op Eindhoven Airport, was daar ook net een vliegtuig met bedevaartgangers uit Lourdes geland. Ouderen in rolstoelen en bedrijvige vrijwilligsters bevolkten de bagagehal. In een hoekje van de hal zagen we kardinaal Simonis zitten. Hij zag er dodelijk vermoeid uit. Misschien had hij in Lourdes wel een akelige aandoening opgelopen.