Schrijven, Lezen, Leven.
0

ZINGEN TOT HET EINDE

Dagelijks
young-at-heart

Young@Heart

Acht jaar geleden zong ik de Matthaeus Passion bij de Utrechtse Oratorium Vereniging, destijds een groot koor van overwegend bejaarde zangers. Elke repetitieavond werd in de pauze een lange lijst voorgelezen van zangers die ziek waren of in het ziekenhuis lagen.
Rond dezelfde tijd zag ik een documentaire over Young @ Heart, een koor van stokoude Amerikanen die Jimi Hendrix en James Brown zingen. Rock and roll will never die, maar dat gold niet voor de leden. Tijdens de opnamen overlijdt een van de zangers. Daarna zagen we het koor de bus instappen voor een optreden. The show goes on.
Vorige week ontving ik het bericht van het onverwachte overlijden van Femmy, een sopraan van mijn 60plus-koor D’Allure. Ze overleed aan een ernstige hersenbloeding, 71 jaar oud. Enkele dagen daarvoor hadden we nog samen staan zingen. Het was niet te bevatten.
Ook D’Allure stapte in de bus om te gaan zingen. In de afscheidsdienst.

evang-broederg-zeist

Grote Zaal Evangelische Broedergemeente Zeist

Femmy was lid van de Evangelische Broedergemeente in Zeist, een klein protestant kerkgenootschap. Zij woonde met haar man Ben, dirigent in Zeist en tenor in D’Allure, en hun ‘broeders en zusters’ in 18e eeuwse gebouwen bij Slot Zeist.
De Grote Zaal van de kerk is een sobere vierkante ruimte met witte banken en links en rechts een wit koor. Een ruimte van tradities. Er lopen oudere vrijwilligsters, zij dragen een wit kapje op hun hoofd.
De dominee leidt de dienst zittend vanachter een wit beklede tafel als de voorzitter van een vergadering. Hij zit op een voorname zetel met hoge rugleuning.
Tijdens een lezing komt er een stevige bui over. Door de heldere ramen van ongekleurd glas zie ik de bomen woest heen en weer zwaaien. Regen slaat hard tegen de ruiten.
Het leven is niet altijd zonneschijn.
Een dochter leest de levensloop voor. In de Evangelische Broedergemeente speelt muziek een grote rol. Hetzelfde gold voor het leven van Femmy. ‘Muziek zegt soms meer dan woorden, muziek komt direct uit het hart’. Soortgelijke woorden sprak Nicolaus von Zinzendorf, de oprichter van de Broedergemeente. Femmy zong tot het einde van haar leven.
We hadden een paar dagen tevoren een aantal voor mij onbekende, stukken toegestuurd gekregen. Ik vond het protestantse stukken, maar ik kan niet zeggen waarom. In de nacht voorafgaand aan de dienst ging het Father eternal, ruler of creation onafgebroken door mijn hoofd.


Er zijn zo’n 40 zangers. Dat komt goed uit, daardoor kunnen we korisch (om beurten) wegvallen vanwege een brok in de keel. Ik heb zo’n moment bij Doeg Twoi Blazjieg, een heftig stuk, dat door Ben gedirigeerd wordt, terwijl de kist langzaam de kerk wordt uitgedragen.
Zo’n gebeurtenis doet iets met een koor. Het brengt je dichter bij elkaar. Je gaat elkaar vasthouden als om meer leed te voorkomen.

Buiten speelt de blaaskapel van de Broedergemeente gewijde klanken. De blazers dragen handschoentjes zonder vingertoppen. De witte kist met het witte kleed wordt als een lichtend voorbeeld hoog boven de stoet uit geheven door acht jonge dragers in lange grijze jassen. Terwijl het verkeer wordt tegengehouden leidt de blaaskapel de rouwstoet naar het kerkhof, de Godsakker geheten, een grasveld met kaal gesnoeide boomstammen.
De lucht is opgeklaard, de zon net verdwenen. Wolkenflarden in de bleke lucht kleuren licht oranje, het is waterig koud. Het voelt onwerkelijk, daar op de Godsakker, alsof ik meespeel in een film. Tegelijk is er, nog veel meer dan voorheen, het besef van eindigheid: hodie mihi cras tibi. Het zal vaker gaan gebeuren, denk ik. Een stem in mijn hoofd zegt: wen er maar vast aan.

0

EINDEJAARS INTERVIEW

Dagelijks

boom-ouder-wordenU bent dit jaar werkloos geworden…
In mijn jonge jaren noemden we dat baanloos. Ik heb geen baan meer, maar er is altijd voldoende werk te doen ook al krijg je er niet voor betaald.
Volgens sommige wetenschappers zijn zestigers zelfs de gelukkigste mensen. Wij hoeven niets meer en kunnen nog van alles. Ik hoef geen carrière meer te maken, een partner te vinden, enz. En ik heb twee geweldige kleinkinderen, die mij iedere keer om de hals vliegen.
Ik ervaar emotionele rust. Het is gemakkelijker te accepteren als iets anders loopt dan gedacht. De wereld vergaat dan niet.  Al moet ik hier direct aan toevoegen, dat er het afgelopen jaar diverse gebeurtenissen in de wereld zijn geweest die tot een tegenovergestelde gedachte leiden.

U hoeft niet meer zo nodig
Zo zou ik het niet willen formuleren. Je moet altijd streven naar beter, zo ben ik opgegroeid. Zelfs nu denk ik nog regelmatig: later wil ik nog dit of dat. Daar moet ik dan wel mee opschieten, dat weet ik. Ik heb onlangs nog een elektrisch  bedmatje voor mijn voeten gekocht. Kan ik iedereen met koude voeten aanraden. En ik heb  dit jaar een nieuwe fiets gekocht (geen elektrische). Dan vraag ik mij niet af of dit mijn laatste fiets zal zijn. Ik heb genoeg interesses en ambities.

Vandaar dat u zich zo fanatiek op het zingen heeft gestort?
Dat zijn uw woorden.
Toen ik de veertig was gepasseerd, kon ik me al niet meer als lid van de Elfstedenvereniging aanmelden. Ik heb het opgegeven om alle vogelgeluiden te leren kennen. Die beestjes schreeuwen toch altijd maar door elkaar heen. En waarom zou ik aan iets beginnen waar ik de ballen verstand van heb? Ik kan beter iets doen, wat ik al redelijk onder de knie heb. Het grote voordeel van zingen en schrijven is dat je er niet bij hoeft te praten.
En muzikaal gezien zijn er nog zoveel mooie dingen te doen. Mijn ontdekking van het afgelopen jaar is Juditha Triumphans van Vivaldi. Een oratorium met een actueel thema: de christelijke wereld  zegeviert over de Arabieren.
Het lijkt er overigens op, dat er een cultuurafbraak aan komt. Daarom hoop ik  dat minister Henk Krol volgend jaar de subsidies voor de bejaardenkoren (wat eigenlijk een pleonasme is) overeind weet te houden.

ouder-worden-bergmanNog geen tekenen van veroudering?
Ik ben tevreden over mijn gezondheid, al zou ik liever niet van oktober tot april een abonnement op een doorlopende verkoudheid willen hebben. Zangtechnisch is dat geen pré.
Ik merk de  veroudering wel, maar dat is niets nieuws. Het menselijk geheugen neemt na het 10e jaar al af en op mijn 25e ontdekte een vriendin de eerste grijze haar. Ik weet dat de kapper steeds minder werk aan mij heeft. Je wordt er niet mooier op als je ouder wordt.
Er is dit jaar wel iets gebeurd, waarvoor ik me ongelooflijk schaam. Ik heb voor het eerst van mijn leven een aanrijding veroorzaakt. Op weg in de auto keek ik bij een voorrangsweg niet uit, hoorde opeens een klap en een godverdomme en zag toen ik uitstapte een man die nog ongeschonden overeind krabbelde en een dubbel geklapte fiets waar ik met mijn voorwiel overheen was gereden. Het was nog voordat ik aan staar geopereerd werd. Nu heb ik een scherpere blik dan ik me ooit herinner. Maar goed, hoe betrouwbaar is de herinnering?
In tegenstelling tot mijn leeftijdsgenoten drink ik minder alcohol dan voorheen en het vlees laat ik ook meestal staan.

Hoe zo? Bang om eerder dood te gaan?
Ik reken mijzelf nu in ieder geval tot de categorie van mensen, voor wie het leven nog lang mag duren. Ik volg de discussies over de levenseindepil, maar ik kan me er weinig bij voorstellen. Ouderen zijn voor mij anderen.

4

ZINGEVING OP KERSTAVOND

Dagelijks

kerstbalAan het begin van de avond schuifelen de bewoners achter hun rollator naar een gemeenschappelijke ruimte. Blijmoedige vrijwilligsters duwen patiënten in rolstoelen en bedden naar een plekje in de volle zaal. Stramme bewoners, begeleid door familieleden, zoeken met een versteende blik naar een plaats. Op de eerste rijen zitten de dames in hun mooiste bloemetjesjurk, het grijze haar vers gepermanent, het boekje van de dienst in hun rimpelige handen vol aderen.

Op de vooravond van Kerstmis zingt ons kamerkoor Decibelle kerstliederen in een verpleeghuis in Utrecht, het Albert van Koningsbruggenhuis. We verzorgen de muziek in een  kerstdienst voor alle geloven.
Als wij binnenkomen steken wij de kaarsen op het altaar aan. We zingen Es ist ein Ros entsprungen.
De pastor, die zelf ook in een rolstoel zit, heet alle bewoners welkom. Hij rijdt zeer behendig over een plankier het altaar op. Alsof hij het levende bewijs is, dat je niet naar je beperkingen moet kijken, maar naar je mogelijkheden.
De dominee leest uit de bijbel en spreekt de bewoners toe. Dat het leven in het verpleeghuis niet gemakkelijk is, omdat het in het teken staat van afscheid nemen. Afscheid van gezondheid, afscheid van je dierbaren, in het licht van je eigen eindigheid. Zij benoemt dat dit leven eenzaam kan zijn. Dat er vragen naar de zin van het leven naar boven komen. En zij verbindt deze ervaringen met de boodschap uit het Evangelie. Dat wij er voor elkaar zijn en dat we elkaar kunnen helpen.
Dan staat ons koor op en zingt vierstemmig Nu sijt wellekome.
Het is niet goed te peilen hoe de bewoners de dienst ervaren. Sommigen houden hun ogen gesloten, de mond een beetje open. Anderen zingen zachtjes mee. Eén mevrouw roept herhaaldelijk: ‘Waar moet ik nu naar toe?’. Dan komt er snel een opgewekte vrijwilligster die een arm om haar heen legt. Een andere bewoonster zit hardop te huilen, waarop haar buurvrouw haar ergernis niet meer kan inhouden en uitroept: ‘Ga dan naar huis toe!’ Wij zingen Komt allen tezamen.
Na afloop van de dienst gaan de grote lichten weer aan en is er voor ieder warme chocolademelk en een plakje cake. De zaal stroomt al snel weer leeg.

kerststukjeHet lijkt een altruïstische daad om deze diensten met gezang op te luisteren. Maar voor de meesten van ons hebben deze diensten ook een betekenis. Velen zijn jaren geleden van hun geloof gevallen en gaan niet meer naar de kerk. Via deze achterdeur kunnen we nog een spirituele inhoud geven aan het Kerstmis van de grote Coca Colatrailer, de cadeautjes en de nostalgische sneeuwplaatjes. Zo hebben we ons eigen moment van overdenken. Bezinning op onze eigen zorgen, op de zin die wij aan ons leven geven, of op de vraag hoe wij zelf over 25 jaar oud zouden willen zijn.

Enkele jaren geleden werd de pastor wegbezuinigd uit het Albert van Koningsbruggenhuis. Vorig werd de gehele dienst Geestelijke Verzorging op deze locatie opgeheven. Daarmee kwam er een einde aan onze optredens in dit verpleeghuis.
Om niet in een gat te vallen zijn we zelf op zoek gegaan naar een alternatief. We omlijsten nu de kerstmaaltijd in het Bartolomeus Gasthuis in Utrecht. Dat is iets minder spiritueel, maar de waardering van de bewoners is net zo onpeilbaar.
Toen ik vanavond na het optreden naar huis fietste hoorde ik op van meerdere kanten het luiden van kerkklokken.
Kerstmis kan beginnen.

0

THE VOICE OF SAND AND GLUE

In het nieuws, Muziek

Ik leerde zijn muziek kennen via een Franse omweg. Franse muziek was destijds bij ons thuis dominant. Jacques Brel, Gilbert Bécaud, Françoise Hardy. Mijn oudere broer had een bandrecorder, waarop La fille du Nord van Hughes Aufray voorbijkwam. Hoewel ik de tekst niet goed kon volgen werd ik meteen gegrepen door het heimwee en het verlangen, wat uit de getokkelde gitaar tevoorschijn kwam. Toen ik later het origineel van Bob Dylan hoorde vond ik dat lelijk, vanwege het knauwende Amerikaans en ‘the voice of sand and glue’, zoals David Bowie de stem van Dylan ooit betitelde. Toch vind ik het nog steeds een van de mooiste Dylannummers, al zal hij niet vanwege deze tekst de Nobelprijs ontvangen hebben.
In de jaren die volgden was Dylan voor mij een popmuzikant die af en toe in de top 40 stond. Mijn godsdienstleraar op de middelbare school vond Blowing in the Wind zo’n prachtig lied. Dat vond ik niet passend, leraren moesten van de popmuziek afblijven. Dat  Blowing in the Wind later terug kwam in beatmissen kon ik evenmin waarderen. Het leek een Amerikaanse remake van Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte.

Enige jaren geleden heb ik in een opwelling een cassette met Dylan’s muziek uit de 60-er jaren gekocht. Ik veer op als ik een nummer hoor als It’s all over now, baby blue of All I really want to do. Het is de nostalgie naar de jaren van verandering, de jaren dat ik leerde op eigen benen te staan, zonder af te gaan op de bandrecorder van mijn broer.
Toch luister ik weinig naar de Dylan-cd’s. Hoe komt dat?

Ik ben op de eerste plaats muzikaal ingesteld. Bij Dylan hoor je vooral lappen tekst. Een waterval van woorden, litanieën waarin de ene associatie de andere lijkt op te roepen. Zie bijvoorbeeld Mr. Tambourine man .
Is het poëzie, is het de Nobelprijs waard? Ik zou het niet weten, ik ben een leek in de poëzie en nog meer in de Dylanologie.
Omdat ik niet aangesproken word door de tekst, rest de muziek. Die vind ik vaak weinig opwindend tot regelrecht saai. Na twee 2 coupletten lijkt het mij muzikaal gezien de tijd om af te ronden, da capo al fine, op naar het volgende stuk. Dylan gaat dan echter nog acht lange coupletten door in hetzelfde eenvoudige akkoordenschema. Hij braakt en spuugt zijn teksten uit alsof hij er graag van af wil, maar er steeds weer nieuwe woorden opwellen. It’s a hard rain that’s  gonna  fall. Ik begrijp wel waarom Patti Smith zaterdag bij de uitreiking van de Nobelprijs de tekst kwijt was.

Wat mij nu nog het meest bevalt zijn de stukken waarop Dylan zichzelf op akoestische gitaar begeleidt, de mondharmonica op de houder vlak voor zijn lippen, klaar om een hartverscheurend intro te blazen of om de rauw gezongen regels nog eens met de harmonica te herhalen, onder extra harde klappen op zijn  gitaar. Dat is eigenlijk toch veel mooier dan de violen die Hughes Aufray achter zijn cover plakte.

5

MIJN EERSTE KLANT

Herinnering

De oude man heeft zijn jas open geknoopt. Zijn pet ligt voor hem op het tweedehands salontafeltje. Hij zit op de rand van de fauteuil, alsof hij elk moment weer wil opstappen. Door het hoge raam valt  zonlicht op een fris uitziende plant.
De man vertelt, dat hij in de Molenkruier gelezen heeft over de opening van ons centrum. Dat iedereen binnen kan komen lopen voor een gesprekje.
Hij wil graag iets vertellen.

Ik behoor tot een groep studenten, die vanuit de Vakgroep Klinische Psychologie een centrum in Nieuwegein hebben opgezet, De Aanloop. We bieden laagdrempelige psychologische hulp in de wijk. Het is het midden van de jaren zeventig, alles moet anders. Dus we willen een verband leggen tussen de problemen van het individu en zijn omgeving: het sociale netwerk, de woonomstandigheden, de man-vrouwverhoudingen. Bewoners kunnen binnen lopen voor een praatje, een kopje koffie of om een tijdschrift in te zien.

‘Ik wil iets vertellen over lang geleden’, begint mijn eerste klant, ‘toen ik nog een jongeman was’.
Vanuit mijn fauteuil knik ik hem bemoedigend toe. Ik probeer een ontspannen houding te vinden. Ik heb het erg warm.
Op een dorpsfeest had hij een aardige vrouw ontmoet. Ze waren met zijn tweeën gaan wandelen, weg uit het feestgedruis, het dorp uit, over stille landwegen. Ze hadden uren gesproken met elkaar en waren gaan liggen in een grasberm. Toen de duisternis was ingevallen, hadden zij  – op dit punt aarzelt de man enkele ogenblikken  – de liefde bedreven.
Ik knik hem nogmaals toe, uiterlijk kalm, maar in mijn hoofd ben ik koortsachtig op zoek naar waar dit verhaal naar toe gaat en hoe ik moet reageren.
We hebben ons goed voorbereid op de hulpverlening. We hebben niet alleen stapels literatuur bediscussieerd over de relatie tussen psychische problemen en maatschappelijke omstandigheden. We hebben ook geoefend met het bespreken van angsten, relatieproblemen, en sombere gevoelens.
De man kijkt mij kalm, maar indringend aan.
‘Dat was de mooiste nacht, die ik ooit heb meegemaakt’, zegt hij op bijna fluisterende toon.

Twee medewerkers van de Aanloop

Hij voegt eraan toe, dat hij nooit getrouwd geweest is en dat het dus bij die ene nacht gebleven is. Maar dat hij nog altijd, ook nu, warm wordt bij de herinnering aan het samenzijn met die vrouw.
Wat moet ik hiermee, flitst er door mijn hoofd. Ik ben op zoek naar een probleem dat ik kan analyseren, maar dat heb ik nog niet ontdekt. Ik voel medelijden opkomen en moet de gedachte onderdrukken dat ik zelf al zoveel meer ervaring heb met mooie nachten.
Zoekend naar woorden geef ik een samenvatting van wat de man verteld heeft. Dat is een van de gesprekstechnieken, die we geleerd hebben. Die kan je inzetten om te toetsen of je het goed begrepen hebt. Samenvatten is ook een uitnodiging aan de cliënt om verder te vertellen.Dat doet deze man dan ook. Zonder een spoor van berouw, spijt of een ander negatief gevoel, vertelt hij nog eens over die aardige vrouw en het samenzijn op de landweg.

Wat brengt hem er toe om hier nu zijn verhaal te vertellen, vraag ik mij af?
Terwijl ik nog zit te broeden op een goede formulering van deze vraag, geeft de man zelf al het antwoord. Het is een gebeurtenis van jaren geleden en hij is nu op leeftijd. Hij heeft er heel zijn leven lang over willen vertellen, maar het nooit aangedurfd. Niet één keer. Tegen niemand. Daarom is hij blij dat hij het nu een keer heeft kunnen vertellen.
Hij bedankt mij voor mijn aandacht, pakt zijn pet, geeft mij een hand en loopt de deur uit.
‘En hoe ging het?’, vragen mijn collega’s als ik beduusd en met zweetplekken onder mijn oksels de spreekkamer uitkom.

0

DE VERMALEDIJDE MANAGER

In het nieuws

Het zijn onzekere tijden. Naast de allochtonen, de politici en de elite is er nog een categorie mensen naar wie de beschuldigende vinger uitgaat: de manager en zeker de manager in de publieke sector, zoals het onderwijs, de zorg en de politie.
managerEr zijn er veel te veel van en wat hun werk opbrengt is omgekeerd evenredig aan wat zij kosten. Ze leggen de knoet over de werkvloer door de normen steeds hoger op te schroeven, terwijl ze de ballen verstand hebben van het werk. Ze spreken alleen maar over marktaandeel en break-even point. Ze zijn er niet vies van om met cijfers te sjoemelen als zij daarmee hun status kunnen verhogen.
De manager, kortom, staat voor alles wat het gewone werkvolk verfoeilijk vindt. Als je manager bent, kan je dat tegenwoordig maar beter niet op een verjaardag vertellen. Misschien kunnen we beter de omschrijving ‘werknemer met een leidinggevende achtergrond’ invoeren. Ik durf hier nog net te schrijven, dat ik een deel van mijn werkend leven manager ben geweest in de zorg. Om die reden voel ik mij geroepen om bovenstaand beeld te nuanceren, een beetje althans.

1.    In de 2e helft van de 20e eeuw was de teamleider een vakman die alles van het werk wist en een natuurlijk gezag had bij de teamleden. Professionals kenden een behoorlijke mate van vrijheid.
Mooi geregeld zou je zeggen, met de ogen van nu, maar op dat moment was er ook veel kritiek. Een agent bracht minder dan 40% van zijn tijd op straat door. Een therapeut voerde slechts vier gesprekken op een dag. Het was bovendien volstrekt onduidelijk of het bestede geld wel opbracht waarvoor het bedoeld was: meer veiligheid, beter presterende leerlingen, meer behandelde patiënten. De maatschappij eiste meer waar voor de bestede belastingcenten.
Dus ging de financier meekijken. De efficiency kon en ging omhoog. Dat vroeg om een ander soort leidinggeven. Vakbekwame teamleiders haakten af. Ze werden vervangen door nieuwbakken managers geschoold in financieel management en marketing: een onverwacht gevolg van een door de maatschappij gewenste ontwikkeling.

2.    manager-2Zoals wel vaker in hoogoplopende discussie worden alle managers op één hoop gegooid. Bestuurders die speculeren met geld en megalomane gebouwen laten neerzetten hebben de sfeer verpest voor afdelingsleiders die voor hun organisatie en medewerkers het vuur uit de sloffen lopen. Tussen deze twee uitersten bevinden zich nog vele varianten.

3.    Dat er teveel en te dure managers zijn, geldt in ieder geval al lang niet meer voor de zorginstellingen die ik ken. Waar in de vakliteratuur één leider op een team van 10-15 werknemers als ideaal wordt gezien had ik tien jaar geleden al meer dan 50 medewerkers in mijn afdeling. Ik liet heel veel aan de medewerkers over, niet zozeer uit principe, als wel omdat het niet anders kon. En binnen mijn instelling werd een leidinggevende lager ingeschaald dan een vakbekwame therapeut.

Het nieuwe geloof is nu: zelfsturende teams. Nieuw is dat overigens niet, want in de dertiger en zeventiger jaren is met deze organisatievorm ook geëxperimenteerd. Ik geloof er niet zo in, omdat er binnen een roerloos team altijd informele leiders opstaan, die de verantwoordelijkheid nemen zonder formele aansprakelijkheid.
Ik zie de oplossing in minder regels en controle vanuit financiers en een combinatie van leidinggeven en inhoudelijk vakmanschap. En wees aub een beetje aardig op dat feestje voor die werknemer met een leidinggevende achtergrond. Want eigenlijk ben je, zoals een psychiater mij  ooit noemde: een stroman. Deze psychiater is nu zelf de hoogste baas van een van de grootste GGZ-instellingen in Brabant.

0

MET DE AUTO OP STAP

Herinnering

Op een mooie lentemorgen rijd ik met mijn ome Ries in zijn VW-bus door Haarzuilens. Hij slaat een doodlopend gedeelte van de Ockhuizerweg in, een smal weggetje met aan weerszijden sloten. Wij zijn op weg naar een boerderij, naar een van zijn klanten. Ome Ries is smid.

Wanneer ik in de smederij kom, roept hij altijd: ‘Ha, volle neef!’. Als kind sta ik geboeid te kijken hoe hij een vuurrood stuk ijzer uit het vuur haalt om dat met zijn hamer te bewerken. Dan hou ik mijn vingers in mijn oren. Als hij aan het lassen is kijkt hij door een grote zwarte kap met mica ruitjes. Ik kan maar beter niet naar al die vonken kijken, heeft ie gezegd. Dat is niet goed voor mijn ogen.
Ik ben er ook wel eens bij als er buiten een paard beslagen wordt. Dat geeft zo’n weeë, branderige geur. Soms moet mijn ome Do eraan te pas komen om het tegenstribbelende paard in bedwang te houden.
Het leukste van alles is als ik met ome Ries mee mag rijden. De motor van de VW-bus ronkt als ie optrekt. Het stuur ligt horizontaal op de stuurstang die recht uit de laag gelegen bodem komt. De versnellingshendel is een lange ijzeren pook. Beweeg je de richtingaanwijzer dan komt er buiten uit de carrosserie een oranje verlicht balkje tevoorschijn, alsof iemand een te klein armpje uitsteekt.
Ik rij mee met ome Ries naar boeren in de omgeving. Of naar een groothandel in Utrecht. Ome Ries zit altijd op zijn gemak achter het stuur, pratend over van alles en nog wat.
Op een kruispunt in Utrecht moet hij een keer plotseling boven op zijn rem gaan staan, omdat er een auto van rechts komt. De rem werkt uitstekend. Ik vlieg van de zitting af, bijna met mijn hoofd tegen de kleine voorruit.
‘Zo’, zegt ie nonchalant terwijl hij de auto weer start,  ‘die had voorrang’.
Op een ander tochtje zegt hij leunend met zijn armen op het stuur: ‘Auto rijden is geen kunst’. Hij kijkt me glimlachend van opzij aan: ‘dit kan jij net zo goed’.
Zijn kinderen rijden ook, al zijn ze nog jong. Zoon Brord was nog geen vijftien toen hij na een verjaardag enkele gasten naar Utrecht bracht. Hij reed in de koffiebruine Kever, die mijn vader van Douwe Egberts had overgenomen. Ik mocht ook mee. De eerste winterse buien waren net gevallen. Op de rotonde voor de Leidseveer tunnel gleden we naar rechts in plaats van naar links.

Halverwege de Ockhuizerweg komt ons een auto tegemoet. Er is weinig ruimte om te passeren. Ome Ries mindert vaart en rijdt met de rechterwielen door de grassige berm. Bij het passeren wijkt hij nog verder uit naar rechts. De auto helt over en staat nu nagenoeg stil. Als de tegenligger voorbij is en ome Ries weer door wil rijden, slippen de wielen in het gras. De motor slaat af en de auto zakt nog verder de berm in. Het busje hangt nu gevaarlijk schuin boven de sloot. Door het raampje rechts zie ik het heldere water vlakbij mij. Wat mij nog meer benauwt is dat ome Ries langzaam maar onontkoombaar mijn kant op komt glijden en mij met al zijn gewicht strak tegen de deur aan klemt.
‘Ik denk dat we maar beter niet aan jouw kant kunnen uitstappen’, zegt ie met een lachje om zijn mond. Hij trekt zich omhoog naar zijn eigen portier en stapt uit. Ik volg hem. Op het geluid van de buitelende kieviten na is het stil in de polder. Het is een prachtige lentemorgen, het gras is oogstrelend groen.
Ome Ries zit in zijn blauwe overall op zijn knieën op de weg en kijkt met gebogen hoofd onder de auto. Dan gaat ie op weg om hulp te halen. Er komen een tractor, zes boerenarmen en een paar planken aan te pas om de auto weer op de weg te krijgen. Daarna stappen we in en rijden verder alsof er niets gebeurd is.

0

OUDE POPMUZIEK

Muziek

Leonard Cohen

Vroeger gingen popsterren op jonge leeftijd dood, vaak als ze 27 jaar waren, meestal als gevolg van een overdosis drank, drugs of pillen. Of ze verdronken onder niet-opgehelderde omstandigheden in een zwembad. Hun overlijden paste goed in de popcultuur, waarin ze groot waren geworden: die was anders, rebels, tegendraads.
De laatste jaren maken we het overlijden mee van popmuzikanten die hun 70e of 80e hebben gehaald: David Bowie, Lou Reed en, vorige week, Leonard Cohen. Het heengaan van de popsterren was groot nieuws in alle gevestigde media. De dood van Bowie was het openingsnieuws op de voorpagina van de Volkskrant en Trouw. De Volkskrant wijdde er nog eens een apart  katern aan. Ook de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Bob Dylan kan worden gezien als een teken dat de popmuziek geen randverschijnsel van jongeren meer is, maar een geïntegreerd onderdeel van de hedendaagse Westerse cultuur.
Bowie, Reed en Cohen werden ooit gerekend tot de Underground, muziek die zich afzette tegen de gevestigde orde. In de loop der tijd zijn ze bovengronds gekomen en geaccepteerd, zo blijkt juist op het moment dat zij zelf weer onder de grond zijn gegaan.

Mensen die overlijden worden gewoonlijk opgehemeld. Alsof zij zonder deze loftuitingen niet op eigen kracht de hemel zouden kunnen bereiken. Maar los van dit fenomeen, kan je je afvragen of zoveel aandacht aan het overlijden van gewezen popsterren terecht is. Ingezonden briefschrijvers in Trouw vonden het maar overdreven. Dat roept de vraag op, hoe we de popmuziek uit de vorige eeuw moeten beoordelen. Is die werkelijk zo goed, zoals wij dat veertig jaar geleden ervaren hebben, toen we achter de lp’s aanjoegen om deze op bandjes op te nemen?

De laatste tijd ben ik regelmatig als ongediplomeerd en onbezoldigd huisschilder aan het werk. Dat is alleen een aangenaam tijdverdrijf als ik er ook muziek bij kan horen. Je kunt ook zeggen, dat ik graag muziek luister en er een bezigheid bij zoek, die daarmee goed te combineren is. Tijdens het schuren wil ik ook wel eens iets anders horen dan 17e eeuwse Italiaanse barok.
Het toeval wil dat ik onlangs in mijn kamer op de onderste plank in de kast een plastic tas zag staan. Deze bleek geheel gevuld met cassettebandjes uit de 70-er jaren, mijn jaren van volwassen worden.
Op welke nummers danste ik mijn studentenkamer door? Waarvan lag ik toentertijd te zwijmelen op mijn zelfgetimmerde bankje? En ga ik er nu nog steeds van dansen en zwijmelen, zo vroeg ik me af. Ik nam de bandjes mee naar mijn verfwerkplek. Nu sta ik daar te plamuren met de muziek  van bijvoorbeeld Supertramp, Joe Jackson en Pink Floyd. Zo kan ik nagaan wat er na al die jaren van de muziek overeind blijft.

Mensen vinden muziek geweldig, als deze gekoppeld is aan een sterke emotie zoals verliefdheid of verdriet. En muziek wordt gewaardeerd als het past bij hoe je in het leven staat.
Op de cassettebandjes hoor ik veel adolescenten op zoek naar liefde en identiteit. Ik vind het leuk om terug te horen omdat de muziek mij terugbrengt in de tijd. Maar verder zie ik weinig redenen om bij het overlijden van Bonnie Raitt of Elvis Costello eens flink uit te pakken.
Maar er zijn uitzonderingen. Voor sommige artiesten kunnen de journalisten alvast necrologieën opstellen. Zoals bijvoorbeeld voor Brian Wilson (the Beach Boys), Bruce Springsteen en Randy Newman. Van de laatste hoorde ik deze week de lp Good Old Boys, liedjes over de bekrompen, conservatieve, blanke Amerikaan, die over zijn gewaardeerde Mr. President zingt:
May be you’re cheatin’
May be you’re lyin’
May be you have lost your mind
May be you’re only thinking ‘bout yourself.
Dit schreef Newman in 1974.

0

SOUND THE TRUMPET

In het nieuws

trumpNiets is meer wat het lijkt.
Het gezond verstand en de democratie staan onder druk. Dat geldt niet alleen voor landen als Polen, Hongarije, Turkije en de Filipijnen. Ook in het westen rukt het populisme op. De boze witte mannen zorgden in Engeland voor de overwinning van het Brexit-kamp. Nu hebben ze in Amerika volksmenner Trump op het schild gehesen, de man die als een trompetterende olifant door de porseleinkast dendert.
Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren?
Dankzij de vergetenen, zoals ze genoemd worden. De ‘niet-gehoorden’. Een heruitgave van De Kleine Man van Louis Davids. Zo’n doodgewone man met een confectiepakkie an. Zo’n man die niks verdragen kan blijft altijd onder Jan.
Een ander woord dat vaak terugkomt in de gesprekken is: de onderbuik. De elite, de politici, de beleidsmakers, de traditionele media: iedereen heeft de onderbuik van de blanke, boze man onderschat. Die is dikker en meer geharnast dan je zou denken. Argumenten, feiten, aperte leugens, immorele opmerkingen, alles ketst af op de gevoelens van onbehagen, van wantrouwen tegen het establishment, van hunkering naar zekerheid in onzekere tijden.
En dus?

De onderbuik is realiteit, je kunt er niet om heen. De partij van het gezonde verstand (waartoe ik mijzelf ook reken) zou meer aandacht moeten hebben voor de gevoelens die onder delen van bevolking leven. Je gaat met elkaar praten, je probeert begrip voor elkaar op te brengen, je wisselt ideeën en gevoelens uit en zo kom je nader tot elkaar.
Dit is echter een gezond-verstand-strategie die niet zo past bij de man die niks verdragen kan. De onderbuik kan geen compromissen sluiten. Dat vind ik nog een van de meest zorgwekkende ontwikkelingen.
roetveegpietDe kloof tussen gezond verstand en onderbuik is zo groot geworden dat op zich kleine discussiepunten niet meer op te lossen zijn.
In de discussie over Zwarte Piet vond ik de roetveeg-Piet een aanvaardbare oplossing. Het ‘volk’ eist echter zonder meer de handhaving van Zwarte Piet.
In de kwestie van het Oekraïne-referendum vind ik de pogingen van de regering om enerzijds recht te doen aan de bezwaren van de nee-stemmers en anderzijds ook rekening te houden met de  grote groep ja-stemmers zo gek nog niet. Populisten doen echter geen water bij de wijn: nee is nee, het ‘volk’ (al is het maar de helft) heeft gesproken. Verwende kinderen houden alleen op met schreeuwen als ze hun zin krijgen.
De compromisgedachte van Rutte was voor de populisten direct aanleiding om via de (a-)sociale media het volk op te roepen om alle partijen te boycotten die overwogen om dit compromis te steunen. En met de verkiezingen in aantocht hield menig politicus zich stil. De ‘niet-gehoorden’ hebben meer invloed dan zij denken.

Om de kloof te verkleinen zal op de eerste plaats de welvaart beter verdeeld moeten worden. De groei van het bruto nationaal product is immers de laatste jaren niet bij de werknemers terecht gekomen. Daarnaast moeten populisten de kans krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent in Nederland, gelukkig, dat zij moeten leren om samen te werken en compromissen te sluiten. Ook Trump zal rekening moeten houden met verschillende meningen.
Ik vrees dat  we onrustige tijden tegemoet gaan. Wat valt er verder nog te zeggen? Lang geleden werkte ik in de bouw. Daar werd menige discussie beëindigd met een one-liner, die Trump niet zou misstaan: ach, een olifant heeft toch de langste…

1

SNEEUWWITTE BOEZEM

Muziek

Alessandro Scarlatti

De muziekbundel heeft een donkerbruine kaft. Italian songs of the 18th century, for voice and piano is de titel, in 1954 uitgegeven door International Music Co. in New York.
Er staan liederen in van onder meer Bononcini, Marcello en Caldara, met titels als Begli Occhi en Hai core, o crudele. Liederen over verliefdheid, verlangen, teleurstelling en amoureuze wanhoop. Wat de keuze van hun onderwerp betreft verschillen de 18e eeuwse liedschrijvers niet van onze tijdgenoten.
Mijn zangleraar had voor mij uit deze bundel Nevi Intatte gekozen van Alessandro Scarlatti (1660 – 1725). Alessandro is de vader van Domenico en componist van ontelbare opera’s en oratoria. De tekst van Nevi Intatte (Onaangeroerde Sneeuw) is van een onbekende schrijver.

Nevi intatte, vie di latte, del bel seno del mio ben
Come date, dispietate, a quest’anima il velen

In de partituur is een Engelse vertaling opgenomen:
Untouched whiteness, bearers of milk, of my loved one’s beautiful breast
How can you give, pitilessly, poison to this soul

De zanger bezingt hier twee pagina’s lang de mooie borsten  van zijn geliefde.
Dat vind ik een invoelbare en doodnormale waarneming, maar kom daar in de huidige tijd maar eens om. Terwijl onze cultuur vergeven is van de decolletés en pornografie overal te vinden is, is het tegelijkertijd onbestaanbaar dat een lied over de vrouwelijke boezem verspreid en gezongen zou worden.
Rond 1800 was dat blijkbaar wel mogelijk. Schoonheid en voedende functie worden in één adem genoemd. En borsten worden vergeleken met maagdelijke sneeuw. Dat zouden we in deze tijd van zonaanbidding en solariums anders doen.

In de barok ligt er een accent op menselijke, individuele emoties, op dynamiek en tegenstellingen. In de barokliteratuur worden ‘grote woorden’ gebruikt die nu als overdreven of bombastisch overkomen. Dat zien we ook in dit lied.
Het begint met bewondering en schoonheid, maar halverwege kondigt het woord dispietate al aan dat er iets niet goed zit. Het lied eindigt letterlijk op een venijnige manier met het woord gif, de tegenhanger van de melk uit de eerste zin.
Wat is er gebeurd, vraag je je bij eerste lezing af. Waartoe heeft de sneeuwwitte boezem geleid? De ik-figuur loopt een blauwtje bij zijn geliefde, zoveel is duidelijk. Hij is pijnlijk geraakt. Maar betekent het gif een definitief einde of is er sprake van een fikse ruzie? Moet je als zanger hier een boze of een verdrietige man uithangen? Of een die op emotionele wijze om aandacht vraagt?
Scarlatti gaat in het tweede deel van majeur over op mineur. Hij voegt er dissonante noten in om de pijn te verklanken. De uitgever heeft daar doloroso en pianissimo boven geschreven. Dat is ook een interpretatie.
Tijdens mijn zangles deze week vindt mijn Amerikaans / Nederlandse zangleraar dat ik de klanken teveel push. Het lied moet very delicate gezongen worden. De sneeuw moet intact blijven, ik moet op kousenvoeten lopen.

Ik had hier graag een opname uit mijn zangles willen laten horen. Ik wilde mijn ijverige pogingen om er een gevoelige uitvoering van te maken delen. Het lukt mij echter niet het bestand te laden. Het voordeel daarvan is dat ik nu niet met mijn sneeuwwitte billen bloot hoef. Ter compensatie daarom hier de enige beschikbare opname van Nevi Intatte op You Tube. Een jongeman met een mooie stem, die het lied vlot afwerkt. En niet zo delicaat.