Midden in een Noord-Griekse vlakte staan reusachtige, pilaarvormige rotsen. Holen in deze rotsen werden vroeg in de Middeleeuwen gebruikt door kluizenaars. Om zich te beschermen tegen rovers en krijgsheren, klom ene Anasthasiou in de veertiende eeuw met een aantal kornuiten omhoog langs de loodrechte rotswanden. Bovenop de rots bouwde hij een klooster. Het werd een doorslaand succes. Het voorbeeld kreeg grif navolging, zodat er in de 17e eeuw vlak bij elkaar 24 kloosters op de top van een rots gevestigd waren. Dichtbij de hemel en niet gestoord door Servische of Turkse heersers, konden de kloosterlingen hun leven in alle rust aan God wijden. Bijkomend voordeel was, dat ook de belastingambtenaar zich niet aan halsbrekende toeren waagde.
Tegenwoordig zijn er nog 6 kloosters over. Er zijn stenen trappen en loopbruggen aangelegd, zodat de paters niet meer met een net omhoog gehesen hoeven te worden, zoals tot in het begin van de twintigste eeuw gebeurde. De trappen worden vooral gebruikt door toeristen. Op onze rondreis door Noord-Griekenland wilden wij dit werelderfgoed, Meteora, niet missen.

In de 11e eeuw is de verwijdering tussen de westers katholieke kerk van Rome en de oosters katholieke kerk van Constantinopel uitgelopen op een schisma. Officieel had de ruzie iets te maken met de vraag of de Heilige Geest via Jezus spreekt of via God; een onbenullige zaak, waar ik me als niet-gelovige alleen maar over kan verbazen. Hoewel de overeenkomsten in het geloof groot zijn, zien de oosterse kerken er anders uit dan de westerse. Ze zijn veel kleiner en er staat een wand vol iconen voor het altaar.
Als wij hijgend en zwetend opgeklommen zijn naar het klooster van de heilige Nikolaos Anapafsas, komt de geur van wierook ons tegemoet. Uit luidsprekers klinkt eentonig en langdradig gezang van mannen, die nog wel een zanglesje kunnen gebruiken.
De wanden van de kleine kerk zijn beschilderd met bijbelse taferelen en afbeeldingen van heiligen; platte schilderingen met uitdrukkingsloze gezichten, de hersenen op het kale hoofd zijn soms geaccentueerd om de wijsheid te benadrukken. Het zijn veel mannen met baarden, maar hier en daar zijn er geslachtloze wezens die een volwassen uitziend kind op de arm dragen. Er is veel goud wat er blinkt.
Vanuit de koepelplafonds hangt van alles omlaag: koperen en zilveren kandelaars, wierookvaten, lampen, eivormige ballen met kwasten (zoals je die in sommige kermisattracties moet zien te grijpen).
Eén van de kloosters, Roussanou, wordt nu bewoond door nonnen.
‘Daar moeten we eigenlijk ook naar toe’, zegt G en ik vind dat ze gelijk heeft.
Bij de kaartjesverkoop zit een oude non met een streng gezicht. Waarschijnlijk kan ze niet meer anders kijken. Het winkeltje met parafernalia wordt beheerd door een jonge non, ook haar gezicht neigt naar strengheid. Zij zijn gekleed in een lang zwart gewaad. Hun hoofd is, op de mond, neus en ogen na, gewikkeld in een zwart doek. Eerder op straat had ik de nonnen voor moslima’s aangezien.
Er wonen weinig kloosterlingen meer in Meteora. Sommige paters zijn gevlucht naar kloosters op het schiereiland Athos. Niet voor de Turken, maar voor de toeristen.