In 2012 heb ik tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht niet alleen het werk van Jan Dismas Zelenka, een Boheemse componist uit de baroktijd, leren kennen, maar ook een Praags barokensemble, dat de muziek van Zelenka regelmatig uitvoert: het Collegium 1704, onder leiding van dirigent Václav Luks. Sinds die tijd heb ik heel wat audio- en video-opnamen van het Collegium 1704 via YouTube beluisterd en soms bekeken. Het orkest bestaat uit 25-30 musici, het koor veelal uit 16 zangers, vier in elke stemgroep. De solo’s worden door de leden van het koor gezongen.
Van de sopraansolisten viel mij er al snel één op, een tengere jonge vrouw met lang donker haar. Ik kwam er achter, dat zij Hana Blaziková heet. Hana kan mooi zingen. Heel helder en hoog.
 
Daarna zag ik Hana steeds vaker terug in opnamen van andere ensembles, onder leiding van o.a. Philippe Herreweghe, Masaaki Suzuki, en Jean Tubery. One of the most exciting voices in the baroque scene, las ik in een cd-recensie op Internet. Dat moet wel als je door deze dirigenten wordt uitgenodigd. Bij elke opname die ik van Hana zag, bleef ik hangen. Hana intrigeert mij.
Dat is wel bijzonder. Nog niet zo lang geleden, holde ik naar de volumeknop als een klassieke sopraan aanzette in een aria. Ik kon dat hoge gegil niet verdragen. Ik ben daar niet de enige in. Als mensen klassieke zang belachelijk maken, dan doen ze een hoge sopraan na. Denk aan Bianca Castafiora in Kuifje, een zangeres, die met haar gezang (‘Ha, ik lach bij het zien van mijn schoonheid in dees’ spiegel’) de glazen kapotzingt.
Toen mijn vader lang geleden eens naar een sopraanaria zat te luisteren, maakte ik een valse opmerking.
‘Dat is toch knap als je zo kan zingen’, zei hij.
‘Ik vind het gemaakt, onnatuurlijk’, antwoordde ik.
‘Daar heb je wel gelijk in’, zei mijn vader toen.
Ik herinner mij zijn reactie zo goed, omdat het een grote uitzondering was , dat hij mij gelijk gaf.
Het heeft nog jaren geduurd, voor ik enige waardering voor een sopraan kon opbrengen.
Dat begon met Mozart’s mis in c mineur (K427), om precies te zijn met het Laudamus te, met dank ook aan de stuwende orkestbegeleiding die Mozart hierbij schreef.
Ik ben nog steeds niet dol op heftig vibrerende sopranen die Italiaanse opera-aria’s zingen, maar baroksopranen kan ik nu goed hebben.
Vorig jaar, ook weer tijdens het Festival Oude Muziek, heb ik Hana Blaziková voor het eerst live gezien. Ik zat op de tweede rij. Af en toe kwam ze, bijna onmerkbaar, van achter uit het koor naar voren toe voor een solo. Dan stond ze vlak voor me. Net als voetballers in levende lijve jonge jochies blijken te zijn, zo zag Hana er een stuk jonger uit dan op de opnamen. Ik voelde haar concentratie voor de inzet. Ik volgde de bewegingen van haar hoofd bij een crescendo. Ik zag de rimpels tussen haar wenkbrauwen aan het einde van een frase.
De vraag is: waarom intrigeert Hana mij? Ze zingt technisch heel goed, maar ze heeft geen bijzondere klank. Het is ook niet dat ik op haar uiterlijk val.
Het moet haar innerlijk zijn.
Ik heb zoveel opnamen van haar gezien, dat het lijkt alsof ik haar persoonlijk ken. Zoals je ook van een tennisser via de close-ups voor en na de rally’s een beeld krijgt van de persoon. Hana lijkt mij serieus, hardwerkend, bescheiden en aardig. Dat vind ik een aantrekkelijke combinatie.
Vorige week zag ik de bevestiging.
Ik keek op YouTube naar een uitvoering van Händel’s La Resurrezione door het Collegium 1704. Aan het begin van de opname zie je een glimp van enkele leden van het ensemble, geconcentreerd wachtend in de coulissen vlak voordat zij het podium opgaan. Dan verschijnt Hana Blaziková in beeld. Zij staart naar haar partituur, haar vinger open bij een pagina. Zij neemt in gedachten nog wat noten door. Kijk wat er dan gebeurt, na 23 sec:
Alsof je je buurmeisje ziet voor de musical van groep 8. Heel innemend.
Als je verder kijkt, zie je ook de reden van de spanning. Hana moet als eerste een aria zingen, vanaf 4:45, een verduiveld moeilijke aria met veel snelle nootjes op dezelfde klank.
Zij kijkt geconcentreerd de zaal in, haar partituur hoog opgeheven. Dan gaat Hana los. 
Ik moet mijn vader gelijk geven: dat is toch knap als je zo kan zingen.